Ontwikkeling & Socialisatie
Opvoeding
Zindelijk maken
Alleen leren zijn
Wennen aan kinderen
Gedragstherapie bij honden

Ontwikkeling & Socialisatie
Omdat alle pups van pasgeboren tot volwassen hond dezelfde kritieke fasen
doorlopen, is het voor iedere eigenaar van een hond goed ze te kennen. Waarom?
Omdat een aantal van die fasen mede bepalend zijn voor de ontwikkeling van het
gedrag op latere leeftijd:
- Neo-natale fase (0-13 dagen): De meeste tijd wordt slapend (70% van de tijd)
en etend (30% van de tijd) doorgebracht. De pups zijn doof en blind. Zij kunnen
naar de moeder (warmtebron) toe kruipen; urine en ontlasting moet gestimuleerd
worden, evenals het eten.
- Overgangsfase (13-21 dagen): De pups beginnen met lopen, de melktandjes komen
door en oogjes en oortjes gaan open. De pup leert zonder hulp urineren en zich
te ontlasten en begint zijn omgeving te onderzoeken; het leren is begonnen.
- Eerste socialisatie fase (3-12 weken): De ontwikkeling van:
1- sociale gedragspatronen t.o.v. mensen en
andere honden.
2- onderzoeksgedrag.
- Tweede socialisatiefase of Angstfase (3-6mnd): In deze fase moeten eerder
opgedane ervaringen worden bestendigd om te voorkomen dat de pup desocialiseert
en alsnog angstig gedrag gaat vertonen bij onbekende prikkels. Op de leeftijd
van ca 16 weken worden rangrelaties in de roedel / het gezin
duidelijk.
Het eerste deel van de ontwikkeling van een pup speelt zich af bij de fokker.
Uit onderzoek is gebleken dat pups die al in hun vroege jeugd diverse prikkels
krijgen aangeboden, later beter met spanning en frustratie kunnen omgaan. Met
andere woorden: pups die bij de fokker in huis opgroeien met de moederhond als
rolmode,l zodat ze vroeg leren omgaan met volwassenen, kinderen, bezoek, andere
huisdieren en omgevingsprikkels als de telefoon, bel, enzovoort. kunnen later
beter met spanning en frustratie omgaan. Op deze manier kan de pup eigenschappen
van voorwerpen, geluiden en levende wezens leren kennen en ze als normaal gaan
beschouwen. De voorwaarde is wel dat de moederhond een sociale hond is. Als de
moederhond angstig is, kan ze deze angst voor mensen en/of andere dieren en/of
geluiden overbrengen op de pup.
In bovengenoemde fases hebben bepaalde ervaringen of het juist niet opdoen van
bepaalde ervaringen een sterke blijvende invloed op het latere gedrag. Het
onvoldoende gesocialiseerd raken kan zich uiten in probleemgedrag als angst- en
vermijdingsgedrag maar ook angstagressie, in het bijzonder met betrekking tot de
categorie waarmee de hond onvoldoende in aanraking is geweest. Na de 12e week
sluit zich de eerste socialisatiefase, een slechte socialisatie is onomkeerbaar.
Bij een gebrek aan socialisatie is angst op latere leeftijd niet te elimineren.
Met andere woorden: het komt nooit meer goed!

