Gezondheid en ziektes

Auteur: Marc Maas, Dierenkliniek de Langstraat (www.Delangstraat.com)

Het houden van reptielen en amfibieën kan een fantastische en verantwoorde hobby zijn, mits je gezonde dieren hebt en deze gezond kunt houden. Dit hoeft helemaal niet moeilijk te zijn als je een aantal basisregels naleeft.

Hoe herken je gezonde dieren?

De groep van reptielen en amfibieën bestaat uit een groot aantal verschillende soorten met een hele grote diversiteit. Het is nagenoeg onmogelijk om voor alle reptielen een gemeenschappelijk kenmerk op te noemen, waaraan je kunt aflezen of een dier gezond is.
Het is belangrijk dat de dieren zich gedragen zoals past bij de soort. Uiteraard is hier een grote soortenkennis voor nodig, maar via diverse verenigingen of websites, zoals van de PVH, moet het mogelijk zijn om te informeren naar gedrag van een betreffende soort bij andere liefhebbers.
In eerste instantie letten we op de houding. De dieren moeten attent zijn en een houding aannemen die bij hen past. Zo willen we een boompython graag opgerold op een tak zien hangen en niet op de grond. Een boomkikker zien we het liefst tegen een blad of tegen het glas ‘geplakt’ en een zandboa moet lekker weggekropen zijn, in het zand.
We willen graag dat deze dieren ook eten. Nu is het zo dat er dieren kunnen zijn die een bepaalde periode in hun leven vasten zonder dat ze ziek zijn. Als een slang drachtig is eten ze bijvoorbeeld vaak niet gedurende een bepaalde periode. Een reptiel in winterslaap zal ook niet eten. Vaak eten reptielen ook niet als ze moeten vervellen. Maar als je verwacht van een dier dat het zou moeten eten dan is het weigeren van voedsel misschien een symptoom van ziekte of een onjuiste verzorging.
We beoordelen de voedingstoestand het beste aan de bespiering op de rug en staartbasis. Bij hagedissen horen de bekkenbeenderen (boven de achterpoten) niet uit te steken en de staartbasis hoort mooi rond te zijn. Hetzelfde geldt voor amfibieën, ook daar let je op de bekkenbeentjes en indien aanwezig op de staart. Bij slangen horen de rugspieren de wervels als het ware in te pakken. Meestal zijn bij goed gevoede dieren de ruggenwervels bovenop de slang niet goed te voelen. Bij schildpadden is het lastiger. Daar let je voornamelijk op het gewicht (een schildpad moet aanvoelen als een ‘ gevulde doos’ of een ‘baksteen’) en op de bespiering van de poten. De dikte van de buik zegt eigenlijk maar weinig over de voedingstoestand en kan erg misleidend zijn. Als je een dier wat nader bekijkt moet je zien dat huid er ongeschonden uit ziet. Oude vervellingsresten, natte wonden of vervormde en verkleurde schubranden kunnen een teken van ziekten zijn. Zeer alert moet je zijn op rode verkleuringen, kleine rode puntjes of verspreide bloeduitstortingen. Dit kan een symptoom van een ernstige ziekte zijn. Er mogen ook geen parasieten te zien zijn zoals teken of bloedmijten. De laatste zijn kleine donkerrode tot zwarte bolletjes die zich graag verstoppen onder schubben bij reptielen.
Bij reptielen of amfibieën met poten kun je het beste de poten links en rechts vergelijken en deze moeten hetzelfde zijn van vorm en op een vergelijkbare manier bewegen. De ogen moeten open en helder zijn, links en rechts gelijk. De pupillen moeten links en rechts hetzelfde zijn, evenals de kleur. Er mag geen vieze uitvloeiing uit de ogen komen en een dier mag niet met een oog knijpen. Een uitzondering is natuurlijk een slang die gaat vervellen. Daar worden de ogen in eerste instantie dof van. De neusgaten moeten schoon en droog en gelijk van vorm zijn. Er mag geen uitvloeiing of ‘snot’ te zien zijn. De bek moet ook schoon en droog zijn.(vieze bek) Bij voorkeur kijk je ook in de bek waar je een mooie, meestal roze, binnenkant ziet zonder vlekjes, bloedingen, gele pus of brokken. Er mag ook niet veel slijm in de bek staan. Tenslotte kijken we naar de cloaca. Dat is de opening bij reptielen en amfibieën die drie functies vervult. Via deze opening, meestal geplaatst onder aan het achterlichaam, verlaat zowel de ontlasting als de urine (in de vorm van witte uraat) het lichaam. Hiermee ‘poept en plast’ het dier. De cloaca wordt ook gebruikt voor de voortplanting, zowel voor de bevruchting of paring als voor het leggen van eieren of baren van levende jongen. De cloaca moet schoon, droog en goed gesloten zijn.
Tenslotte moeten de dieren regelmatig (en dat is voor elk dier anders) ontlasting produceren en deze moet normaal van vorm zijn. Diarree, bloed of zwarte verkleuring van de ontlasting hoort niet bij een gezond dier.

