Onzindelijkheid en
markeren met urine
Agressie
Ongewenst krabgedrag
Kat
en andere dieren
Kat en
kinderen
Psychologische huidproblemen
Katten in de tuin
Kattengedragstherapie: problemen zijn er om opgelost te worden
stress bij katten
BABY OP KOMST terwijl u ook
katten hebt
Katten in een verhuizing

Wat wij in het geval van katten vaak gedragsproblemen noemen, zijn voor de kat
in het algemeen natuurlijke gedragingen. Ze vinden echter plaats in een
ongeschikte omgeving, waardoor deze natuurlijke gedragingen van de kat voor de
eigenaar als ongewenst worden ervaren. Meestal treedt zo'n gedragsprobleem op
als de kat zijn natuurlijke gedrag onvoldoende kan uitvoeren en/of als hij
gedwongen wordt zijn territorium te delen met een soortgenoot.
Vaak wordt gedacht dat een kat wraak neemt door ongewenst gedrag. Is de eigenaar
enkele dagen weinig thuis geweest en heeft de kat in huis geplast, dan is de
kans groot dat de bak minder schoon gehouden werd dan gewenst. Dit kan voor de
kat al reden zijn om onzindelijk gedrag te vertonen. Van wraak is dan geen
sprake. Het heeft hierbij dus geen zin om de kat te straffen voor het
onzindelijke gedrag. De kat kan daar namelijk stress door ervaren, die mogelijk
al meespeelt in de oorzaak van de onzindelijkheid. Het kan beter opgevat worden
als een signaal dat er iets mis is met (de omgeving van) de kat.
Onzindelijkheid en markeren
met urine
Plassen en/of poepen op meerdere plaatsen buiten de kattenbak is voor de
eigenaar ongewenst, maar kan normaal (natuurlijk) gedrag voor de kat zijn. Zowel
katers als poezen kunnen plassen naast de bak of sproeien in huis. Er kan een
lichamelijk probleem zijn, mogelijk vindt de kat zijn kattenbak niet prettig of
zijn er veel buurtkatten waardoor er stress ontstaat. Vaak is het gedrag te
verklaren en oplosbaar. Lees meer over de oorzaken en behandelmethodes van
onzindelijkheid en sproeien:
lees verder

Agressie
Blazen, grommen, slaan of bijten kunnen uitingen zijn van agressie. Er zijn
vele soorten van agressie; zo zijn er katten die spelagressie vertonen, maar ook
katten die territoriale agressie vertonen. Belangrijk is om de verschillende
soorten te kunnen onderscheiden, omdat de reden voor het optreden van het gedrag
en ook de aanpak afhankelijk zijn van de soort agressie. Een juiste omgang met
kittens kunnen een aantal vormen van agressie voorkomen. Lees meer over
agressie: lees verder

Ongewenst krabgedrag
Katten krabben om hun nagels te verzorgen, maar ook om te communiceren.
Tijdens het krabben laten ze een soort ‘geuren’ (genaamd feromonen) achter
waarmee ze hun territorium kunnen markeren. Deze markeerplekken zijn vaak
strategisch gekozen; bij ramen, deuren, traptreden, overal waar mensen en dieren
veel langslopen. Het enige krabpaaltje ergens achterin de kamer verstoppen is
dus niet zo handig; dan kiest hij liever voor de bank die strategisch in de
woonkamer staat. Een kat heeft behoefte aan meerdere krabplaatsen, zowel
krabplaatsen waarbij hij zich kan uitrekken en staand kan krabben, als plekken
waar hij horizontaal kan krabben, zoals een kokosmat. Zorg dat de krabpaal
stevig staat, maak hem af en toe aantrekkelijk met bijvoorbeeld kattenkruid. Als
de kat al gekozen heeft voor het bankstel of een kast, dan is het belangrijk om
tijdelijk die plekken te blokkeren en een aantrekkelijke krabpaal in de buurt te
zetten.

Kaallikken
Het overmatig wassen van de vacht kan leiden tot kale plekken of zelfs tot
open wonden. Net als bij onzindelijkheid geldt voor dit probleemgedrag dat
medische oorzaken eerst uitgesloten moeten worden. Indien er geen medische
oorzaken zijn, kan de kat dwangmatig gedrag hebben ontwikkeld. Stress kan een
oorzaak zijn die hierin een rol speelt. Dit soort problemen kunnen hardnekkig
zijn en overleg tussen eigenaar, dierenarts en gedragstherapeut is belangrijk om
het probleem op te kunnen lossen.

Katten in de tuin van de buren
Voor een kat is niets heerlijker dan in het zonnetje liggen en naar vogels
te kijken. Naast luieren en jagen, zullen katten ook plekken in de tuin markeren
door krabben of zelfs door sproeien. Ze kunnen de tuin ook gebruiken als
kattenbak. Als de kat buiten zijn eigen tuin kan komen, kiezen ze echter vaak de
tuin van de buren als kattenbak of sproeiplaats omdat deze tuin aan hun
territorium grenst. Dit ongewenste gedrag is moeilijk beïnvloedbaar, aangezien
de eigenaar niet weet wanneer de kat het gedrag vertoont. Misschien is de tuin
van de buren wel aantrekkelijker door bepaalde planten, goed losgeharkt aarde,
een zandbak of schuilplaatsen. Overleg met de buren welke kat dit doet en kijk
hoe u als eigenaar uw verantwoording daarin kunt nemen. Dit voorkomt burenruzie
en extreme maatregelen van de buren waar de kat van kan schrikken of zelfs
gewond van kan raken.
Binnenkort meer over het weren van katten uit je tuin en manieren waarop katten
in hun eigen tuin gehouden kunnen worden.
Onder huisvesting staat meer over het dilemma tussen buiten- en binnenkatten, de
manier waarop katten toegang tot buiten kunnen krijgen en de gevaren van giftige
planten lees verder.