Richtlijnen voor een goede socialisatie (3e-12e week)
Laat uw hond regelmatig kennis maken met:
- Verschillende objecten (stofzuiger, paraplu, rolstoel etc).
- Andere mensen (man, vrouw, groot, klein, anders gekleurd, met hoofddeksels).
- Andere dieren (konijn, kat, paard, schaap, fret, koe, hert etc.)
- Omgeving (tram, trein, bus, auto, winkelstraat, markt etc.)
- Andere honden: er zijn veel verschillende soorten honden, laat uw pup in deze
periode gecontroleerd kennis maken met zoveel mogelijk sociaalvaardige soorten
honden, zodat hij op latere leeftijd geen problemen krijgt met het communiceren
met andere soorten.
Socialiseren, hoe doe je dat?
Nadat de pup bij de fokker is opgehaald, breekt voor de eigenaar misschien
wel het belangrijkste deel van de opvoeding aan. Op de eerste plaats is het goed
u te bedenken, hoeveel, hoelang, waar en hoe u uw pup die diverse
omgevingsprikkels gaat aanbieden.
Enkele voorbeelden:
- Socialiseren met katten: laat uw hondje rustig kennis maken met een poes die
rustig is en niet wegrent; anders leert uw pup al op jonge leeftijd hoe leuk
najagen is!
- Socialiseren op de markt: neem uw pup op de arm voordat u de markt oploopt. Zo
kan hij rustig de omgeving bekijken, zonder gevaar te lopen. Er zijn veel benen,
tassen en wielen van kinderwagens!
- Socialiseren bij het schoolplein: laat uw pup eerst op afstand wennen aan
gillende en rennende kinderen, laat kinderen die dit willen/kunnen rustig een
snoepje geven aan de pup. Zo worden kinderen vanzelf erg leuk.
- Socialiseren met honden: bijna iedereen heeft wel vrienden/kennissen/buren of
familieleden met een hond. Zoek in uw omgeving naar leuke sociale honden en laat
uw pup daar mee kennismaken. Gaat dit goed laat ze dan, op een veilige plek, los
met elkaar spelen. Verder is een goede hondenschool (zie waar een goede
hondenschool aan moet voldoen) een ideale plaats om uw pup kennis te laten maken
met andere puppy’s. Bij de meeste hondenscholen kunt u vanaf 8 weken terecht.
Let er wel op dat de hondenschool vraagt naar het dierenpaspoort, dan weet u dat
er op wordt gelet dat de puppy’s op vaccinatieschema zitten en kunt u er dus
veilig heen. Uw pup is nog niet volledig geënt, dus blijf uit te buurt van
drukke uitlaatplaatsen: ontlasting van een niet gezonde hond kan gevaarlijk
zijn. Hoe lang mag een pup lopen? Ook dit verschilt van hond tot hond. Overleg
met uw dierenarts als u twijfelt en zorg natuurlijk dat uw pup

Opvoeding
De hond als afstammeling van de wolf is een roedeldier. Binnen de roedel (lees
ook: het gezin)is er sprake van een rangorde. De hoogste in rang zorgt voor de
rust, de veiligheid en de bescherming van de roedel. De meeste honden vinden het
erg prettig als zij hier niet voor hoeven te zorgen, als echter de mens niet in
staat is om hiervoor te zorgen dan zal de hond zich genoodzaakt voelen die taak
op zich te nemen, met de bedoeling de roedel (het gezin) veilig te houden en te
beschermen tegen gevaar van buitenaf. Veel hangt dus af van de manier waarop u
met uw hond omgaat. Zoals de moederhond een voorbeeld is voor de pups, zo moet
die taak nu worden overgenomen door de volwassenen in het gezin. De lagere doen
de hogere na, besef dus dat inzetten van agressie naar uw pup/hond (boze, harde
verbale correcties en fysieke correcties) overgenomen kunnen worden door uw
hond. Agressie inzetten wordt dan een “normaal” communicatie middel met alle
gevolgen van dien. U zult begrijpen dat een hond geen handen heeft: een fysieke
correctie kan hij/zij dan ook alleen geven met de bek.
Op een puppycursus zal de hond op speelse wijze leren om te gaan met andere
honden. Daarnaast leert hij er oefeningen aan. Zoals zit, af, hier, los, en als
de pup wat ouder is wandelen zonder trekken. Op sommige hondenscholen wordt het
woord “nee” aangeleerd, dit om ervoor te zorgen dat u op een normale spreektoon
nee tegen uw pup kan zeggen en dat de pup dan weet dat nee betekent “dit mag ik
niet”. De beste manier om een hond iets te leren is hem te helpen en bij het
goed uitvoeren van de oefening direct te belonen met iets lekkers. Bij het geven
van iets lekkers zegt men dan een beloningswoord, bijvoorbeeld braaf. Als u dit
telkens doet dan zal het woordje braaf voor de hond dezelfde betekenis krijgen
als het brokje. Een andere manier is de clickermethode: hier wordt het lekkers
gekoppeld aan het geluid van de clicker. In beide gevallen wordt de pup beloond
voor het goed uitvoeren van de oefening.
Iedere pup wil graag met u spelen en omdat hij geen andere mogelijkheden heeft,
pakt hij van alles vast met zijn bek. Melktandjes zijn vlijmscherp en onze huid
is daar niet zo voor gemaakt, dus het doet al snel zeer. Uitnodigen voor spel
hoort bij sociaal contact hebben. Zowel de hogere als de lagere in rang mag de
ander uitnodigen tot spel. Als de hond die uitgenodigd wordt zin heeft, dan gaan
ze samen spelen als de ander geen zin heeft, dan wordt er niet gespeeld. Leer uw
pup dat handen en andere ledenmaten niet zijn om in te bijten, biedt hem een
speeltje aan en speel samen. Spelen zorgt voor een goede band tussen eigenaar en
hond!
U zult vaak horen dat u uw pup moet negeren als hij bang is. Dit advies gaat
vaak tegen het gevoel van iedere eigenaar in en terecht. Natuurlijk is het niet
de bedoeling om telkens als uw hond even ergens van schrikt (een brommer die
ineens hard voorbij komt) hier aandacht aan te schenken. Loop gewoon rustig door
en u laat zien dat er niets is om bang van te zijn: uw hondje zal snel
herstellen. Anders is het echter als uw pup niet van zijn schrikreactie herstelt
of bijvoorbeeld erg angstig is voor onweer. Er wordt nog altijd geadviserd dat u
de pup dan moet negeren en als hij dan onder de kast kruipt, u hem gewoon moet
laten gaan. Doe dit alstublieft niet, want u leert uw pup dat hij bij angst niet
op u hoeft te rekenen! Neem de pup gewoon bij u en blijf rustig TV kijken, een
boek lezen of iets dergelijks, maar laat hem wel weten dat hij bij u in de buurt
nergens bang voor hoeft te zijn. U bent immers de leider, u zorgt voor
bescherming en veiligheid. In de praktijk maken we vaak mee dat eigenaren die
het advies om angst van hun hond te negeren hebben opgevolgd, een hond hebben
die als hij los is en ergens van schrikt, wegrent. Immers, de eigenaar heeft de
hond genegeerd toen hij bang was, daar hoeft de hond niets van te verwachten.
Eigenaren die hebben laten weten er te zijn voor hun pup/hond, ervaren dat de
hond die ergens van schrikt heel snel naar de eigenaar toe komt en dat is zowel
voor de veiligheid als voor het welzijn van uw hond wel zo prettig.