Huisvesting en verzorging

In de gespecialiseerde dierenartsenpraktijk blijkt dat een groot deel van de ziekten bij deze dieren te wijten is aan fouten in de huisvesting en verzorging, waaronder de voeding.
De meest bekende voorbeelden zijn voeding met te weinig calcium waardoor er bij jonge dieren botafwijkingen kunnen ontstaan of een te lage temperatuur waardoor onze ‘koudbloedige’ reptielen niet kunnen functioneren en dus ook niet eten.
De belangrijkste regels voor een juiste huisvesting en verzorging kunt u elders op deze website vinden.
Enkele veel voorkomende ziekten ten gevolge van voedingsfouten zijn:
Tekort aan Calcium en/of vitamine D3:
In de voeding van planten- en insecteneters zit te weinig calcium en/of vitamine D3. Daardoor kunnen verschillende problemen ontstaan. De meest bekende zijn skeletafwijkingen bij jonge opgroeiende dieren. Bij hagedissen zien we verdikkende en zachte onderkaken, dikke poten ten gevolgen van breuken, verlammingsverschijnselen of spastische trekkingen of trillen. Schildpadden krijgen een zacht schild. Bij opgroeiende kikkers zien we vaak ook afwijkingen aan de poten ontstaan. Ook kunnen dieren problemen met de voortplanting krijgen zoals legnood, slechte uitkomst van eieren en afwijkende jongen. Je kunt deze afwijkingen voorkomen door voldoende calcium en vit D3 aan de voeding toe te voegen en door gebruik te maken van een UV lamp die geschikt is voor reptielen. Op dit moment wordt nog onderzoek gedaan naar de hoeveelheid UV licht reptielen nodig hebben. Maar uit ervaring blijkt dat je een specifieke lamp voor reptielen moet hebben welke 2 tot 4 uur per dag moet branden. Deze lampen hebben maar een beperkt aantal branduren. Houdt rekening met tijdige vervanging. Bij reptielen die een volledige prooi eten zoals ratten en muizen, komen deze ziekten nagenoeg niet voor.

