
Algemeen
Bengalen zijn aanhankelijke, spinnende, speelse dieren, zeer gesteld op het
gezelschap van hun eigen mensen. Als ze 6 tot 8 weken oud zijn hebben ze al een
sterke band met je, volgen je overal en bemoeien zich ook overal mee, bij
voorkeur liggend in je nek en luid spinnend. Ze zijn heel intelligent, meer dan
enig ander ras. Dit is waarschijnlijk te danken aan hun wilde erfenis: ze
moesten overleven in de jungle. Bengalen zijn heel gevoelig en hebben veel
aandacht nodig. Krijgen ze dat niet al in hun nest, dan kunnen ze schuw worden.
Als je echte vriendschap en liefde wilt in je leven, probeer dan eens een
Bengaal. Maar weet wel dat ze altijd durende liefde en aandacht terugverlangen.

Uiterlijk
Een prachtig sterk dier, middelgroot tot groot, lenig en zeer gespierd. De
achterhand is enigszins hoger dan de schouders. De benen zijn zeer gespierd en
van achter iets hoger dan voor, met grote ronde voeten.
De kop is smal en enigszins rond, en klein in verhouding tot het lichaam. De
oren zijn klein tot middelgroot, breed aan de basis en rond. Tussen de oren zit
voldoende schedelruimte, ze volgen de omlijning van het gezicht. Een duidelijke
duimafdruk is te zien op de oren.
De ogen zijn ovaal, met een lichte amandelvorm en groot. Ze staan wijd uit
elkaar en enigszins schuin richting de oren.
De staart is middelmatig van lengte en dik uitlopend in een afgeronde punt.

Gewicht
3,5 – 9 kg.
Speciale verzorgingseisen
De korte gladde vacht van de Bengaal vraagt weinig verzorging. Een enkele keer
kammen is voldoende.

Oorsprong
In 1963 kruiste Mrs. Jean Mull (USA) welbewust Aziatische Tijgerkatten (Felis
Bengalensis) met gedomesticeerde katten. Zij had hiervoor verschillende
belangrijke redenen:
In die dagen werden wilde katachtigen gebruikt voor de bonthandel. Zogende
tijgerkatten werden, terwijl ze hun kittens verdedigden, doodgeschoten, hun pels
verkocht en hun babies te koop aangeboden in dierenwinkels over de hele wereld.
Kattenliefhebbers kochten deze kleintjes, zich meestal niet bewust van het feit
welk gevaar er schuilt in het houden van wilde dieren als huisdier en de
ellende, die ze veroorzaken voor deze kleine wilde babies. Veel van deze wilde
kittens kwamen later op straat terecht of in dierentuinen.
Jean Mill’s hoop was, dat als ze een huiskat kon creëren met het vel van een
wilde tijgerkat, de handel in wilde kittens zou stoppen (er waren en er zijn nog
altijd mensen, die dromen van een luipaard op schoot !).
Het was een lange weg met veel teleurstellingen en problemen, maar de droom van
Jean Mill is werkelijkheid geworden.
De Bengalen van vandaag (genoemd naar de Felis Bengalensis) hebben de grootte
van een Europese Korthaar kat met prachtige gevlekte of gemarmerde vachten en
veel contrast tussen de tekeningen en de onderkleur.
Karakter is heel belangrijk. De fokkers van vandaag dragen de verantwoording de
Bengalen zo te houden als ze ons door Jean Mill en een kleine groep medestanders
zijn gegeven: Katten met een vriendelijk en aanhankelijk karakter.
De twee belangrijkste dingen die we wensen in onze Bengalen zijn een fijn
karakter en een wilde uitstraling. We hoeven tegenwoordig geen andere rassen
meer in de Bengalen te kruisen (bij de FIFé is dit dan ook verboden), omdat er
genoeg niet aan elkaar verwante dieren zijn. Het steeds maar weer infokken van
andere rassen verdunt het kostbare wilde bloed, dat we juist nodig hebben. In
het verleden waren deze kruisingen onvermijdelijk omdat bij de kruisingen tussen
een tijgerkat en een huis/raskat, de katers onvruchtbaar blijken te zijn tot in
de 2e of 3e generatie. Dat betekent, dat onze Bengalen altijd een beetje hun
wilde voorouders verliezen. De witte vlekken op de oren, de witte strepen in het
gezicht, de witte buik en de kleine oren hebben hiervan het meeste te lijden,
terwijl juist dat de belangrijkste kenmerken zijn van de Felis Bengalensis. De
fokkers van vandaag doen er dan ook wijs aan te proberen zoveel mogelijk van
deze karakteristieken te behouden.

Erfelijke ziektes/ afwijkingen
HCM (Hypertrofische Cardiomyopathie)
PKD (Polycystic Kidney Disease)
Corneal sequestrum

Overige opmerkingen
De kleuren van de Bengaal zijn: zwart, bruin of roestkleurig op een mahonie,
gouden of tankleurige ondergrond. Een ivoorkleurige versie van de Bengaal is de
Sneeuwbengaal. Deze heeft blauwe ogen, terwijl de anderen groene of gele ogen
hebben.
Rasvereniging(en)
Neobengalen (rasclub in Neocat)
auteur en foto's
Nanda Alstede-Schols