Waaraan moet een goede hondenschool volgens het PVH minimaal aan voldoen:
- alle instructeurs hebben minimaal het diploma Kynologisch Instructeur en
worden jaarlijks bijgeschoold
- de hondenschool werkt samen met een gediplomeerde en bijgeschoolde
gedragstherapeut
- er worden 1 of meerdere theorieavonden/blokken gegeven om de eigenaren meer
kennis en inzicht te geven over onderwerpen zoals: gedrag, communicatie,
straffen/belonen enz.
- maximaal 8 cursisten in een groep
- slipkettingen, wurglijnen, prikbanden, anti trektuigen enz. zijn verboden
materiaal
- de gebruikte methode moet voor de meeste eigenaren en honden gemakkelijk
uitvoerbaar zijn
- de gebruikte methode mag geen angst en/of agressie opwekken
- er wordt in een groep gewerkt maar de cursisten krijgen advies op maat
- er is een duidelijk onderscheid tussen opvoeden (bijv. wandelen zonder
trekken) en trainen (bijv. volgen)
- gewenst gedrag wordt beloond en ongewenst gedrag wordt op een positieve manier
omgebogen naar gewenst gedrag
Let op: In Nederland kan iedereen een hondenschool beginnen, niemand
hoeft daar een diploma voor te hebben of ook maar iets geleerd te hebben over
hondengedrag. Ook mag iedereen zich gedragstherapeut noemen, of deze persoon
daar wel of niet een opleiding voor heeft gevolgd. Kijk op de website of er
staat waar en wanneer men een diploma/certificaat heeft gehaald en bijgeschoold
is. Staat dit niet vermeld op de site, vraag er dan naar voordat u zich
inschrijft of een afspraak maakt. Soms worden de klanten bewust misleid en heeft
men staan dat er bij een bepaalde instelling een opleiding is gevolgd, dit zegt
echter niets over het behalen van een certificaat f diploma van deze opleiding!

Zindelijk maken
Neem een pup direct mee naar buiten als deze heeft gegeten, gedronken,
gespeeld of geslapen. Prijs het dier als hij zijn behoefte op de gewenste plek
doet. Normaal gesproken zal een pup ergens tussen de drie en zeven maanden in
staat zijn om aan te geven dat hij iets moet doen en langzamerhand zal hij dit
ook wat langer kunnen ophouden. Straf de pup NOOIT als hij binnen zijn behoefte
doet: een pup doet dit niet express en niet om u dwars te zitten, maar gewoon
omdat hij iets moet doen. Ruim het gewoon op en let de volgende keer beter op.
Een bench kan een hulpmiddel zijn om te zorgen dat uw pup niet overal zijn
behoefte doet als u er niet bij bent. Laat u goed voorlichten hoe u het blijven
in de bench moet aanleren.