Tekort aan vitamine A

Met name bij waterschildpadden zien we oogontstekingen optreden ten gevolge van een tekort aan vitamine A in de voeding. Als deze schildpadden gevoerd worden met uitsluitende gedroogde garnaaltjes of pure vleesvoeding zien we dit optreden. Het geven van kattenvoer kan deze problemen voorkomen. De behandeling bestaat uit een oogzalf met vit A en een antibioticum, het geven van extra vitamine A door middel van een injectie en als het dier erg verzwakt is of er een longontsteking bij heeft, zul je nog extra antibiotica en bijvoeding moeten geven. Het tekort aan vitamine A kan ook leiden tot middenoorontstekingen en longontstekingen en problemen met de vervelling. Bij landschildpadden zien we deze problemen in de regel niet. Het toedienen van extra vitamine A kan bij deze dieren dan ook tot een overdosis leiden.
Eten van rauwe vis:
Het eten van rauwe vis bij visetende slangen kan leiden tot een aantasting van de hersenen. Sommige rauwe (of levende) vissen bevatten thiaminase en dat breekt de vitamine B1 af. Daardoor ontstaan er afwijkingen in de hersenen, waardoor de slangen spastisch gaan kronkelen en de kop achterover slaan. Het toedienen van Vitamine B1 leidt tot snelle verbetering. Voorkomen kun je het door de vis te verhitten gedurende 5 min op 80 graden of vis te gebruiken die geen thiaminase bevat (zoals wijting). Het toedienen van extra vitamine B1 is uiteraard ook een mogelijkheid.
Enkele veel voorkomende problemen ten gevolge van verkeerde huisvesting:
Verkeerd terrarium of inrichting:
Het terrarium en de inrichting moeten bij het dier passen. Dieren uit de woestijn horen een terrarium met een woestijninrichting en klimaat te hebben en dieren uit het moeras een vochtige omgeving. Boombewoners horen takken te hebben om te klimmen en dieren met een verborgen levenswijze moeten zich kunnen verbergen. Als het dier zich niet goed voelt in een terrarium zal het stress ervaren en een van de eerste symptomen is het weigeren van eten. Als de stress en het vasten te lang duren zullen de dieren ook bevattelijk worden voor andere ziekten. Tenslotte kunnen drachtige vrouwtjes legnood krijgen als ze geen goed en veilig plekje hebben om de eieren af te zetten.
Hygiëne:
De dieren in onze terraria of paludaria zitten in een relatief opgesloten ruimte met vaak een hoge temperatuur. De ziektekiemen, die in elke omgeving wel voorkomen en ook met de ontlasting uitgescheiden kunnen worden, zullen in zo’n ruimte makkelijk vermeerderen en dus een groot gevaar voor besmetting vormen. Het is dus zaak om een terrarium zo in te richten dat je het makkelijk schoon kunt maken en desinfecteren. Ook het drinkwater moet bij voorkeur dagelijks ververst worden.
Temperatuur:
Reptielen zijn koudbloedige dieren, maar dat wil niet zeggen dat ze ‘ koud bloed’ horen te hebben. Het is gebleken dat elk dier zijn optimale temperatuur heeft en het is dus van groot belang dat reptielen en amfibieën op de juiste temperatuur worden gehouden, want ze hebben immers geen eigen ‘ingebouwd’ kacheltje. Daarnaast kunnen reptielen koorts opwekken,als ze geïnfecteerd worden door een ziektekiem. Ze doen dat door langer en warmer te zonnebaden waardoor hun lichaamstemperatuur stijgt. Dat helpt om een eventuele ziekte te bestrijden. Die mogelijkheid om die hogere temperatuur op te zoeken moet ze dan wel geboden worden. Een algemene regel is dat reptielen bij een gemiddelde temperatuur van 20-30 graden Celsius worden gehouden en dat er een extra warmteplekje is van 35-40 graden. Let op: er zijn ook soorten die bij een lagere temperatuur gehouden moeten worden of die ’s nachts een afkoeling nodig hebben. Een goede kennis van soorten en passende huisvesting is van groot belang.
Luchtvochtigheid:
De relatieve luchtvochtigheid is ook van belang. Met name voor een goede vervelling van reptielen is een hogere luchtvochtigheid bevorderend om de oude huid goed kwijt te raken. Daarnaast is het voor de slijmvliezen (de ‘ binnenbekleding’ van de longen en bek, maag en darmen) gezond om in een omgeving met hoge luchtvochtigheid te verblijven. Uiteraard geldt ook hier weer dat de behoefte aan luchtvochtigheid soortspecifiek is. Er zijn zelfs soorten die juist een droge omgeving nodig hebben en andere hebben lokaal een grote luchtvochtigheid nodig. Bij verschillende soorten landschildpadden zien we dat te droge omgeving leidt tot bultvorming van het schild.
Daglicht:
Voor een aantal reptielen en amfibieën is het van belang dat er voldoende daglicht is. Als de dagen tekort worden of er is te weinig licht kunnen de dieren stoppen met eten.

Een aantal veel voorkomende ziekten

Niet eten
Een van de meest voorkomende symptomen in de praktijk is dat reptielen of amfibieën niet meer eten. Er zijn hiervoor talloze oorzaken aan te geven, zowel fouten in de huisvesting en verzorging als ziekten. Terrariumdieren zullen als een van de eerste symptomen van ziekte of verkeerde omstandigheden stoppen met eten.
Het eerste wat je kunt controleren zijn de omstandigheden in het terrarium. Is de temperatuur goed, hebben de dieren voldoende vers water, hebben ze voldoende schuilmogelijkheden. Bij nieuwe dieren moet je uiteraard nagaan of het aangeboden voedsel wel het juiste is.
Daarnaast kun je zelf al een klein onderzoek doen naar het dier zelf. Er zijn ‘normale’ omstandigheden waaronder een reptiel niet eet. Als een slang of hagedis moet vervellen zullen ze vaak niet eten. Als een reptiel hoogdrachtig is zullen ze ook vaak minder of niet meer eten. Verder kun je de punten controleren zoals eerder beschreven in “ Hoe herken je een gezond dier?”.
Als je een ziekte vindt zul je die eerst moeten laten behandelen voordat je kunt verwachten dat het dier gaat eten. Als je niets ontdekt en de terrariumomstandigheden zijn goed is het verstandig naar een dierenarts te gaan met verstand van reptielen en amfibieën. Neem tevens wat ontlasting mee zodat de dierenarts kan controleren of er spraken is van darmparasieten.
Bij dieren die te lang niet eten (en dat is voor elke soort weer anders) kun je overwegen om te gaan ‘dwangvoeren’ . Je kunt dit doen met het normale voedsel al dan niet gepureerd, maar er zijn ook goede vloeibare voedingen in de handel zowel voor planteneters als vleesetende dieren. Voor vlees- en insecteneters gebruiken we vaak Hill’s a/d blikvoeding of convalescence support van Royal canin. Voor planteneters kun je critical care , nutrilon soya of fibreplex gebruiken. In het algemeen kun je dagelijks 1-5% van het lichaamsgewicht toedienen.

