13 juni 2007 - Nederland lijkt één groot losgebroken Artis. Schildpadden doen
schoolslag in Amersfoortse grachten. Bloeddorstige piranha’s roven Rotterdamse
vijvers en zelfs de Friese meren leeg. En elders worden rolstaartbeertjes uit de
boom gered door de brandweer. Ook kaaimannen, leguanen, cobra’s en vele andere
exoten worden en masse gedumpt zodra ze te groot worden of de eigenaren op
vakantie willen.
Deze week doken ze op: horden roodwangsierschildpadden in de Amersfoortse
binnenstad. Vrijwel zeker gedumpt door huisdierbezitters die ’een beetje flauw’
werden van die trage beesten.
In Rotterdam werden ook deze week piranha’s gesignaleerd in sloten en vijvers
bij de Dordtse Straatweg, in Kralingen en bij Rotterdam Airport. De piranha’s
zijn allemaal van dezelfde soort, wat het vermoeden bevestigt dat iemand zijn
aquarium op meerdere plaatsen heeft geleegd. Het vangen van de vissen en de
schildpadden is onbegonnen werk, aldus Peter van Baarle van de exotische
dierenopvang Teriguana in Rotterdam, omdat het dreggen véél te veel werk zou
opleveren.
Gisterochtend dook in Rotterdam een andere exoot op: een rolstaartbeertje, dat
zich had verscholen in een boom in de Arent van ’s-Gravesandestraat. De
brandweer heeft het diertje gevangen. Maar het zijn niet alleen schildpadden,
piranha’s en rolstaartbeertjes die opduiken. Met de zomerse temperaturen en de
eerste vakanties in zicht, worden overal exotische dieren gedumpt.
Beheerder Van Baarle van de Rotterdamse reptielenopvang Teriguana heeft de
afgelopen dagen vele meldingen gekregen: „In Bergen op Zoom werden drie
rattenslangen gevonden, in Zwijndrecht hebben we een kousenbandslang gevangen en
op de Maasboulevard in Maassluis slenterde een rode baardagame, een Australische
hagedis. We gaan weer richting vakanties, dus er wordt weer volop gedumpt”,
concludeert Van Baarle cynisch. „We vinden allerlei exoten: leguanen,
salamanders, vogelspinnen, slangen.”
Erfenis
Ook eigenaar Walter Getreuer van reptielenzoo Serpo in Delft kan zich moeiteloos
de idiootste vondsten herinneren van ’dumpdieren’. „We hebben twee keer gezien
dat een compleet terrarium, met daarin vogelspinnen, bij het vuilnis waren
gezet. In Wateringen hebben we een hagedis opgevangen, die iemand had gekregen
als onderdeel van een erfenis. De erfgenaam was helemaal niet blij met deze
blauwtongskink. Daarom besloot hij het dier in de kelder onder zijn huis te
gooien, in de hoop dat het dood zou gaan van de honger en de dorst. Maar toen
hij drie maanden later ging kijken, bleek de hagedis nog te leven.
„Toen probeerde hij het dier dood te slaan op de straat voor zijn huis.
Omstanders hebben toen ingegrepen. Via een dierenarts is het dier bij ons
terechtgekomen. Het dier leeft nog steeds, maar heeft wel een fobie voor mensen
gekregen. Zodra iemand de schuwe hagedis oppakt, gaat hij sissen. Vandaar de
naam ’Sisser’.”
Nijlkrokodil
Getreuer van reptielenzoo Serpo hoopt dat eigenaren beter gaan nadenken voordat
ze een dier kopen. „We hebben eens een Nijlkrokodil uit iemands garage gehaald.
Dat dier – die de toepasselijke naam ’Killer’ had – was zó groot geworden, dat
de eigenaren alleen nog maar stukken vlees naar binnen durfden te gooien.”
Dierenbeschermer Van Baarle ziet het liefst dat de EUgrenzen voor de komende
tien jaren worden gesloten voor exotische dieren. Maar volgens Getreuer kan zo’n
verbod nooit worden gecontroleerd door de vijftien AID-ambtenaren die belast
zijn met de controle op beschermde dieren.
Effectiever dan een verbod is volgens Getreuer om dierenwinkels te verplichten
betere informatie te geven aan klanten, zodat die beseffen dat een schattig
diertje een loeder van een beest wordt. „Ik stond in een winkel, toen ik hoorde
hoe een klant vroeg hoe groot een schildpad wordt. Toen zei dat meisje achter de
balie: ’Als-ie te groot wordt, breng je hem toch gewoon naar opvang Serpo.’ Dat
is toch belachelijk!”
bron: www.telegraaf.nl
www.serpo.nl