Alleen leren zijn
Natuurlijk moet een hond alleen kunnen zijn zonder alles te vernielen of de
buurt wakker te blaffen. Dit zal bij de ene pup/hond sneller lukken dan bij de
ander. Dit heeft niets te maken met ras of geslacht maar alles met de
zelfverzekerdheid van de pup/hond en de veiligheid van de omgeving . Besef dat
het voor de pup/hond heel onnatuurlijk is om alleen achter te blijven. De hond
is een roedeldier en van nature nooit alleen. Daarom: neem er de tijd voor.

Betrek kinderen bij de opvoeding van een nieuwe pup, maar voorkom dat kinderen de hond bang maken door wild gedrag. Laat een klein kind nooit alleen met een hond en laat een slapende hond met rust. Belangrijk is daarom dat de hond zijn eigen plek heeft waar hij zich kan terugtrekken en niemand hem stoort. Op zijn vroegst vanaf de leeftijd van 12 ŕ 16 jaar, afhankelijk van de persoonlijkheid van het kind en het formaat en het temperament van de hond, kunnen kinderen de verantwoordelijkheid dragen van een goede omgang met hun hond. Tot die tijd kunnen kinderen de hond dus ook niet alleen uitlaten

Hulpverlening aan huis of vanuit de praktijk
Vertoond uw hond ongewenst gedrag, dan is er een mogelijkheid om
professionele hulp in te roepen van een kynologisch gedragstherapeut voor
honden. Een steeds grotere groep hondenbezitters maakt gebruik van deze vorm van
hulpverlening. Maar wat houdt gedragstherapie in en wat is een goede werkwijze
om gedragsproblemen op te lossen.?
Hulpverlening aan huis of vanuit de praktijk
In het kort houdt gedragstherapie voor honden het volgende in: u krijgt
individuele hulp en begeleiding om het probleemgedrag van de hond te verhelpen.
Het kan hierbij gaan om allerlei vormen van gedrag dat door u als probleem wordt
ervaren, zoals niet alleen kunnen zijn, agressie naar mensen of andere honden,
onzindelijkheid, najagen van fietsers enzovoort.
Hierbij is het mogelijk dat de gedragstherapeut werkt vanuit de eigen praktijk
en u daar met de hond ontvangt, maar meestal zal de gedragstehrapeut bij u op
huisbezoek komen. Het grote voordeel van begeleiding in de thuissituatie is dat
de hond in zijn eigen territorium (zowel binnen als buiten) door de
gedragstherapeut geobserveerd kan worden en de hulp individueel, specifiek op de
eigenaar - hond combinatie gericht is. Overigens wordt het geven van een
telefonisch consult door de meeste therapeuten in de branche als niet wenselijk
beschouwd. Wel is het gebruikelijk om na een eerste consult verder telefonisch
contact te onderhouden met de gedragstherapeut.

Anamnese
Het werk van een gedragstherapeut begint altijd met het afnemen van een
uitgebreide en gedegen anamnese (= voorgeschiedenis van het probleemgedrag).
Tijdens een uitgebreid vraaggesprek – al of niet voorafgegaan door een
schriftelijke vragenlijst - verzamelt de gedragstherapeut niet alleen gegevens
over het probleemgedrag zelf (hoe vaak, tegen wie of wat gericht, sinds wanneer
etc.), maar ook gegevens over het gedrag van de hond in andere situaties.
Daarnaast wil de therapeut ook informatie over de manier waarop u met de hond
omgaat (uitlaten, voeding, training, straffen en belonen etc.) en de herkomst
van de hond.
Op deze wijze worden systematisch de gegevens verzameld om een zo compleet
mogelijk beeld te krijgen van het (probleem)gedrag, het karakter van de hond en
de wijze waarop u met de hond omgaat. De gedragstherapeut zal vervolgens het
probleemgedrag zelf moeten observeren: u schakelt uiteindelijk niet voor niets
een professionele gedragstherapeut in. De gedragstherapeut zal ook de relatie
tussen u en de hond en tussen eventuele overige gezinsleden en de hond, en
indien nodig met andere honden binnen het gezin testen.
Diagnose en therapie
Nadat alle zaken op een rijtje gezet zijn, zal de gedragstherapeut aan u eerst
de oorzaken van het probleemgedrag uitleggen, gevolgd door de diagnose van het
probleemgedrag. Vervolgens wordt in overleg met u een behandelplan opgesteld.
Het is belangrijk dat u goed inzicht krijgt in het ontstaan van het
probleemgedrag en de factoren die daarbij een rol hebben gespeeld. Vooral
inzicht in de rol die u daarin zelf heeft gespeeld is hierbij erg belangrijk.
Door individueel gerichte adviezen van de gedragstherapeut leert u stapsgewijs
op een andere wijze met de hond om te gaan. U wordt begeleid bij de praktische
uitvoering van therapiegerichte oefeningen. De keuze van de in te zetten
therapiemethoden hangt vooral af van de oorzaak van het probleemgedrag, het
karakter van de hond (waar is hij gevoelig voor, bestaat er kans op agressie?)
en uw relatie met de hond. Wat bij de ene eigenaar - hond combinatie goed werkt,
kan bij een andere combinatie juist niet of zelfs averechts werken!
De kans van slagen van een therapie hangt vooral af van uw motivatie en de mate
waarin u de adviezen opvolgt, maar natuurlijk ook van de kennis en kunde van de
gedragstherapeut. De basis voor succes is dat de eigenaar bereid is tijd te
investeren en geduld op te brengen om met de hond bezig te zijn.
Veel voorkomend probleemgedrag

