Voeding volwassen kat
Voeding drachtige poes
Voeding melkgevende poes
Voeding kittens
Voeding oudere kat
Drinken
Ongewenste zaken

Zelf samengesteld of commercieel
De gemakkelijkste vorm van kattenvoedsel is de zogeheten complete of volledige voeding. Die is zo samengesteld dat ze onder alle
omstandigheden de totale voedingsbehoefte van de kat dekt. Eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen en mineralen zijn allemaal in de
juiste, uitgebalanceerde hoeveelheden toegevoegd. Complete voeding bespaart u veel tijd en moeite en voorkomt dat u te veel of te
weinig voedingssupplementen toevoegt aan voedsel dat u zelf samenstelt. Niet alleen een tekort aan vitaminen en mineralen is slecht voor
de gezondheid van uw poes, te veel van het goede is dat ook. De benaming compleet of volledig is wettelijk beschermd. Als u dit op de
verpakking ziet staan, kunt u ervan uitgaan dat de voeding aan de wettelijke eisen voldoet. Het zegt echter niets over de kwaliteit
van de gebruikte grondstoffen.
Hoeveel voeren?
Op de verpakking van de meeste voeders staat een richtlijn die vaak is afgestemd op het gemiddelde gewicht en energieverbruik van
het dier. Door de kat én de hoeveelheid voer regelmatig te wegen kan de eigenaar controleren of er voldoende en niet te veel wordt
gevoerd. De voedingstoestand van een kat wordt beoordeeld aan de ribben. Als met de vlakke hand de ribben gevoeld kunnen worden, dan is
het dier niet te dik. Steken de wervelkolom of bekkenbeenderen erg uit dan is de conditie te schraal. Als de kat te dik is zijn de ribben
niet voelbaar en kan soms een duidelijk vetschort in de liezen voelbaar zijn.
foto Marylou
Hoe vaak voeren?
Sommige katten kunnen uitstekend zelf de voedselopname reguleren zonder dat ze te zwaar worden. Dit zijn dan meestal katten die
voldoende beweging hebben, dus buiten komen. Ze eten hiervoor over de dag verdeeld telkens kleine hoeveelheden voedsel. Dat betekent dat
voedsel de hele dag ter beschikking kan staan. Dit betreft dan droogbrokjes, aangezien blikvoeding snel bederft. Als men blikvoeding wil
geven, dan kan dat bijvoorbeeld in kleine porties gegeven worden, bijvoorbeeld ’s ochtends en ’s avonds. De hoeveelheid moet bij voorkeur
in één keer worden opgegeten.
Te dikke katten
Katten die voornamelijk binnen zitten en weinig beweging hebben lopen een risico te vervetten. Te dikke katten krijgen last van hun
conditie en worden slomer. Daarnaast kunnen ze allerlei gezondheidsproblemen ontwikkelen en zichzelf niet meer goed wassen en verzorgen.
Er kunnen dan klitten op de rug en de achterhand ontstaan die voorzichtig moeten worden uitgekamd. Indien dit het geval is, vaak na
castratie waardoor de stofwisseling verandert en er minder energie nodig is, moet er beperkt gevoerd gaan worden. Dat wil zeggen dat er
verdeeld over de dag voedsel ter beschikking wordt gesteld en in afgepaste hoeveelheden wordt gegeven. Bij voorkeur wel vaker dan twee
keer per dag. Het is te adviseren dat de kat meer beweging krijgt door bijvoorbeeld actief op zoek te gaan naar zijn voedsel. Dat kan
bijvoorbeeld door speciale balletjes te gebruiken waarin brokjes passen. Ook kunnen kleine beetjes voer op verschillende plaatsen
verstopt worden. In probleemgevallen kan gebruik gemaakt worden van “Light” voeding of vermageringsdieet van de dierenarts. Laat een kat
afvallen door de voergift te verminderen en niet door hem uit te hongeren. Dan moet de kat namelijk zijn vetreserves versneld aanspreken
dat gepaard kan gaan met een levensbedreigende aandoening, namelijk leververvetting.
Kat is vleeseter
De kat is een echte carnivoor. Dat wil zeggen dat ze vlees moet eten om te voorzien in bepaalde behoeften. Plantaardige eiwitten
hebben een lagere biologische waarde dan dierlijke eiwitten. Ze worden minder goed benut. Het is daarom van belang dat in kattenvoeding
de eiwitten uitsluitend of vrijwel uitsluitend van dierlijke oorsprong zijn. Deze informatie kan op de verpakking worden teruggevonden.
foto Marylou
Hoeveel voeren?