Inwendige parasieten
Reptielen zijn vaak geïnfecteerd met parasieten die in de maag en darmen leven. Dit kunnen verschillende soorten wormen zijn en eencelligen ( protozoa) als flagellaten, amoeben, coccidiën en cryptosporidiën.
De symptomen zijn vaak: niet of minder eten, sloom, wegkruipen, helder slijm in de bek, diarree, bloed bij de ontlasting, afwijkende geur of kleur van de ontlasting en vermageren.
De diagnose stel je door verse ontlasting te laten onderzoeken bij een deskundige dierenarts. De ontlastingsmonster mag niet uitgedroogd zijn en niet ouder dan 24 uur.
Aan de hand van de oorzaak kun je dan een gerichte behandeling instellen.
Het zomaar blindelings behandelen met een ontwormingsmiddel of iets ‘ tegen flagellaten’ is niet verstandig. Ten eerste weet je niet waartegen je behandelt. Je kunt dus een medicijn gebruiken bij een ziek dier wat helemaal niet helpt en zelfs schadelijk kan zijn. Bovendien verlies je tijd want je wilt toch weer het effect van een behandeling afwachten. Tenslotte worden door overmatig medicijngebruik de parasieten steeds resistenter.
Een tijdige behandeling leidt bijna altijd tot een goed resultaat. Het is daarom raadzaam minimaal een tot tweemaal per jaar de ontlasting van een aantal van je dieren na te laten kijken zodat je bij een infectie preventief , maar wel gericht kunt behandelen.

Uitwendige parasieten
Reptielen kunnen last hebben van uitwendige parasieten (ectoparasieten) De meest bekende zijn bloedmijten. Dit zijn kleine donkergekleurde beestjes die bloed zuigen. Ze verbergen zich vaak onder de schubben en rondom de ogen en ooropeningen bij hagedissen. Als je goed kijkt kun je ze soms over het dier zien bewegen of bij vastpakken blijven ze achter op je handen. Bloedmijten kunnen door het bloedzuigen bloedarmoede veroorzaken en ze kunnen ziekten overbrengen. Bovendien heb je meer kans op huidontstekingen doordat de beetwondjes geïnfecteerd raken. Er zijn diverse methoden om deze mijten te behandelen. Een eenvoudig huismiddel is om de dieren met plantaardige olie in te smeren. Daarnaast zijn er bij de dierenarts ook middelen te koop die de mijten bestrijden. Afhankelijk van de gekozen medicatie kan het nodig zijn om de omgeving van het dier te behandelen.
Ook teken komen voor bij reptielen. Deze kun je het beste verwijderen met een tekentang of tekenhaak.
Zieke of verzwakte dieren worden ook wel eens aangetroffen met maden (myiasis). Deze kunnen het beste verwijderd worden met behulp van water. Let op: de wonden kunnen vaak veel groter zijn dan het in eerste instantie lijkt. Na het verwijderen van de maden moet wel gezocht worden naar de oorzaak van de verwonding of ziekte. De hulp van een reptielendierenarts is hierbij absoluut noodzakelijk, ook om de gevolgen van madenziekte goed te kunnen behandelen.

Longontsteking
Bij een longontsteking is een van de eerste symptomen het bijgeluid bij de ademhaling (‘reutelen’) en bellenblazen uit de bek of neusgaten. Daarnaast valt op dat ze vaak geforceerd ademen door meer met de buik te persen of zelfs met de poten te bewegen. Waterschildpadden zie je vaak scheef in het water hangen of zelfs zinken. Vaak stoppen deze dieren met eten.
Als je in de bek kunt kijken zie je vaak een geelgroene uitvloeiing uit de luchtpijp komen.
Longontstekingen worden meestal veroorzaakt door bacteriën, virussen, longwormen of een longparasiet genaamd pentastoma. Deze laatste parasiet is ook besmettelijk voor de mens.
Het is voor een goede behandeling uiteraard belangrijk om de oorzaak vast te stellen. Vaak wordt hiervoor wat slijm uit de luchtpijp afgenomen en de ontlasting nagekeken op longwormen. Naast een gerichte behandeling kun je de therapie ondersteunen door de temperatuur wat te verhogen en door de luchtvochtigheid toe te laten nemen. Hygiëne en goede voeding zijn uiteraard ook hier van groot belang.