Agressie naar mensen, agressie naar andere honden, angst, najagen van fietsers/ trimmers en het niet alleen kunnen zijn (blaffen/huilen, vernielen en/of onzindelijkheid als de hond alleen thuis gelaten wordt) zijn de problemen waar gedragstherapeuten het meest mee te maken krijgen, soms is er sprake van een combinatie van problemen.
Misvattingen
Veel mensen denken dat een hond niet meer te veranderen is, vaak denkt men dat de hond ineens vals is geworden of dat hij gestoord is. In 99% van de gevallen is ongewenst gedrag weer om te buigen naar gewenst gedrag. Een van de oorzaken is miscommunicatie tussen mens en hond. Wij bedoelen alles wat wij doen als mens en de hond kan het alleen maar uitleggen als hond. Een voorbeeld: Een hond blaft erg als de bel gaat, de eigenaar zegt telkens ‘het is goed, het is goed’. De eigenaar bedoelt dat er goed volk aan de deur is en dat de hond niet hoeft te blaffen, de hond kent het woordje goed als een beloning en denkt dat de baas erg blij is dat hij blaft. Een andere eigenaar begint te schreeuwen: HOU OP, HOU JE KOP’ en wil hiermee bereiken dat de hond stil wordt. De hond hoort alleen de herrie maar kent de betekenis van de woorden niet en denkt: ‘Fijn baas, we jagen ze samen weg!’ Zo eenvoudig kan miscommunicatie ontstaan en daarmee houden we het ongewenste gedrag zelf in stand.
Samenwerking met dierenarts
Professionele gedragstherapeuten zorgen voor een goede samenwerking met
dierenartsen. Ze dienen steeds bedacht te zijn op een mogelijke lichamelijke
oorzaak voor het probleemgedrag. Als hier aanwijzingen voor zijn zal een cliënt
eerst worden doorverwezen naar de eigen dierenarts voor een lichamelijk
onderzoek. Verder moet uiteraard voor eventuele medicatie of (chemische)
castratie verwezen worden naar de dierenarts. Meestal vindt deze plaats in goed
overleg met de gedragstherapeut.
Ook verwijzen dierenartsen eigenaren van honden met probleemgedrag door naar een
gedragstherapeut. Hoe vroegtijdiger dit gebeurt, hoe sneller en eenvoudiger het
probleem te verhelpen zal zijn!
Zeker is dat in veel gevallen, met behulp van gedragstherapie, herplaatsing of
zelfs euthanasie voorkomen kan worden.
Opleidingen
Opleidingen Kynologisch Gedragstherapeut
- Cursuscentrum Dierverzorging Barneveld (CDB) in samenwerking met
Kynologisch Centrum Quiebus
- Dogvision
- Martin Gaus Academie
Er zijn twee organisaties waarbij gediplomeerde gedragstherapeuten zich
kunnen aansluiten
- Alpha, vereniging voor gedragstherapeuten van honden, die opgeleid zijn
bij Dogvision en Gaus Academie
- Quiebus, licentiesysteem voor gediplomeerde en jaarlijks bijgeschoolde
gedragstherapeuten voor honden, die opgeleid zijn bij het CDB en geen gebruik
maken van correctiemateriaal
Literatuur
Landsberg, G., Hunthausen, W., and L. Ackerman, 2003 (second edition).
Handbook of Behavior Problems of the Dog and the Cat. Saunders, Elsevier Science Limited; isbn 0-7020-2710-3
Askew, H.R., 2003 (second edition).
Treatment of Behavior Problems in Dogs and Cats. A Guide for the Small Animal Veterinarian.
Blackwell Science; isbn: 140 510 6204
DECEMBER 2011