Persbericht | 01-07-2009
In februari 2010 brengt minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit de eerste 'Staat van het Dier' uit. Elk jaar moet dit rapport
inzicht geven in hoe het met het dierenwelzijn en diergezondheid in ons land is
gesteld. Nederland is het eerste land in Europa dat een dergelijke monitoring
opzet.
Eerder deze kabinetsperiode zijn er doelen geformuleerd op het gebied van
dierenwelzijn en diergezondheid. Die staan ondermeer in de Nota Dierenwelzijn en
de Nationale Agenda Diergezondheid, die beiden in oktober 2007 zijn
gepresenteerd.
Minister Verburg schrijft in een brief aan de Tweede Kamer welke meetpunten de
'Staat van het Dier' bevat om te weten of de welzijns- en gezondheidsdoelen
dichterbij zijn gekomen. De 'Staat van het Dier' is gebaseerd op onderzoek van
de Animal Science Group (ASG) van de Wageningen Universiteit en richt zich op
landbouwhuisdieren, paarden, hobbydieren, kweekvis, huisdieren, circusdieren en
dierentuindieren.
ASG onderscheidt twee soorten meetpunten om de gezondheid- en welzijnsstaat van
dieren te meten: Outcome en Output. Outcome-meetpunten geven weer wat voor
welzijnsverbeteringen het dier zelf ervaart. Deze meetpunten zijn slechts
beperkt beschikbaar en worden op dit moment verder ontwikkeld door het
EU-project Welfare Quality. Nederland neemt daarbij het onderzoek naar
dierenwelzijnsindicatoren voor vleeskalveren voor haar rekening.
Output-meetpunten geven de resultaten weer van activiteiten die tot doel hebben
het welzijn van dieren te verbeteren. Bijvoorbeeld hoeveel bedrijven passen
bovenwettelijke welzijnseisen toe; hoeveel consumenten laten dierenwelzijn
meewegen bij de aankoop van vlees; hoeveel koeien worden jaarlijks de wei in
gestuurd.
Proefdieren maken geen onderdeel uit van de 'Staat van het Dier', omdat voor
deze groep aparte regelgeving en monitoring bestaat.
Meer informatie
Kamerbrief
'De staat van het dier'
Rapport WUR indicatoren voor dierenwelzijn en diergezondheid