Braken/afwijkende ontlasting
Het komt regelmatige voor dat reptielen of amfibieën problemen hebben met hun maag en/of darmen. Dat kan zich uiten in de vorm van braken , maar ook de ontlasting kan anders zijn dan normaal. Er kan sprake zijn van diarree, maar er kan ook bloed bij zitten, of erg donker gekleurd zijn. Soms is er spraken van een afwijkende geur. Deze klachten van het zogenaamde maagdarmkanaal worden meestal veroorzaakt door infecties van bacteriën, inwendige parasieten als wormen, flagellaten, amoeben, coccidiën of virusinfecties. In zulke gevallen kun jet het beste eerst de ontlasting laten onderzoeken door een gespecialiseerde dierenarts. Als daar niets in gevonden wordt kun je verder onderzoek doen door röntgenfoto’s te laten maken of zelfs met een hele kleine camera op een flexibele slang de maag of darmen rechtstreeks te bekijken en onderzoeken (gastroscopie resp. endoscopie).

Verstopping/geen ontlasting
Reptielen en amfibieën kunnen door verschillende oorzaken geen ontlasting meer hebben. Het eerste wat bepaald moet worden, is of het niet veroorzaakt wordt door niet eten. Immers als er niet gegeten wordt, komt er ook geen ontlasting.
Een echte obstipatie of verstopping wordt meestal veroorzaakt door het eten van vreemde voorwerpen of zand of grind. Dit kan per ongeluk met het voedsel mee gebeuren, maar sommige reptielen eten bewust zand. De diagnose wordt meestal gesteld met behulp van een röntgenfoto of echo. Ook te weinig drinken en veel eten bij een te lage temperatuur kan een verstopping veroorzaken.
Deze vormen van obstipatie worden het beste behandeld met het toedienen van parafine (let op dat het dier zich niet verslikt), warme baden en soms medicijnen om de darmbewegingen te stimuleren. Als de obstipatie ver achterin zit kan er ook een clysma (bijv microlax) worden toegediend via de cloaca. Daarnaast kan het nodig zijn om een onderhuids infuus toe te dienen om te voorkomen dat de dieren uitdrogen en de darminhoud nog verder indikt.
Aan een andere veel voorkomende oorzaak van obstipatie bij planten- en insecteneters is een tekort aan calcium. Hierdoor kunnen de darmen vertragen of stil komen te liggen waardoor er een verstopping ontstaat. De diagnose kunnen we het best stellen door bloed af te nemen en de hoeveelheid calcium hierin te bepalen. Hier beginnen we eerst met het toedienen van calcium per injectie en daarna parafine, warme baden en clysma’s.
Als het niet lukt om met medicijnen de obstipatie op te lossen zullen we de verstopping door middel van een endoscopie of door een operatie verwijderen.

Legnood
Tijdens het voortplantingsseizoen kunnen we geconfronteerd worden met ‘legnood’.
De vraag is altijd:”wanneer is er sprake van legnood?”
In het algemeen is het zo dat de eigenaar weet dat een dier drachtig is en wanneer de ei-afzetting of geboorte ongeveer verwacht kan worden. Wanneer dat niet zo is zul je eerst vast moeten stellen of een dier drachtig is. Soms kun je dit voelen, maar vaak maken we een echo of röntgenfoto om de diagnose met zekerheid te stellen. Vaak kun je dan ook zien of het dier aan het einde van de dracht is. Tevens kun je hiermee een onderscheid maken tussen persisterende eifollikels in de eierstokken. Dit kan vergelijkbare symptomen veroorzaken maar heeft een andere behandeling nodig.
Als een dier aan het einde van de dracht is, niet eet, persbewegingen heeft, graaft, steeds meer wegkruipt zonder dat er iets gebeurt, spreken we van legnood. Maar ook als een dier met eieren in de buik erg sloom wordt, is het noodzaak om direct een reptielendierenarts te raadplegen.
De oorzaken van legnood kunnen zijn: geen geschikte legplaatsen, calciumtekort, te grote eieren, vergroeiingen of verklevingen in de eileider en afwijkende ligging van de eileider.
Het eerste wat we controleren zijn de terrariumomstandigheden. Is er voldoende rust en veiligheid voor het vrouwtje en zijn er voldoende geschikte legplaatsen met het juiste substraat en de juiste temperatuur en vochtigheid. Verder beginnen dan vaak met het toedienen van calcium en weeënopwekkers. Deze injecties kunnen indien nodig herhaald worden. Als ze geen effect hebben kan alleen een operatie helpen (keizersnede). Er kan ook geprobeerd worden om via de buikwand de eieren leeg te zuigen waardoor ze kleiner worden en de bevalling eenvoudiger wordt.

