Jonge dieren

Geboorte
Nog bij de moeder
Socialisatie
Naar een nieuwe eigenaar

Geboorte

Hier kunt u een dia serie zien van de dekking en de geboorte dia's  Linda Beumer

Voorbereidingen
Het is aan te raden om de poes tijdens de laatste weken van de dracht alvast te laten wennen aan de plek waar de bevalling moet plaatsvinden. Meestal is dat een stevige, schone doos, die in een rustige, tochtvrije en goed te verwarmen ruimte moet staan. De opstaande randen zorgen ervoor dat de kittens er de eerste weken niet uit kunnen klimmen. Een laag kranten op de bodem, afgedekt met zachte, uitwasbare lappen, is heel geschikt om tijdens de bevalling het vruchtwater te absorberen. Het kan overigens gebeuren dat de poes uiteindelijk een andere plek kiest om te werpen die haar beter bevalt.

Ontsluitingsfase
Wanneer de geboorte nadert, gaat de poes op zoek naar een rustig plekje om te kunnen bevallen. Een naderende geboorte wordt soms niet door de eigenaar opgemerkt en de poes kan de omgeving plotseling verrassen met een nest kittens op bed of in de linnenkast. Houd haar daarom goed in de gaten tegen het einde van de dracht. Tijdens de ontsluitingsfase treden de weeën op en bewegen de kittens langzaam naar het geboortekanaal. Er zijn poezen die heel graag willen dat hun eigenaar bij de bevalling aanwezig is en zij stoppen zelfs met baren als deze even de kraamkamer verlaat.
Meestal zal de geboorte daarna probleemloos verlopen en de meeste poezen werpen hun kittens zonder enige hulp. Op het moment dat de kittens het levenslicht zien, zijn er eigenlijk maar vier zaken van belang: warmte, rust, optimale hygiëne en (vooral) geduld.

Benodigdheden
Het is erg vervelend pas tijdens de bevalling te ontdekken dat u bepaalde benodigdheden niet bij de hand heeft. Zorg daarom dat alle dingen die u dan nodig zou kunnen hebben ruim van tevoren bij de werpdoos klaarliggen. Een geheugensteuntje: handdoeken als schoon nestmateriaal, washandje, afvalemmer, weegschaal, fotocamera en telefoonnummer (dienstdoende) dierenarts.

Uitgerekende datum
De dracht van een poes duurt gemiddeld 64 dagen. Wanneer de geboorte zich vóór de 59ste dag aankondigt, is de kans groot dat de kittens niet levensvatbaar zijn. Het kan echter ook gebeuren dat de geboorte langer op zich laat wachten. Als men zeker van de dekdatum is en er zijn er op de 70ste dag na de eerste dekking nog geen tekenen van een naderende geboorte te zien, dan is het raadzaam de dierenarts in te schakelen. De grootte van de worp kan variëren van één tot zeven kittens. In de helft van de gevallen worden vier à vijf kittens geboren.

Uitdrijvingsfase
Dit betekent dat er een kitten door de baarmoedermond in het geboortekanaal (het bekken) is gedreven. De persweeën worden opgewekt doordat een kitten de baarmoedermond is gepasseerd. Het moment waarop de poes begint te persen is het begin van het uitdrijvingsproces en dit bestaat uit het krachtig samentrekken van de buikspieren. De kat laat dat goed zien. Tijdens de persweeën strekken en ontspannen de achterpoten zich. Sommige katten veranderen van positie om optimaal te kunnen persen. De druk die hierdoor in de buikholte ontstaat, zorgt ervoor dat de kitten langzaam naar buiten wordt geduwd. Omdat het geboortekanaal moet worden opgerekt, neemt dit proces bij de eerste kittens wat meer tijd in beslag. Ook spelen de grootte en de ligging van de kittens een rol bij het verloop en de snelheid van de uitdrijving. Vaak wordt voorafgaand aan het kitten een vochtblaas gezien. Laat deze intact.

