Persbericht | 21-04-2009
Het Nederlands Opvangcentrum Papegaaien
(NOP) in Veldhoven heeft het diermanagement en het dierenwelzijn
op orde. Er is dan ook geen reden voor een vervolgonderzoek naar
de vogelopvang. Dat schrijft minister Gerda Verburg van
Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid aan de Tweede Kamer.
Verburg volgt daarmee de conclusie van oud-directeur Dorresteijn
van Diergaarde Blijdorp, die onlangs een onafhankelijk onderzoek
afrondde over de hoge vogelsterfte bij het NOP. Het NOP dient
ondermeer als opvangtehuis voor door de AID in beslag genomen
vogels.
Het TROS-televisieprogramma Radar bracht in januari een
reportage over de Veldhovense vogelopvang, waarin het beeld werd
gecreëerd dat er massaal vogels stierven als gevolg van slechte
leefomstandigheden en ondermaatse verzorging van de dieren.
Het bestuur van het NOP verzocht daarop oud-directeur Ton
Dorresteijn van diergaarde Blijdorp een onafhankelijk onderzoek
te verrichten naar de vogelsterfte in relatie met het
dierenwelzijn in de opvang. Zijn rapport verscheen twee weken
geleden.
Minister Verburg brengt nu de Tweede Kamer op de hoogte van de
bevindingen van het rapport, dat antwoord geeft op een aantal
vragen van Kamerleden. De minister heeft vandaag tevens de
Kamervragen beantwoord die in het rapport niet aan de orde
komen.
Verburg heeft waardering voor de onafhankelijke inzet van Ton
Dorresteijn: "Hij heeft zijn onderzoek kosteloos uitgevoerd en
is als bioloog en vanuit zijn functie als voormalig
dierentuindirecteur deskundig waar het gaat om het welzijn en
een goed beheer van bijzondere dieren zoals papegaaien. De
adviezen zijn deskundig en gezaghebbend en het rapport bevat
bruikbare handvatten voor het NOP om verbeteringen te
realiseren."
In zijn rapport onderschrijft Dorresteijn eerdere onderzoeken
van de AID, VWA en Dienst Regelingen en hij beoordeelt het
diermanagement van ruim voldoende tot uitstekende kwaliteit.
De aanzienlijke sterfte onder papegaaien bij het NOP beperkt
zich vooral tot de papegaaien die door particulieren worden
aangeboden en is volgens Dorresteijn te verklaren door
verschillende oorzaken, waaronder de voorgeschiedenis van de
vogels, de gezondheidssituatie van de papegaaien bij de opvang,
de leeftijd van de dieren, het huisvestingssysteem bij het NOP
en voortdurend wisselende groepssamenstellingen.
Kritiekpunten in het rapport vormen de registratie en de
communicatie. Hoewel de registratie van de in het park aanwezige
papegaaien op zich op orde is, vindt Dorresteijn dat deze zou
kunnen worden gemoderniseerd. Hiermee is met ingang van dit jaar
een start gemaakt. De communicatie met de buitenwereld en met
particulieren die vogels willen onderbrengen is ook voor
verbetering vatbaar.
Dorresteijn heeft bij zijn onderzoek niet gekeken naar de
registratie van in beslag genomen vogels door het Ministerie van
LNV. Het op orde brengen van deze registratie waarmee in 2008 is
gestart, is inmiddels bijna voltooid. Dienst Regelingen van het
Ministerie van LNV onderhoudt hierover contact met het NOP. Ook
in het kader van het Dierentuinenbesluit wordt door het NOP
gewerkt aan het volledig op orde brengen van de registratie.
Alles overziend, ziet minister Verburg geen aanleiding om over
te gaan tot nader onderzoek.