Prolaps/verzakking
We zien bij reptielen regelmatig iets uit de cloaca komen wat niet hoort. We spreken dan van een prolaps. Dit kan veroorzaakt worden door een verzakking van de darmen, van de eileiders bij vrouwtjes en van de hemipenis bij mannetjes. Een prolaps ontstaat doorgaans niet zomaar. Problemen met inwendige parasieten, verstoppingen, legnood of een calciumtekort zijn mogelijke oorzaken. Het is belangrijk deze te achterhalen. De eerste hulp bestaat uit het vochtig en vet houden van de prolaps en beschadiging voorkomen. Je kunt het dier het beste op een gladde bodem zetten op een dun laagje water of de prolaps insmeren met een vette zalf of olie. De prolaps moet dan zo spoedig mogelijk in de juiste richting worden teruggemasseerd. Meestal heb je hiervoor hulp van de dierenarts nodig. Om te voorkomen dat de prolaps er meteen weer uitgeperst wordt kun je het best de cloaca tijdelijk dichthechten.
Soms lukt het niet om een prolaps terug te masseren tot waar het hoort waardoor een operatie noodzakelijk is. Hierbij kan via de operatie geprobeerd worden de prolaps terug op zijn plaats te krijgen of soms moet de prolaps geamputeerd worden.

Mondrot
Mondrot is een ontsteking van het mondslijmvlies bij reptielen. Het slijmvlies is dan te rood of bevat kleine bloedinkjes en er vormt zich een etterig beslag op het tandvlees en de rest van de bek. Doordat de bek vol met slijm en pus zit gaan de dieren ook vaak rochelen of bellen blazen uit de bek en neus en staat de bek vaak een klein beetje open. Het wordt meestal veroorzaakt door bacteriën, maar vooral bij schildpadden zien we het ook wel ten gevolge van virusinfecties of schimmels. Daarnaast zien we het ook vaker als er andere, onderliggende ziekten aanwezig zijn. Laat dergelijke dieren dan ook altijd goed nakijken door een reptielendierenarts. Hoewel het er soms mild uit ziet is een intensieve behandeling toch noodzakelijk vanwege de complicaties die vaak optreden, zoals longontsteking, slokdarmontsteking en er kunnen zelfs dieren aan overlijden. We adviseren om eerst een de bacterie in de bek te laten onderzoeken zodat je zeker weet wat het beste medicijn is. We beginnen vaak met schoonspoelen van de bek met behulp van water of soms met een mild desinfecterend middel. Daarna gebruiken we een antibioticumhoudende zalf en zo mogelijk ook een antibioticumkuur per tablet, drankje of injectie. Ondersteunende maatregelen als extra vitaminen, extra hygiëne en hogere temperaturen zijn aan te raden. Om deze ziekte te voorkomen is het vooral belangrijk om het drinkwater goed schoon te houden.

Virusinfecties
De laatste tijd worden we meer en meer geconfronteerd met diverse virusinfecties. Deze ziekten zijn met name vervelend omdat het vaak erg moeilijk is om de diagnose bij een levend dier te stellen. Bovendien zijn er geen goede geneesmiddelen die tegen virussen werken zodat je vaak alleen ondersteunende maatregelen kunt geven zodat het dier zelf beter het virus kan bestrijden. Daar komt nog bij dat ze vaak erg besmettelijk zijn waardoor er binnen de kortste keren veel dieren ziek van worden en vaak ook overlijden.
IBD (inclusion body disease) is een virusinfectie die we veel bij slangen zien. Sommige soorten zijn er gevoeliger voor dan anderen. Het meest bekende symptoom zijn hersenverschijnselen waarbij de dieren spastische trekken met hun kop en hals vertonen, waarbij ze vaak hun kop achterover slaan. Het kan echter ook voorkomen dat ze verschijnselen van een longontsteking hebben of alleen maar langzaam wegkwijnen tot de dood erop volgt. De diagnose wordt vaak per sectie gesteld.
Paramyxovirus komt ook voor bij slangen. Ook dit virus veroorzaakt vaak een ontsteking van de hersenen waardoor er hersenverschijnselen optreden. Ook deze dieren slaan vaak met hun kop achterover. Longontstekingen komen ook vaak voor bij deze ziekte.
Herpes-stomatitis is een ontsteking van de mondholte bij met name landschildpadden. In de bek zien we de verschijnselen van mondrot. Ondanks een goede behandeling zien we toch vaak sterfte bij deze dieren.

Breuken
Reptielen en amfibieën kunnen ook lichaamsdelen breken. We zien dit erg vaak optreden bij opgroeiende dieren ten gevolge van een slechte voeding. Een tekort aan calcium en/of vitamine D3 veroorzaakt zwakke botten waardoor deze eenvoudig breken. We zien gebroken poten, kaken en ruggen. Bij schildpadden kan ook het schild breken.
Een breuk kan natuurlijk ook ontstaan door een ongeluk of door vechten(trauma).
De beste behandeling hangt af van de plaats van de breuk en het soort breuk. Soms is alleen rust voldoende, maar vaak moeten we spalken of soms zelfs de breuk herstellen door middel van een operatie. Hierbij wordt met pennen, platen en/of schroeven de breuk op zijn plaats gezet en gehouden.
Natuurlijk moet ook de calciumvoorziening optimaal worden gemaakt.

