Punten met betrekking tot de houdbaarheid van (gif)slangen

Stichting Platform Verantwoord Huisdierenbezit Werkgroep Reptielen en Amfibieën

Dit document is vastgesteld in de werkgroepvergadering d.d. 13 mei 2009

Dit document bevat algemene punten die van toepassing zijn op het houden van alle slangen, daarnaast zijn aanvullende punten voor het houden van gifslangen vermeld.

Algemene punten
Tot de gehouden reptielen en amfibieën behoren ook de slangen. Dit zijn fascinerende dieren, waarvan vele soorten goed zijn te houden en te kweken. Veel mensen hebben echter een afkeer van slangen of zijn er bang voor. Een beperkt aantal soorten slangen is giftig. Iedere onbekende slang moet daarom beschouwd worden als een gifslang totdat het tegendeel onomstotelijk bewezen is. Voor het merendeel van de bevolking geldt dat zij alle slangen als giftig, dus gevaarlijk moeten beschouwen. Een ontsnapte slang, al dan niet giftig van aard, geeft veel commotie. Om het houden van slangen op een voor de maatschappij acceptabele wijze te kunnen uitoefenen is iedere ontsnapte slang er één te veel, dit gezien de maatschappelijke onrust die dat met zich meebrengt. Deze maatschappelijke onrust kan zich vertalen in weerstand tegen de hobby van het verantwoord houden en kweken van reptielen en amfibieën en mede daarom moeten ontsnappingen van slangen absoluut worden vermeden.

Preventieve gezondheid
Een quarantaine periode van minimaal 6 weken in een afgezonderde ruimte is aanbevelenswaardig. Voor wildvangdieren is het verstandig de quarantaine periode te verlengen tot minimaal 3 maanden.

Gezondheidszorg
Wanneer de gezondheid van het huisdier in het geding is, is professionele hulp noodzakelijk. Er zijn in reptielen gespecialiseerde dierenartsen die professionele hulp en advies kunnen bieden.

Verzorging en huisvesting
Het verzorgen van slangen dient te gebeuren met in achtneming van het welzijn van het te houden dier, de gezondheid van de houder en de veiligheid van de omgeving. Zowel huisvesting als verzorging moeten hierop zijn afgestemd.

Een goed welzijn van het dier kan men nastreven door het natuurlijke leefgebied en –klimaat zo goed mogelijk na te streven en het natuurlijke gedrag van het dier zoveel mogelijk te stimuleren.

Hieronder zijn vermeld de aandachtspunten t.b.v. het welzijn van het dier, het welzijn van de houder en de veiligheid van de omgeving:

Grootte van het terrarium
In het algemeen geldt dat de grootte van een terrarium afhankelijk is van de grootte van de slang en het gedrag en de leefomgeving daarvan. Voor het gedrag worden twee typen omschreven:
- jachtslangen, soorten die actief op zoek gaan naar de prooi en
- slangen die vanuit een hinderlaag jagen (“ambush hunters”).
Voor de leefomgeving wordt onderscheid gemaakt tussen grond- en boombewoners. Over het algemeen geldt dat een terrarium goed gestructureerd dient te zijn zodat de slang zoveel mogelijk gebruik kan en zal maken van de beschikbare ruimte.

Aanbevolen afmetingen verblijf voor jachtslangen (bijv. Thamnophis, Dendroapsis):
lengte minimaal 1 maal de lengte van de slang
breedte minimaal ½ maal de lengte van de slang
hoogte minimaal ½ maal de lengte van de slang voor bodembewoners of 1 maal de lengte voor boombewoners.

Voor “ambush hunters” (bijv. boa’s, pythons, echte adders, groefkopadders):
lengte minimaal 2/3 maal de lengte van de slang
breedte minimaal 1/3 maal de lengte van de slang
hoogte minimaal 1/3 maal de lengte van de slang voor bodembewoners of 2/3 maal de lengte voor boombewoners.

Bovenstaande afmetingen gelden voor groepen tot maximaal 3 dieren, als dit aantal mogelijk is met het oog op het gedrag van de dieren. Bij grotere groepen dient er per extra dier 20% extra ruimte gerealiseerd te worden.

Curvers
Hoewel curvers, of rack- en ladesystemen in het algemeen zeker nuttig kunnen zijn voor het houden van een dier in quarantaine of het tijdelijk verzorgen van jonge dieren zijn deze niet geschikt voor het permanent verzorgen van dieren. De belangrijkste nadelen zijn de grootte, de slechte verlichtbaarheid en de ondoorzichtigheid waardoor een visuele controle van de dieren onmogelijk is. In een curver zijn er weinig mogelijkheden tot de uiting van natuurlijk gedrag. Curvers zijn niet duurzaam. Ze worden nogal snel broos en kunnen dan breken. Ze zijn daarom niet geschikt om veilig slangen in te huisvesten.