Tijd tussen de kittens
Als er eenmaal een kitten is geboren, duurt het gemiddeld drie kwartier voordat de volgende komt. Het kan zelfs voorkomen dat er enkele uren (tot wel acht uur) tussen opeenvolgende kittens zitten. Dit is niet verontrustend, mits de poes er rustig bij ligt en niet continu aan het persen is. Kittens kunnen zowel in kop- als in stuitligging geboren worden. Het kan in beide gevallen voorkomen dat het de poes heel veel moeite kost het jong eruit te persen. Duurt het langer dan een paar persweeën, dan kan de poes geholpen worden door tijdens een perswee voorzichtig mee te trekken. Een washandje is dan een nuttig hulpmiddel om maximale grip te krijgen. Hulp is eigenlijk alleen nodig bij het eerste kitten, een erg groot jong of bij een poes met weeënzwakte.

Nazorg
Wanneer er een kitten is geboren, zal de moederpoes zelf het kitten uit de vruchtvliezen bevrijden en het schoon te likken, waarbij de navelstreng wordt doorgebeten. Als de poes geen aanstalten maakt om de vliezen kapot te bijten, moeten deze met de hand wordt verwijderd anders zullen de kittens namelijk stikken in de vliezen. De vliezen zijn vrij gemakkelijk met de vingers uiteen te scheuren zodat het kitten snel vrij komt. Het navelstrengetje, waarmee het jong aan de moederkoek(placenta of nageboorte) vastzit is met de vingernagels te kneuzen en voorzichtig los te halen met de vingers. Zorg dat het breekpunt van de navelstreng enkele centimeters van de buikwand verwijderd is. Het is ook mogelijk de navelstreng met een schaar door te knippen, maar dan dient de streng met garen (bv. flosdraad) te worden afgebonden. Dit is een tijdrovende en nauwkeurige bezigheid en het draadeindje kan de moederpoes er later toe zetten om deze met navelstreng er af te trekken. Laat de moederpoes bij het volgende kitten wel weer zelf proberen om de vliezen zelf te openen, mogelijk dat het dan wel weer op de natuurlijke wijze gebeurt.
Een pasgeboren kitten kan veel slijm in de keel hebben. Dit uit zich in gerochel en benauwdheid. Het kitten kan geholpen worden door het vocht bij het neusje en uit het bekje weg te vegen met een washandje en/of wattenstaafje. Glibberige kittens kunnen met behulp van een washandje makkelijker worden vastgepakt.
Er bestaat een heel klein risico dat de moederpoes de navelstreng te kort afbijt of losscheurt, waardoor een navelbreuk kan ontstaan. Indien mogelijk kan de navelstreng worden afgebonden met (flos)draad. Lukt dit niet, klem dan de stomp dan met de vingers stevig af en vraag aan de dierenarts of het eventueel gehecht moet worden.
Een poes eet, net als veel andere dieren, de nageboorten op. De poes hoeft niet alle nageboorten op te eten. Bij extreem grote nesten (6 tot 8 kittens) zien we dan wel eens diarree. We weten dat de opgegeten nageboorten een bijdrage leveren aan de energie die de moederpoes goed kan gebruiken. Ze zijn gelukkig licht verteerbaar. Het is belangrijk goed te controleren of er met iedere kitten een complete nageboorte afkomt. Wanneer er (een deel van) een nageboorte in het lichaam achterblijft, kan dit leiden tot een baarmoederontsteking.

Omgevingstemperatuur
De temperatuur in de doos waarin de kittens ter wereld komen, moet niet te koud zijn. Moederloze kittens moeten verwarmd worden, maar een moeder met kittens in een (te) warme werpkist kan ertoe leiden dat de moederpoes haar nest gaat verslepen naar een koelere plek. Bovendien liggen de kittens in een warm nest verspreid uit elkaar. Ze moeten elkaar en de poes steeds gaan opzoeken en dat geeft onrust.
Kittens moeten direct de kans krijgen om moedermelk te drinken omdat onderkoeling snel kan optreden. Dit vormt één van de belangrijkste oorzaken van kittensterfte. Onderkoeling treedt ook op als een zwak of afwijkend kitten van de nestgenoten afdwaalt en niet meer op eigen kracht de kluwen broers en zussen kan bereiken. Soms werkt de moederpoes daar actief aan mee en verstoot zo het kitten. Dit is een vorm van natuurlijke selectie, zodat alleen de sterkste kittens kunnen overleven. Laat in zo een geval het kitten onderzoeken en, als er ernstige afwijkingen worden geconstateerd, eventueel inslapen.
Een pasgeboren kitten zal, zodra het de kans krijgt (de moeder rustig ligt) proberen te drinken. De melk die de moederpoes de eerste dagen produceert geeft de kittens antistoffen mee en stimuleren de darmpjes van de kittens. Bovendien zorgt zuigen aan de tepels voor samentrekkingen van de baarmoeder. Eventueel nog aanwezige kittens worden daardoor sneller geboren, de nageboorten afgedreven en de baarmoeder zal voorspoedig krimpen. Geef daarom de moeder en kroost zoveel mogelijk rust en de gelegenheid te zogen.