Huidaandoeningen
De huid is een belangrijk orgaan bij reptielen en amfibieën. Het is erg belangrijk dat deze gezond blijft. Reptielen vervellen regelmatig waarbij hun oude huid vervangen wordt door een nieuwe. Een goede vervelling is een teken van een gezonde huid.
Abcessen zien we vaak optreden bij reptielen. Er ontstaat dan een lokale, afgeronde zwelling die soms erg stevig aanvoelt. We zien ze vaker optreden rondom de kop en bek en aan de poten. Ze worden veroorzaakt door bacteriën. Vaak gaat er een klein huidwondje aan vooraf, bijvoorbeeld door de nagels of bek van een ander dier of door scherpe randjes in het terrarium. Uiteraard kun je door goede hygiëne veel voorkomen.
De behandeling bestaat uit het openen en spoelen van het abces en een nabehandeling met antibiotica.
Schubrot is een ontsteking van de huid en schubben, meestal veroorzaakt door bacteriën of schimmels. We zien het vaak voorkomen op de buik. Waarschijnlijk omdat wat makkelijker beschadigt door het kruipen en omdat de buik meer met de ‘verontreinigde’ bodem in contact komt. Een vieze en natte bodem werkt predisponerend voor deze ziekte.
De behandeling bestaat uit het toedienen van medicijnen tegen de ziektekiem door middel van tabletten of injecties. Daarnaast kun je de huid plaatselijk insmeren met een zalf die antibiotica of jodium bevat (betadine). De dieren kunnen het beste op een zeer schone en droge bodem geplaatst worden en het stimuleren van de vervelling door middel van een vitamine A injectie versnelt de genezing.
Schildrot is een vergelijkbare aandoening van de huid en het schild bij waterschildpadden. Ook hier spelen beschadigingen, slechte hygiënische omstandigheden en slechte voeding een grote rol. Je ziet dat de huid vooral op het buikschild is aangetast. De ontsteking kan erg diep in het bot van het schild doordringen waardoor de dieren ernstig ziek worden. De behandeling bestaat uit het wegkrabben van het aangetaste weefsel. De plekken worden dan afgedekt met een ontsmettende watervaste zalf. De dieren dienen ook antibiotica te krijgen en de omstandigheden in het terrarium moeten geoptimaliseerd worden.
Red leg is een besmettelijke huidaandoening die we bij kikkers aantreffen. Plaatselijk kan de huid rood verkleuren ten gevolge van een infectieuze ontsteking. Overigens kan de huid ook elders op het lichaam ontstoken raken, met name de snuit is vaak aangetast. Een behandeling met een zalf is meestal voldoende, echter als er meer dieren ziek zijn dan wordt vaak gekozen voor een badbehandeling met antibiotica.
Wonden komen bij reptielen en amfibieën om allerlei redenen voor. Ze kunnen ontstaan door onderling vechten, door scherpe randen of uitsteeksels in het terrarium, door ruwe bekleding van het verblijf en ook door de eigenaar (op gaan staan, tussen de deur, uit de handen laten vallen etc.). Een bijzondere veel voorkomende huidverwonding is het aanvreten van een slang door prooidieren. Als je een levend prooidier als muis of rat bij een slang laat zitten zonder dat het prooidier opgegeten wordt, kan het zijn dat de rat of muis aan de slang gaat eten. Deze laat dat toe en er kunnen fikse verwondingen ontstaan.
Het is vaak verbluffend hoe goed deze dieren in staat zijn te herstellen van de meest ernstige verwondingen. Ondiepe en kleine huidwonden kun je het beste schoonmaken met water en ontsmetten met een ontsmettingsmiddel als jodium (oppassen kleine dieren voor een jodiumvergiftiging). Grote openstaande wonden op diepe penetrerende wonden kun je beter aan de dierenarts laten zien zodat hij kan beoordelen wat de beste behandeling is. Vaal moeten deze toch gehecht worden.
Verbrandingen aan de warmtelamp of een slecht ingestelde warmtemat of warmtesteen is een regelmatig voorkomende huidaandoening. We zien dan vooral aan de bovenzijde van het dier oppervlakkig tot diepe huidbeschadigingen. De therapie bestaat uiteraard uit het afschermen van de warmtebron. De wond bedekken met een zalf die infecties voorkomt en de genezing bevordert. Verder zul je vaak antibiotica moeten geven om infecties via de brandwond te voorkomen.