Het lichaam van een drachtige poes heeft veel energie nodig om de kittens goed te laten groeien. De dracht duurt gemiddeld negen
weken en in die periode zal de poes meer voedsel nodig hebben dan gewoonlijk. In tegenstelling tot andere zoogdieren neemt het
lichaamsgewicht van een drachtige poes meteen vanaf de eerste dag na de dekking toe. Dat betekent dat ze vanaf dat moment ook meer
voedsel nodig heeft. Over de gehele dracht genomen ligt de gemiddelde gewichtstoename rond de veertig procent. Als de poes altijd
voedsel beschikbaar heeft, kan ze de benodigde hoeveelheid energie verdeeld over de dag opnemen. Erg magere katten kunnen beter met
energierijk voer gevoerd worden om te voorkomen dat de dracht en de daaropvolgende melkgift een te grote aanslag is voor het lichaam.
Een poes met overgewicht kan beter niet gedekt worden en moet eerst afvallen. Anders kan dit een negatieve invloed hebben op het aantal
kittens en zal ze de bevalling moeilijker doorstaan.
Zelf samengesteld of commercieel
Tijdens de laatste 3 weken van de dracht zal de hoeveelheid benodigd voedsel langzaam toe gaan nemen tot anderhalf keer de
gebruikelijke portie. De totale hoeveelheid voedsel valt dus wel mee. Wanneer u de poes voert met relatief ‘volumineuze’ voeding, zoals
natte blikvoeding of vers vlees, kunt u die het beste verdelen over meerdere kleine porties per dag. Een maag die te zeer gevuld is,
oefent namelijk veel druk uit op de steeds voller wordende buikholte en het middenrif. Droogvoer is een goed alternatief. Relatief kleine
hoeveelheden hiervan dekken volledig de energiebehoefte van een hoogdrachtige poes. Het advies luidt om vers vlees altijd vooraf te
koken om eventuele hierin aanwezige ziektekiemen te doden (bijvoorbeeld parasieten, zoals Toxoplasma en Toxocara, bacteriën, zoals
Salmonella en Campylobacter of virussen, zoals het potentieel dodelijk Aujeszkyvirus). Wees er wel van bewust dat dit géén complete
voeding is en zeker geen hoofdbestanddeel van het dagelijkse voedselpakket mag uitmaken. Het is een extra verwenning naast de gewone
droog- of blikvoeding.

Voeding lacterende poes (lactatieperiode)
Na de geboorte is voeding van groot belang. De moederpoes moet de kittens namelijk zogen en verbruikt daarbij veel energie. De eerste dagen kan het nodig zijn haar eten te geven in de ‘kraamdoos’, zeker als u merkt dat ze niet van plan lijkt deze plek te verlaten. In de tweede tot de vierde week van de zoogperiode heeft ze vooral behoefte aan extra energie. De kittens groeien snel en zijn helemaal afhankelijk van de melk die door hun moeder wordt geproduceerd. Daarom is de energiebehoefte van de poes zo hoog. De hoeveelheid voedsel die ze nodig heeft, kan wel drieëneenhalf keer zo groot zijn als gebruikelijk. Hoewel de kittens vanaf de vierde levensweek beginnen met het opnemen van vast voedsel, zal de energiebehoefte van de poes hoog blijven tot het spenen van de kittens op een leeftijd van zeven tot acht weken. In die laatste weken worden de kittens nog gezoogd, terwijl de moederpoes al begonnen is haar lichaamsreserves weer op te bouwen. Het is daarom aan te bevelen de poes een smakelijke, licht verteerbare voeding te geven die veel energie bevat, bijvoorbeeld een calorierijke, prestatievoeding. Het kan geen kwaad wanneer de kittens hiervan mee-eten, maar de kans hierop is klein aangezien zij meestal de voorkeur geven aan de kleine, smakelijke kittenbrokjes. Onbeperkt voedsel aanbieden verdient de voorkeur. Zo kan ze zelf haar energieopname optimaal regelen.
