Kweken

(Falco Ebben)

(Falco Ebben)

Soms horen we wel eens verhalen van duivenhouders die zeggen dat je maar weinig goede duiven kweekt en dat het daarom het beste is om maar veel jonge duiven te kweken. Hierdoor zou de kans op een goede duif groter zijn. Dit klinkt misschien wel logisch, maar is het ook waar?
Het hebben van veel duiven wil dat helemaal niet zeggen dat je dan ook veel goede duiven hebt. Als je op heel veel grote hokken de vijf beste duiven weg zou halen, dan kelderen de prestaties daar zeker naar beneden. Wat dan blijft, zijn veel duiven met weinig aansprekende prestaties en daar zit toch eigenlijk niemand op te wachten.

Aan het hebben van veel duiven kleven ook nog andere problemen zoals veel werk en het maakt de sport ook veel duurder. Ook de duiven die niet of matig presteren moeten worden geënt, moeten dagelijks voer en verzorging krijgen en kosten vrachtgeld, een van de duurste onderdelen van de duivensport. Misschien nog belangrijker is dat je het overzicht kwijt raakt. Je moet je duiven feitelijk persoonlijk kennen om ze ook goed te kunnen motiveren en observeren. Een kleine overzichtelijke groep duiven die presteren is dus altijd veel beter dan een grote groep duiven waarvan maar enkele duiven echt goed presteren. Wees daarom streng en kweek alleen uit goede duiven. Je krijgt dan minder duiven, maar de kans dat daar goede duiven bij zitten is gewoon het grootste.
Door kweekkoppels samen te stellen met als basis goed x goed is de kans op goede nakomelingen groter. In ieder geval is die kans veel groter dan een kweek met goed x matig en zeker groter dan matig x matig. Let er bij het kweken ook op dat je daarvoor duiven inzet die bewezen hebben over een uitstekende gezondheid te beschikken. Daarnaast wordt er binnen de duivensport ook wel vormen van inteelt toegepast. Hierbij tracht de duivenhouder als het ware de erfelijke kwaliteiten die een duif tot een goede duif maken genetisch vast te leggen. Daarbij moet wel bedacht worden dat er ook risico’s zijn dat ook andere, minder goede of zelfs slechte erfelijke eigenschappen een kans krijgen om boven te komen drijven. Bij andere hobby dierfokkers zien we dat vaak leiden tot allerlei gezondheidsproblemen en aantasting van de vitaliteit. Ook kunnen verkeerde erfelijke eigenschappen leiden tot ernstige lichamelijke gebreken. Vitaliteit moet bij het kweken van sportduiven het sleutelwoord zijn. Enige vorm van inteelt is ook bij onze duiven op de meeste hokken wel aanwezig. Neef x nicht is meestal geen probleem. Goede duiven die goede nakweek geven zien we na verloop van tijd vaak terugkomen in de stambomen van de op het hok aanwezige duiven.
Vaak wordt er met de kweek begonnen in februari. De jonge duiven zijn dan bij aanvang van de jonge duivenvluchten op een leeftijd dat ze al voldoende trainingsvluchten hebben gemaakt en andere zaken zoals het drinken in de mand hebben geleerd. Een ander voordeel is dat de ouders aan de wedstrijden kunnen beginnen zonder dat ze nog voor hun jongen hoeven te zorgen. Zeker in het vroege voorjaar kunnen de weersomstandigheden er voor zorgen dat de vluchten een dag uitgesteld worden. Als beide ouders dan op reis zijn dan krijgen de jongen een dag lang geen voer en dat is niet goed voor de jongen en daarom kunnen de ouders niet mee op de eerste vlucht. Door op tijd te kweken voorkom je dergelijke problemen.

Eileggende duivin (Falco Ebben)

Eileggende duivin (Falco Ebben)

