15 mei 2006 - Minister Veerman stelt een startsubsidie beschikbaar voor een
Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren. Dit centrum moet hét
onbetwistbare aanspreekpunt worden voor de burger op het gebied van het houden
van gezelschapsdieren. Het centrum zal als onafhankelijke bron heldere en
betrouwbare informatie leveren die de burger in staat stelt zijn zorgplicht voor
het gezelschapsdier goed te vervullen. Bovendien zal een goed geïnformeerde en
bewuste koper van huisdieren ook kritisch moeten zijn ten opzichte van de fokker
en handelaar, wat bijdraagt aan een gezonde handel en fokkerij. Voorwaarde is
dat naast het ministerie van LNV betrokken partijen structureel bijdragen,
waarbij de onafhankelijkheid van het centrum niet in het geding komt. Daarnaast
heeft minister Veerman besloten een lijst op te stellen van huisdieren die niet
mogen worden gehouden. Het Forum Welzijn Gezelschapsdieren streeft er naar deze
zomer te komen met een voorstel voor deze lijst.
Minister Veerman is van mening dat verbetering en borging van welzijn voor
dieren niet afdwingbaar is met regelgeving alleen. Dit geldt niet alleen voor de
burger, maar ook voor het bedrijfsmatige deel van de sector. De minister is van
mening dat sector een goede borging van het welzijn zelf moet oppakken en
daarbij moet vrijwillige certificering het uitgangspunt zijn. De sector heeft
aangegeven dat regelgeving noodzakelijk is om de certificatie tot een succes te
maken. De minister heeft daarom besloten tot een vrijwillige
certificatievariant, met wettelijke voorschriften. Parallel aan het opstellen
van certificatienormen stelt de minister een Algemene maatregel van bestuur op,
die in de plaats komt van het Honden en Kattenbesluit en die algemene
doelvoorschriften bevat. De certificerende instantie houdt toezicht op de
gecertificeerde bedrijven en het toezicht van de overheid richt zich vooral op
de instellingen die niet deelnemen aan de certificering. Om het
certificeringmodel te laten slagen zal de minister de handhavingcapaciteit
uitbreiden.
De minister zal géén wettelijke verplichting instellen voor de Identificatie en
registratie (I&R) van honden en katten. En verplichte I&R is een zwaar
administratief middel, dat zowel voor de burger als voor de overheid extra
kosten met zich meebrengt en dat zware eisen stelt aan de handhaving en
onderhoud. Wel vraagt de minister aan de Raad voor Dieren Aangelegenheden (RDA)
te onderzoeken op welke wijze I&R kan bijdragen aan een efficiëntere bestrijding
van zoönosen (ziekten die van dier op mens kunnen worden overgedragen).
Achtergrond
Deze maatregelen zijn een reactie op het rapport 'Gedeelde zorg' van het Forum
welzijn gezelschapsdieren. De opdracht aan het Forum was om de resultaten van de
werkconferentie (gehouden op 11 november 2004) uit te werken en te komen met een
actieplan waarin wordt aangegeven op welke wijze de betrokken partijen hun
verantwoordelijkheid nemen. Dit actieplan heeft minister Veerman op 23 maart
j.l. in ontvangst genomen. Tevens is het een reactie op het rapport 'Naar een
effectieve borging van dierenwelzijn' van de interdepartementale werkgroep
Bruikbare rechtsorde welzijn gezelschapsdieren. Gekeken is naar de effectiviteit
en doelmatigheid van wettelijke instrumenten om het welzijn van
gezelschapsdieren te borgen en te bezien of dit welzijn effectiever kan worden
verzekerd door gebruik te maken van krachten in de samenleving zelf.