Gebrek aan moedermelk
In hun eerste levensweken drinken kittens uitsluitend moedermelk. Nu kan het wel eens voorkomen dat de moederpoes geen of te weinig
melk geeft (zie ook: moederloze kittens bij ‘Geboorte’). In onfortuinlijke gevallen kan de poes meteen na de geboorte overlijden, zodat
de kittens zonder moeder en dus zonder moedermelk achterblijven. In die gevallen kunt u proberen de kittens over te leggen naar een
andere melkgevende poes. Helaas is zo’n vervangend moederdier maar zelden voorhanden. Meestal zult u de kittens zelf moeten voeden met
kunstmelk.
Flesvoeding
Wanneer u de kittens met de fles wilt grootbrengen, kunt u voor kleine kittens een flesje van 60 milliliter gebruiken. Vaak wordt
dit bij de kittenvoeding geleverd. De opening in de speen moet nét groot genoeg zijn om de melk er langzaam uit te laten sijpelen. De
kitten moet zelf actief drinken: u mag de melk nooit in het bekje spuiten. Als u dat wel doet, kan het in de longen terechtkomen.
Longontsteking als gevolg van verslikken komt daarom vaker voor bij ‘gefleste kittens’.
Kunstmelk
Kunstmatige melkvoeding voor kittens is verkrijgbaar bij dierenarts of dierenspeciaalzaak. U heeft de keus tussen kant-en-klare
kittenmelk in blikjes en poeder dat u zelf moet aanmaken. De samenstelling van poezenmelk wijkt op belangrijke punten af van die van
gewone koemelk. Vooral het eiwit- en energiegehalte verschillen aanzienlijk. Zo is het energiegehalte van koemelk bijvoorbeeld veertig
procent lager dan poezenmelk. Daarom is het niet aan te raden zelf vervangende melk samen te stellen. De kant en- klare producten voldoen
optimaal aan de behoeften van uw kittens. Het voordel van poedermelk is echter dat het in heel kleine hoeveelheden aangemaakt kan worden.
Restjes mogen niet opnieuw worden aangeboden. Ga bij de bereiding van kunstmelk hygiënisch te werk. De zuigflesjes moet u tussen de
voedingen door goed schoonmaken en uitkoken. Op de verpakking van de kunstmelk vindt u precieze richtlijnen voor de hoeveelheid. Globaal
bedraagt die 250 tot 300 milliliter kunstmelk per kilogram lichaamsgewicht per dag (zie het voedingsschema). Deze globale richtlijn gaat
uit van de veronderstelling dat een eventueel aanwezige moederpoes helemaal geen melk (meer) produceert. Vanaf de vierde levensweek kunt
u beginnen met het geven van vast voedsel naast de kunstmelk door kittenbrokjes, geweekt in water, aan te bieden.
Voedingsschema voor moederloze kittens
| Leeftijd in weken | Kunstmelk p. maaltijd/ml | Maaltijden per 24 uur |
| 1 | 2-7 | 9-12 |
| 2 | 7-9 | 9 |
| 3 | 10 | 9 |
| 4 | 10 | 7 |
| 5 | 7 | |
| 6 | 6 |
Massage anusgebied
Een poes likt na het zogen het anusgebied van haar kittens. Ze doet dat om de urine- en ontlastingproductie te stimuleren. Na een
kunstmelkvoeding moet u dit gedrag imiteren door bijvoorbeeld met een gaasje het gebied rond de anus en de onderbuik te masseren. Zonder
deze stimulans zullen de kittens hun ontlasting en urine gaan ophouden. Het spreekt voor zich dat dit vervelende gevolgen kan hebben.
Het contact dat de kittens in het nest hebben door steeds tegen, op en onder elkaar te kruipen, is eveneens een onontbeerlijke stimulans.
Diarree
Kittens die met kunstmelk worden gevoed, kunnen last krijgen van diarree of verstopping. In dat geval mag u beslist niet stoppen met
voeden of de hoeveelheid kunstmelk verminderen. Kunstmatig gevoede kittens zijn namelijk extra gevoelig voor uitdroging. Als er wordt
getwijfeld aan de conditie van de kittens, vraag dan de dierenarts om advies.
Vast voedsel
U kunt de kittens gaan bijvoeren met wat vast voedsel als ze vier weken oud zijn. U kunt de droge brokjes in het begin weken in wat
water. Er zijn speciale, complete kittenbrokjes verkrijgbaar die kleiner zijn dan het gebruikelijke droogvoer voor volwassen katten.