Operaties

Ook reptielen en amfibieën kunnen geopereerd worden. Er zijn wel verschillen met zoogdieren zowel wat betreft de narcose als de plaats van opereren en hechten. Het is derhalve wel verstandig een dierenarts voor reptielen te zoeken.
De meest voorkomende operatie zijn het hechten van wonden, keizersnedes, prolapsen, herstellen van breuken en operaties aan het maagdarmkanaal.
Tegenwoordig zien we ook dat reptielen steeds vaker ‘gesteriliseerd’ worden. Hiermee wordt eigenlijk bedoeld dat de eierstokken verwijderd worden om te voorkomen dat ze telkens weer eieren ontwikkelen. Met name bij dieren die regelmatig geboorteproblemen hebben of dieren die zich ongewenst voortplanten. Dit is bij reptielen wel wat lastiger dan bij onze bekende huisdieren.
Deze schildpad was in een ravijn gevallen en het schild was op meerdere plaatsen gebroken.

Chippen

Het kan belangrijk zijn om dieren op een eenvoudige manier te identificeren. Met name als het dieren betreft die beschermd zijn en dus niet uit het wild ingevoerd mogen worden. De meest eenvoudige manier is door het aflezen van een chip. Deze wordt door een dierenarts met behulp van een injectie onder de huid geplaatst. Met behulp van een reader kun je dan het unieke nummer eenvoudig aflezen.

Wanneer moet je met je dier naar de dierenarts?

Helaas komt het vaak voor dat een ziek reptiel of amfibie te laat bij de dierenarts komt. Dit heeft verschillende redenen. Een van de grootste valkuilen is dat je aan deze dieren niet goed ziet dat ze ziek zijn. Deze dieren verbergen vaak dat ze ziek zijn en pas als ze zo ziek zijn dat ze het niet meer kunnen verbergen , dan vertonen ze ook pas symptomen. Dan is het vaak erg laat en moet je een dier wat al lang en erg ziek is nog maar zien te redden. Een bekend voorbeeld is een slang die ogenschijnlijk niet ziek is maar al maanden niet eet. Uiteindelijk wordt hij plotseling snel slechter en dreigt hij dood te gaan aan een relatief eenvoudig te behandelen darminfectie. Als je dan vraagt waarom ze zo lang gewacht hebben met naar de dierenarts te gaan hoor je vaak:”maar een slang kan toch lang zonder eten”. Op zich kan een slang lang zonder eten, maar niet als dat ten gevolge van een ziekte is.
Wanneer een dier ziek is merk je dat doordat het dier zich anders gedraagt dan normaal. Ook een reptiel moet eten, drinken en ontlasting hebben. Bovendien heeft elk dier zijn vaste dagelijkse patronen. Als een dier elke dag op een bepaalde tijd ligt te zonnen en hij doet dat een keer niet, moet je hem in de gaten houden. Een tijgerpython die altijd eet en een keer weigert zul je in de gaten moeten houden. Als dergelijke symptomen langer dan 3 dagen aanhouden moet je iets ondernemen. Controleer het terrarium, de temperatuur, het water, de prooidieren en onderzoek het dier zelf. Als je zelf geen oorzaak vindt, dien je naar een dierenarts te gaan.
Uiteraard kun je bij evidente ernstige ziekten als wonden, bloedverlies, prolapsen, aanhoudend braken, neurologische verschijnselen of problemen met de ademhaling beter meteen contact opnemen met een dierenarts.
De lijst met dierenartsen voor reptielen vind je op deze site.

Dierenartsen

  • M. van Barneveld, De Rijf 18, 5258JB Berlicum nb, tel.: 073-5034672
  • R.W.F. Bekking, Leyweg 535, Den Haag, 070-3214111
  • H. Cornelissen, Broerdijk 1, Nijmegen, 080-225331
  • A. Visee, Schiedamseweg 41d, Schiedam, 010-4704022
  • Dierenkliniek Waalwijk (Dierenartsen M. Maas en E. v.d. Kamp), 1e Zeine 96, 5144 AL Waalwijk, 04160-34000
  • B. Wetzels, Eenhoornsingel 30, 6216 CW Maastricht, 043- 438011
  • J. Zwart, Nobelstraat 3-bis, 3512 EK Utrecht, 030 – 331064
  • D A Zweers, Zijpendaal 27, 9103 WE Roden, 050-5015400
  • Faculteit voor Diergeneeskunde, Yalelaan 1, Postbus 80158, 3584 CL Utrecht, 030-2539000
  • M J L Kik, Melissegaarde 16, 3436 HZ Nieuwegein, Tel: 030-6303663