Gezondheid van de moederpoes
Na de bevalling is de moederpoes vanzelfsprekend vermoeid. Ze zal rustig en tevreden blijven liggen en de kittens de gelegenheid geven om te drinken. Het kan echter voorkomen dat er een kitten in de baarmoeder is achtergebleven of dat baarmoeder en/of geboortekanaal beschadigingen hebben opgelopen. Hierdoor kan langdurig bloedverlies uit de vagina optreden. Dan is een bezoek aan de dierenarts nodig. Tenslotte is de moederpoes vooral in de periode vlak na de geboorte gevoeliger voor infecties. Tijdens de zoogperiode kunnen één of meer melkklieren ontstoken raken. Een ontstoken melkklier is warm, hard, gezwollen en pijnlijk. Soms komt er melk uit van wisselende vloeibaarheid en met een afwijkende, donkergele of geelrode, kleur. Een melkklierontsteking kan gepaard gaan met (hoge) koorts.

Eerste dagen
Bij de geboorte wegen kittens, afhankelijk van het ras, tussen de 85 en 120 gram. Gedurende de eerste levensweken is een gewichtstoename van ongeveer 100 gram per week wenselijk. In de meeste gevallen is het geboortegewicht op een leeftijd van tien dagen verdubbeld. Dat betekent dat de dagelijkse groei deze eerste dagen gemiddeld tien procent van het geboortegewicht bedraagt. Katertjes zijn zwaarder en groeien sneller, waardoor ze op een leeftijd van negen weken al ongeveer 100 gram zwaarder zijn dan poesjes. Hoewel het leuk is om een nest te zien groeien, is het niet strikt noodzakelijk om de kittens te wegen als ze tevreden lijken en steeds gevulde buikjes hebben. Een hongerig kitten jammert (met een geluid dat lijkt op zeemeeuwen) en valt in achter de ribben. Wil het diertje niet drinken of lukt het slecht, laat het dan onderzoeken op afwijkingen.
Wees terughoudend in het toedienen van kunstmelk. De moederpoes produceert zoveel melk als door de kittens gevraagd wordt. Krijgt een deel van het nest kunstmelk, dan maakt ze voor zoveel jongen minder melk aan. De beste stimulatie verkrijgt men door de krachtigste kittens een paar keer per dag te wekken en aan te leggen. Mochten ze eigenlijk nog voldaan zijn van de vorige maaltijd, dan zullen ze toch troost zoeken bij de tepel, een paar teugen doen en daardoor de melkklieren stimuleren. Dat vormt weer een extraatje voor de zwakste kittens. Moederloze kittens zijn volledig afhankelijk van kunstmelk, maar ook voor hun gezondheid is een pleegmoeder met echte kattenmelk te prefereren boven kunstmelk. Helaas lukt het niet vaak om zo een moeder te vinden.
Wanneer een kitten wat groei betreft goed op schema ligt, gaan de oogjes gemiddeld na zeven tot twaalf dagen open en de gehoorgangen na ongeveer twaalf dagen.

Nog bij de moeder
De eerste twaalf levensweken van een kitten zijn heel belangrijk. In deze periode wordt de basis gelegd voor het gedrag dat hij/zij zijn/haar verdere leven zal vertonen. Daarom is het van groot belang uw kittens in deze maanden zorgvuldig te begeleiden. Vanaf de tweede levensweek begint het kitten zijn omgeving te verkennen. Het doet allerlei nieuwe ervaringen op en maakt kennis met diverse dingen die van belang zijn voor het verdere leven. De basis van elementaire zaken zoals zindelijkheid, gehoorzaamheid en sociaal gedrag wordt nu gelegd. Deze periode duurt ongeveer tot de zevende levensweek. Het is de belangrijkste fase in het leven van een kat en wordt inprentingsfase of 1e socialisatieperiode genoemd. Alles wat er in deze weken misgaat, is later moeilijk te herstellen.