Bovendien zijn ze rijker aan vetten en eiwitten. Op deze wijze zorgt u voor een probleemloze overgang van melk naar vast voedsel.
U kunt de kittens aan het voedsel laten wennen door het op uw vinger aan te bieden en aan hun bekje te smeren. Ze zullen het snel
gaan oplikken en uiteindelijk zelf uit een bakje kunnen eten. Geleidelijk aan zullen de kittens minder bij hun moeder gaan drinken en meer vast voedsel gaan opnemen. Het
afwennen van de moedermelk wordt spenen genoemd. Dit proces is meestal op een leeftijd van zeven weken voltooid. Toch zult u de kittens
nog een paar weken pogingen zien doen om nog te drinken. Zo lang de moederpoes dit tolereert, kunt u het rustig laten gebeuren. In de
opvoedingscyclus, waarin de familie zich deze weken bevindt, leert de moederpoes ze dit geleidelijk af. Dan bestaat de voeding
voornamelijk uit complete blik- of vleesvoeding en een paar kittenbrokjes om op te kauwen.

Oudere katten (meestal ouder dan ongeveer 12 jaar) worden wat strammer en nemen minder beweging dan jongere dieren en ze lopen daarmee het risico om te vervetten. Het gebit verslechtert of valt uit, waardoor de opname van voedsel moeilijker gaat. Ook merken we dat aan de spijsvertering van het oudere dier hogere eisen worden gesteld. Ze hebben eerder last van braken of diarree bij vreemd voedsel of kunnen verstopping krijgen. Ook de opname en het gebruik van (essentiële) vetzuren verandert, wat zichtbaar is in de vacht. Deze kan wat stugger en minder glanzend worden. Er zijn speciale voedingen ontwikkeld voor de senior kat. De grootte van de brokjes en de samenstelling is hierin aangepast voor het oudere dier. Soms zijn er speciale ingrediënten toegevoegd die een rol spelen bij het voorkomen of tegengaan van vervetting, gewrichtsproblemen of problemen bij de vertering.
Water
De dagelijkse behoefte aan water is afhankelijk van verschillende factoren zoals inspanning, omgevingstemperatuur en soort voeding.
In principe geldt dat de kat altijd de beschikking moet hebben over schoon drinkwater. De hoeveelheid die gedronken wordt is erg
afhankelijk van de omgevingstemperatuur, de hoeveelheid activiteit en de voeding. In droogvoer zit veel minder vocht dan in natvoer;
katten die brokjes eten drinken meer dan dieren die blikvoer eten.
Als richtlijn voor de hoeveelheid vocht die per 24 uur wordt ingenomen is een halve liter per 10 kilo lichaamsgewicht. Hierbij moet
dan al het vocht worden meegerekend, dus ook het water in het blikvoer en wat de kat nog eventueel buiten drinkt. Katten drinken in het
algemeen gemiddeld wat minder dan deze richtlijn. Dat komt doordat katten de urine veel sterker kunnen concentreren en daarmee minder
vocht verliezen. Het verdient daarom aanbeveling om de kat te verleiden tot extra wateropname. Veel katten houden van water ‘met een
smaakje’ uit de vijver, vaas of vissenkom. Andere hebben een voorkeur voor een druppelende of lopende kraan. Zet eens wat bakjes met
water op vreemde plaatsen om aan deze eigenschap tegemoet te komen.
Een schoteltje melk
Wanneer kittens eenmaal gespeend zijn, wordt er meestal geen melk meer gegeven. Tijdens de verdere ontwikkeling van het
maagdarmkanaal neemt het vermogen om melksuiker te verteren dan af. Uiteindelijk zal het enzym, dat zorg draagt voor die vertering,
helemaal verdwijnen. Volwassen katten kunnen dan ook last krijgen van diarree als ze gewone (koe)melk drinken. Wilt u deze dieren toch
af en toe melk geven, dan is speciale kattenmelk een goed alternatief. Deze melk is arm aan lactose (melksuiker). Bij katten die van
jongs af aan gewend zijn om altijd gewone melk te drinken, verdwijnt dit specifieke enzym niet uit het darmstelsel. Zij kunnen dus zonder
vervelende gevolgen melk blijven drinken. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, hoeft de melk niet met water aangelengd te worden.
Let wel, een kat hoeft dus geen melk meer te drinken om gezond te blijven. Zie het als een extraatje.
Auteur: P. Overgaauw