Verblijf afgesloten en ontsnappingsvrij
Het terrarium moet deugdelijk afgesloten zijn zodat nooit per ongeluk het terrarium geopend kan worden.
Schuifruiten zijn bij slangen ongewenst. Jonge slangen en kleine soorten kunnen via de ruimten tussen de ruiten ontsnappen. In het algemeen is een schuifruit een potentieel ontsnappingspunt. Als alternatief dienen zeer goed sluitende klapruiten en draaideurtjes. Ventilatie-openingen moeten voorzien zijn van fijnmazig stevig gaas, bij voorkeur van metaal.

Elk terrarium moet totaal ontsnappingsvrij zijn, ook voor pas geboren dieren, ook in geval van solitair gehouden slangen omdat na één enkele geslaagde paring tot in ieder geval 5 jaar lang nog bevruchte legsels geproduceerd kunnen worden (“Amphigonia retardata”) en omdat maagdelijke bevruchting (voortplanting zonder tussenkomst van een mannetje, “parthenogenese”) zich soms zich bij slangen voordoet.

Verblijf slagvast
Een slangenverblijf moet slagvast zijn om te voorkomen dat per ongeluk een bak kapot gestoten kan worden. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door de glazen delen van de bak te voorzien van een doorzichtige folie of door gebruik te maken van gehard of gelaagd glas.

Brandveiligheid
Voorkomen moet worden dat bij een brand de dieren kunnen ontsnappen. In de praktijk zal dit betekenen dat de bakken een hogere temperatuur en temperatuurshock moeten kunnen doorstaan dan de daarin geplaatst dieren. Rook- en CO-melders in de slangenruimtes en elders ook overigens, zijn sterk aan te raden.

Noodverlichting
Noodverlichting of eventueel werkverlichting die is voorzien van noodverlichting, zodat bij uitschakelen van de verlichting door een tijdschakelaar of het uitvallen van de elektriciteit, de slangenhouder niet in het duister staat terwijl deze met de slangen bezig is.
Voeding
Het voedingsregiem van het huisdier moet zijn afgestemd op de natuurlijke behoeften van het dier. Obesiteit (vetzucht) en anorexia (een eetstoornis) zijn een groot probleem bij slangen in gevangenschap en moeten voorkomen worden.

Levende voedseldieren, die nog niet zijn opgegeten, moeten niet zonder toezicht in het slangenverblijf worden gelaten, omdat voedseldieren de slangen kunnen aanvreten.

Met oog op de gezondheid van de slang is het aan te bevelen om gezonde voedseldieren te voeren.

Hygiëne
Waar er omgang met reptielen is, is een goede hygiëne van groot belang, i.v.m. zoönosen (ziekten die van dier naar mens overdraagbaar kunnen zijn) en ter voorkoming van de verspreiding van pathogenen tussen dieren.

Enige aandachtspunten:
 Goed handen wassen na en tussen het werken met reptielen.
 Gebruik van gereedschap dient op een hygiënische manier te gebeuren
 Reinigen en ontsmetten dient op de juiste manier te gebeuren. Maak onderscheid in:
 gebruik van schoonmaakmiddelen op de juiste wijze
 gebruik van ontsmettingsmiddelen op juiste wijze en met gebruik making van persoonlijke beschermingsmiddelen.
 verblijven dienen gereinigd en ontsmet te worden na overlijden van de bewoner
 verblijven dienen gereinigd en ontsmet te worden na verhuizen van de oorspronkelijke bewoner
 de werkruimte dient gereinigd en ontsmet te worden na het werken met de dieren
 gebruik altijd water uit schone watercontainers.

Aanvullende punten bij het houden van gifslangen
Wettelijke verplichting
Gifslangen kunnen gevaarlijk zijn. Bij het verantwoord houden van deze dieren moet het gevaar voor de houder en zijn omgeving redelijkerwijs tot een minimum worden teruggebracht; dat betekent dat alles wat redelijkerwijs van een houder gevraagd kan worden om de dieren op een gevaarloze manier te houden, ook geëist moet worden. Dit is een wettelijke verplichting die als volgt is vermeld in de Nederlandse wet.
Het Wetboek van Strafrecht, artikel 425 luidt:
“Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:
1°………………………………….
2°. hij die geen voldoende zorg draagt voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier.”
Hieronder wordt een aantal van de aanvullende punten voor gifslangen toegelicht.

Kennis
Voordat gifslangen voldoende veilig gehouden kunnen worden is een uitgebreide ervaring met niet-giftige slangen en daarnaast een ervaringsstage bij een ervaren gifslangenhouder gewenst.

Hulp
Bij een beet is het voor het overleven van het slachtoffer van levensbelang dat snel en adequaat gehandeld wordt. Het is daarom aanbevelenswaardig om niet alleen, maar met hulp van een andere persoon de dagelijkse verzorging van de dieren te verrichten.