Socialisatie
De eigenaar moet er dan ook voor zorgen dat de kittens juist in deze weken op een positieve en katvriendelijke manier in aanraking komen met uiteenlopende situaties: het gezelschap van volwassenen en kinderen, andere dieren, vreemde voorwerpen, geluiden, kammen en borstelen, onderzoek door de dierenarts enzovoort. Wanneer een kitten in de inprentingsfase ergens mee in aanraking komt, zal het hiervoor in het latere leven niet bang meer zijn, omdat het dan bekend voorkomt. Omgekeerd geldt hetzelfde: wat een kitten in de eerste levensweken niet heeft leren kennen, zal later onbekend en dus beangstigend zijn. Kittens die vaak in mensenhanden zijn genomen, blijken, eenmaal volwassen, veel vriendelijker te zijn dan katten die deze ervaring niet hebben gehad. Het is in verband met gedragsproblemen op latere leeftijd beslist af te raden een kitten zonder nestgenootjes te laten opgroeien. Ook voor een moederloos kitten is gezelschap van andere katten beslist noodzakelijk voor een gezonde geestelijke en emotionele ontwikkeling.
Op het moment dat de kittens het nest beginnen te verlaten, moet al een kattenbak in de buurt worden geplaatst. Dit moet een bakje of schaal zijn met een lage rand waar de kittens gemakkelijk overheen kunnen klimmen. Ze zullen hier snel gebruik van gaan maken en als vanzelf het graafgedrag vertonen waarmee ze hun ontlasting en urine ‘opruimen’. De kittens moeten ook geleidelijk wennen aan kammen, het schoonmaken van de oogjes en het inspecteren van de mondholte. Langhaarkittens kunnen regelmatig (bijvoorbeeld wekelijks) eventjes worden geföhnd, zodat ze eraan gewend zijn als ze een keer gewassen moeten worden. Wassen mag overigens uitsluitend op doktersvoorschrift gebeuren, want het ontneemt de kat in feite zijn identiteit (lichaamseigen geur).

Naar een nieuwe eigenaar

Slaap- en eetgerei
Een kitten moet de eerste nachten in het nieuwe huis kunnen doorbrengen in een (vertrouwd) mandje of een doos met opstaande randen. Zet deze in de kamer op een rustige, tochtvrije plaats. Het kitten zal zich met een eigen, vertrouwd plekje ook meer op zijn/haar gemak voelen als hij/zij overdag alleen thuis moet blijven. Een kitten hoeft niet perse van een schoteltje of een bord te eten. Het is ook heel goed mogelijk het vanaf het begin te wennen aan voer- en drinkbakjes met een opstaande rand. Dit voorkomt bovendien het knoeien met eten. Zorg voor niet teveel veranderingen in het begin. En niet alleen huisvesten, dus afgesloten van sociaal contact.

Kattenbak
Het is aan te raden de nieuwe eigenaars wat van de kattenbakvulling mee te geven waaraan de kittens gewend zijn. Dit voorkomt dat ze op hun nieuwe adres plotseling weer onzindelijk worden. In het nieuwe huis moet een kitten een paar keer naar de plaats gebracht worden waar de kattenbak staat. Zo zal het snel aan de veranderde situatie wennen. De kattenbak voor het kitten moet ook in het zicht geplaatst worden en niet helemaal op zolder bijvoorbeeld.

Krabpaal
Kittens zijn speels en verkennen graag hun nieuwe omgeving. Dit gaat vaak gepaard met het scherpen van de nagels. Een krabpaal is een goed alternatief voor de meubels, het behang en de gordijnen. De krabpaal moet op een goed bereikbare plaats staan, waar de kat vaak komt. Een geschikte plek is in de buurt van het slaapmandje of etensbakje. Katten willen namelijk altijd graag even krabben en zich uitrekken na het slapen of op momenten dat de eigenaar bijvoorbeeld bezig is met hun eten. Het wachten op eten is vaak stress opwekkend voor katten, daarom willen ze krabbelen.

Auteur: P. Overgaauw

foto's Nanda Alstede-Schols