Er zijn ook duivenhouders die aan winterkweek doen en eind december al jonge duiven hebben. Deze duiven zijn bij aanvang van de jonge duivenvluchten ouder en bovendien hebben ze minder problemen met de rui. Toch is het goed te bedenken dat je meer jonge duiven verliest als je aan winterkweek doet. Dit komt mogelijk omdat winterjongen redelijk lang moeten wachten alvorens ze aan wedvluchten kunnen deelnemen. Heel veel en ver opleren is dan het enige wat je kunt doen om hogere verliezen te voorkomen. Zie je de vluchten met jonge duiven vooral als een middel om duiven ervaring op te laten doen, dan is het dus verstandiger om pas in februari of later te koppelen.
Veel jonge duiven kweken wil niet zeggen veel goede duiven kweken. We hebben eerder al opgemerkt kritisch te zijn op het aantal jonge duiven. Kies heel streng goede koppels uit en kweek daar uit. De kans om goede duiven te krijgen is dan echt groter als wanneer je zoveel mogelijk jonge duiven kweekt. Als je niet veel duiven hebt waaruit je verwacht goede jongen te kweken dan kun je de eieren van de koppels waaruit je wel jongen wilt hebben overleggen naar koppels waarvan je geen jongen wilt hebben. Wel even opschrijven natuurlijk welke eieren onder welk koppel liggen. Er mag maximaal 3 dagen verschil tussen het leggen van het eerste ei van beide koppels zitten. Als je de eieren zo snel mogelijk overlegt en dan kun je 4 jongen uit een koppel hebben waarvan het leeftijdsverschil niet meer dan 3 weken is.

Jonge Duif van 3 dagen oud (Falco Ebben)

Jonge Duif van 3 dagen oud (Falco Ebben)

Je kunt aan de hand van de prestaties van de ouderdieren kweekkoppels samenstellen. Let daarbij op inteelt. Enige vorm van inteelt kan geen kwaad, echt nauwe vormen van inteelt moeten vermeden worden. Heb je ouderdieren waar vormen van inteelt bij aanwezig zijn kan het soms heel goed zijn om deze te kruisen met een volledig onverwante partner.
Kweken is niet echt moeilijk. Als de duiven gezond zijn en niet te vet, dan is de koppeling in de regel niet zo moeilijk. Het makkelijkste is om de koppels ’s avonds als het donker is samen in hun broedhok op te sluiten om vervolgens, als alle koppels samen zitten, het licht uit de doen. De volgende morgen zullen de meeste koppels dan gepaard zijn. Wel moet je zorgen dat je zodra het licht wordt bij de duiven bent om vechtende koppels (tijdelijk) te scheiden. Als je zo’n vechtend koppel een dag in een leeg jonge duivenhok zet, dan is de koppeling ook meestal zo gepiept. Je kunt ze dan terugplaatsen in hun broedhok. Als de duiven eenmaal gepaard zijn kun je de koppels één voor één loslaten. Als ze eenmaal hun broedhok kennen kun je meerdere koppels tegelijk gaan loslaten totdat ze allemaal tegelijk los kunnen. In het begin moet je wel in de buurt blijven om vechtpartijen als gevolg van verkeerd vliegen te voorkomen. In de broedbak plaatsen we een broedschotel en op de bodem van het hok stellen we nestmateriaal ter beschikking, bij voorkeur tabaksstelen. Door het slepen met het nestmateriaal leren de duiven snel hun eigen broedbak kennen en dat voorkomt dat men een verkeerd broedhok in vliegt. De “eigenaar” van dit broedhok zal onmiddellijk de indringer proberen te verjagen. Door goed de eigen bak te leren kennen kunnen we dergelijke vechtpartijen voorkomen. Zeker als er al eieren zijn is dit van belang omdat de eieren tijdens de gevechten kunnen beschadigen. Rust op het broedhok is van belang voor een geslaagde kweek.

(Falco Ebben)

(Falco Ebben)

Zorg er voor dat de duiven tijdens het hele proces van broeden en grootbrengen van jongen goed voer krijgen en steeds vers grit en mineralen ter beschikking hebben. In de regel groeien de jongen dan voorspoedig op. Op een leeftijd van 6 à 7 dagen moeten de jonge duiven worden geringd aan de rechterpoot met de cijfers ondersteboven. Dit laatste is nodig zodat de ringnummers aan de inkorftafel gemakkelijk opgelezen kunnen worden. Duiven die echt achterblijven, kun je het beste uitselecteren. Deze duiven mankeren veelal iets en zet je ze mee af met de andere jongen, dan kunnen ze voor de hele groep een bedreiging vormen.
De jonge duiven kunnen op een leeftijd van ongeveer 25 dagen van de ouders worden gescheiden. Het verenpak onder de vleugels dient dan mooi gesloten te zijn.

Bron
De moderne duivencoach, Ton Ebben, Leo van der Waart, 2011

Kuikens (Falco Ebben)

Kuikens (Falco Ebben)

NORMBLADEN PVH (GIDSEN VOOR GOEDE PRAKTIJKEN) in pdf
GGP sport duiven kweken