Kat
en andere dieren: goede introductie voorkomt problemen
Katten worden vaak samengehouden met andere huisdieren; samen met een hond,
een vogel, konijn of een klein knaagdier. Veel katten sluiten vriendschap met de
hond in huis, er zijn zelfs katten die prima samen kunnen leven met konijnen of
vogels. Toch zijn er wel aandachtspunten om een kat samen te houden met andere
huisdieren.
Als roofdier heeft de kat het instinct om achter bewegende kleine dieren aan te
gaan. Dit betekent dat een fladderende vogel, een rennende hamster of een
springend konijn aangevallen kan worden door een kat. Als katten als jonge
kitten opgroeien met deze huisdieren en niet leren jagen van hun moeder, is de
kans groter dat de kat kan samenleven met het andere dier zonder dat deze gevaar
loopt. Maar het is altijd belangrijk om te realiseren dat het instinct om iets
wat beweegt na te jagen, in elke kat zit. Een kat mag dus nooit alleen gelaten
worden met losvliegende parkieten of loslopende muizen. De kat is zelf dus een
roofdier, maar kan ook als prooi gezien worden door grotere dieren, bijvoorbeeld
een hond. Een hond kan soms prima in huis leven met de eigen kat in huis, maar
buiten achter katten aanjagen. Vaak gebeurt dat alleen als katten bewegen.
Als katten samen gaan wonen met andere dieren, is het belangrijk om ze
voorzichtig onder begeleiding kennis te laten maken. Voorkom dat de kat gaat
najagen of dat de kat zelf nagejaagd wordt. Als een kat moet wennen aan een hond
is het belangrijk om de hond de eerste keren aan te lijnen of in een bench te
plaatsen. Beloon rustig (niet agressief gedrag) bij beide dieren. Als je merkt
dat het goed gaat kun je het los proberen. Pas als het langere tijd goed gaat
tussen de kat en de hond, kunnen ze zonder toezicht bij elkaar gelaten worden.
Het is wel altijd heel belangrijk dat de kat kan vluchten naar een hogere plek,
veilig weg van de hond.
Als een kat moet wennen aan vogels of bijv. muizen, is het altijd verstandig om
deze kleine dieren in een kooi te laten en ze nooit alleen te laten. De kat
blijft een roofdier en de kleine dieren blijven zich als prooidier gedragen;
snel wegrennen bij gevaar. De kat moet leren niet op de kooi te liggen en de
dieren met rust te laten.

Kat en
kinderen: omgangsregels voorkomen problemen
Kinderen en katten kunnen de beste vrienden zijn. Maar zowel de kat als het
kind moeten leren met elkaar om te gaan. Kinderen moeten leren een kat te
respecteren en de kat niet steeds op te tillen en mee te slepen. Katten moeten
leren dat kinderen leuk zijn; veel katten die niet opgegroeid zijn met kinderen
zijn bang voor ze omdat kinderen zich anders gedragen dan volwassenen.
Uit onderzoek weten we dat kinderen die respectloos met dieren omgaan dat later
ook doen met mensen en kinderen die opgroeien met dieren eerder sociaal gedrag
ontwikkelen. Kortom; het is belangrijk dat ouders kinderen goed begeleiden met
hun kat. Op de website www.kinderenendieren.nl staat voor kinderen in foto’s
uitgelegd wat ze wel en niet met een kat mogen doen. Ook voor de ouders staat er
informatie over de omgang tussen kat en kind. In het kort een paar tips: laat
kinderen niet met handen spelen maar met speelhengels, leer kinderen de signalen
van een kat die niet aangehaald wil worden, zorg dat de kat op hoge plek kan
ontkomen.

Kattengedragstherapie: problemen zijn er om opgelost te worden
De meeste katteneigenaren denken dat hun kat niet kan leren en moeten lachen
bij het idee van een kattengedragstherapeut. Als we wat langer stil staan bij
het idee realiseren we ons dat de kat juist heel slim is; hij vertelt ons door
middel van miauwen wanneer er eten moet komen en met krabben aan de deur dat hij
naar buiten wil.
Voor ongewenst gedrag zoals onzindelijkheid, bijten en krabben naar mensen,
ruzie tussen katten of angstproblemen kunnen mensen hulp zoeken om het
probleemgedrag te verhelpen. Een kattengedragstherapeut is een deskundige die
geschoold is in het achterhalen van de oorzaken van het gedrag, kennis heeft van
de gedragsveranderende technieken en samen met u een stappenplan opstelt.
Kattengedragstherapeut is geen beschermd beroep. Dit betekent dat iedereen zich
zo mag noemen. Voor een katteneigenaar is het dus belangrijk om een
gediplomeerde kattengedragstherapeut te zoeken. In de werkgroep katten van nemen
twee organisaties deel die de kwaliteit van kattengedragsdeskundigen bewaken
Tinley en Stichting KGK (www.tinley.nl en www.kattengedragstherapeuten.nl). Hier
kunt u gediplomeerde en ervaren gedragstherapeuten vinden. Buiten deze
organisatie zijn er ook zelfstandige gediplomeerde gedragstherapeuten voor
katten werkzaam. Vraag altijd naar diploma’s en/of een verwijzing via uw
dierenarts.
Eline Teygeler /Tinley gedragstherapeut voor dieren
06-09-2011