Verblijf afgesloten
Een terrarium met gifslangen moet deugdelijk zijn afgesloten met behulp van een slot zodat nooit per ongeluk een terrarium geopend kan worden.

Aparte ruimte
Het verdient sterk de voorkeur gifslangen niet in terraria in een woon- of slaapkamer te huisvesten, maar in een aparte ruimte. De ruimte waarin gifslangen worden gehouden dient te zijn afgesloten met een deugdelijk slot waardoor ongewenste bezoekers (bijv. kinderen) geen toegang tot deze ruimte hebben. De ruimte moet volledig zijn ingericht voor het houden van deze dieren en vrij zijn van rommel en overbodige spullen. Steriliteit is een sleutelwoord in deze. Er moet voldoende bewegingsruimte voor de verzorger zijn en de ruimte moet overzichtelijk zijn ingericht. Bij spugende gifslangen is het werken met een fijnstofgelaatsmasker aan te bevelen. Ondanks dat de ruimte geventileerd moet kunnen worden dient de ruimte, net als de terraria zelf, ontsnappingsvrij te worden gemaakt. Een rookmelder en een eenvoudige, bij voorkeur schuim- of CO2-brandblusser moeten aanwezig zijn. Verder moet de ruimte zijn voorzien van een duidelijke aanduiding die vermeldt dat er giftige dieren zijn gehuisvest.

Protocol
Door elke gifslangenhouder moet een beetprotocol worden vastgesteld. Dat moet in de aparte ruimte aanwezig zijn en eventueel op andere relevante plekken in de woning van de houder. In dit protocol moet ten minste zijn opgenomen welke acties ondernomen moeten worden bij een beet; welke personen gewaarschuwd moeten worden, waar het antiserum is opgeslagen. Verder dient op het protocol te zijn opgenomen welke soorten worden gehouden.

Voor een juiste behandeling en een veilig afwerken is het van belang dat na een beet eerst het terrarium met de slang daarin weer wordt afgesloten, vervolgens moet worden vastgesteld welke soort verantwoordelijk was voor de beet.

Een voorbeeld-protocol van de Doelgroep Gifslangen van Lacerta is gevoegd bij dit document.

Meldingsplicht
Gifslangen kunnen potentieel een gevaar opleveren voor hulpdiensten. Alleen al daarom is het belangrijk dat de houder van gifslangen daarvan melding doet bij de coördinerende instantie in geval van calamiteiten. Dit is meestal de brandweer.

Antiserum
Bij een natte beet van een gevaarlijke gifslang kan het essentieel zijn voor het overleven van het slachtoffer dat antiserum snel beschikbaar is. De meldings- en reistijd voor gebruik van de serumbank kan voor de eerste toediening te lang zijn. Daarom achten wij het van belang dat elke gifslangenhouder tenminste 2 ampullen antiserum op voorraad houdt voor de door hem gehouden soorten. De kosten hiervan zijn redelijk beperkt; een ampul polyvalent kost in de orde van € 90-200 en is ongeveer 3-5 jaar houdbaar.
Antiserum mag uitsluitend door een terzake kundige arts worden toegediend


Epipen
Indien de houder allergisch is voor het gif kan deze bij een beet zeer snel in een levensbedreigende shock geraken. In dit geval dient direct adrenaline te worden toegediend. Dit kan door middel van een epipen. Omdat houders bij hun normale werkzaamheden constant in contact komen met geringe hoeveelheden gif kan een allergie ongemerkt ontstaan. Van houders wordt dan ook verwacht dat zij een epipen bij het eerste hulp materiaal aanwezig hebben met instructies hoe en wanneer deze te gebruiken. Met de instructie moet voorkomen worden dat adrenaline wordt toegediend zonder dat er sprake is van een allergische reactie. Adrenaline toedienen is moeizaam gezien het de hartslag, ademhaling, etc verhoogt. Uit de praktijk blijkt dat anafylactische shock zeer zelden voorkomt in geval van een eerste beet. Aanbevolen wordt over twee epipennen te beschikken.

Eerste hulpmateriaal
Bij een beet dient de verspreiding van het gif zoveel mogelijk voorkomen te worden door het aanleggen van een bandage. Het is hierbij dus niet de bedoeling de bloedsomloop af te sluiten!!. Materialen hiervoor dienen in de directe omgeving van de slangenkamer te worden bewaard.

Aanbeveling
Sluit je aan bij een vereniging van houders van de dieren die je wenst te gaan houden.

1. Europese Slangenvereniging, www.snakesociety.nl
2. Lacerta, www.lacerta.nl
3. Voor fora zie: www.reptielen.startpagina.nl

Bijlage: Voorbeeld-protocol van de Doelgroep Gifslangen van Lacerta