Training

Lossing (Falco Ebben)

Lossing (Falco Ebben)

Bij de training van sportduiven kunnen we een verschil maken tussen jonge duiven en oude duiven. We spreken van jonge duiven als het duiven betreft in hun geboortejaar. Een jaar later spreken we van jaarlingen, twee jaar later van tweejarigen, enzovoort.
Jonge duiven
Bij de training van jonge duiven leggen we de basis voor de toekomst en dat vraagt dan ook extra aandacht. Als de jongen net gespeend zijn op een leeftijd van ongeveer 25 dagen, valt er de eerste dagen nog maar weinig te leren. Wel kun je vanaf dag één bij het voeren zelf fluiten, roepen of op een fluitje blazen om de duiven te leren dat wanneer je dit geluid maakt er ook iets te eten valt. Dit is heel handig om als ze wat ouder zijn, je ze naar binnen kunt roepen wanneer jij dat wilt. Dit kun je later ook tijdens de wedvluchten gebruiken om ze vlug naar binnen te roepen. De jonge duiven die net zijn afgezet brengen de eerste dagen op de bodem van het hok door. Daarna zie je de eerste duiven een plekje zoeken op de schabjes, bakken of welke zitgelegenheden dan ook die in je hok staan. Loketkasten hebben de voorkeur omdat de jonge duiven daar veel tammer in worden. Als ze eenmaal de hogere plekken zoeken is het goed om ze ook buiten te zetten zodat ze daar ook kunnen rondkijken. Als je beschikt over een spoetnik kun je ze natuurlijk ook in en wat later op de spoetnik zetten. Ze leren dan ook meteen hoe ze naar binnen moeten. Een spoetnik is een constructie waarbij de duiven wel naar binnen kunnen, maar van binnen niet naar buiten. Na enkele dagen zullen de jonge duiven op het hok gaan zitten en nog wat dagen later komen de eerste kleine vluchtjes. De dagen erna worden de vluchtjes langer en gaan ze soms ergens in de buurt op een dak zitten. De vliegpartijen worden steeds driester. Met zeer hoge snelheden buitelen ze nu door de lucht en vliegen ze rakelings langs allerlei obstakels. De jonge duiven die wat jonger zijn komen nu ook naar buiten en hebben een goed voorbeeld aan de jongen die wat ouder en verder in de ontwikkeling zijn. Na enkele weken is het verschil al niet meer te zien. Dan is de periode aangebroken dat ze normaal rondjes gaat vliegen en niet veel later beginnen ze weg te trekken. Zo nu en dan zul je een duifje missen. Dat duifje kan zich hebben dood gevlogen tegen draden of andere obstakels. Het kan ook zijn dat het bij een andere duivenhouder naar binnen is gelopen of gegrepen is door een roofvogel. Dit zijn onvermijdelijke zaken en daar zul je jezelf bij neer moeten leggen.

(Falco Ebben)

(Falco Ebben)

Als de jonge duiven weg gaan trekken breekt er een belangrijke taak aan voor de duivenhouder. Over niet al te lange tijd staan dan de eerste wedvluchten op het programma en het behoort tot je verantwoordelijkheden dat je de jonge duiven daar goed op voorbereid. Deze voorbereiding bestaat op hoofdlijnen uit de volgende zaken:

Leren drinken in de mand
Het is van het grootste belang dat jonge duiven leren drinken in de mand. Zeker jonge duiven die op de eerste vluchten mee gaan zijn nog onervaren. Als ze niet drinken in de mand en er zit op de thuisweg iets tegen dan kunnen ze in de problemen komen. Hebben ze in de mand nog gedronken dan kunnen ze beter tegen een stootje. Nu zijn de eerste vluchten weliswaar kort, maar bedenk dan toch dat dit ook vluchten zijn waar de jonge duif door de vele nieuwe ervaringen ook extra stress oploopt. Water is voor duiven van levensbelang en leren drinken in de mand is een noodzakelijke training die je jonge duiven niet mag onthouden.

Voldoende opleren
Veelal organiseren de afdelingen voorafgaan aan de eerste wedvlucht twee opleervluchtjes. Denk niet dat dit voldoende is. Na enkele vluchten zitten de duiven al op een paar honderd kilometer. Ze moeten dan al voldoende ervaring hebben opgedaan op de opleervluchten die je ze zelf gegeven hebt. Met dit opleren mag je beginnen als de jonge duiven ongeveer twee tot drie weken zelfstandig bij het thuishok wegtrekken. Neem bij het opleren geen risico’s met de weersomstandigheden. Kijk ook op teletekst of er geen duivenlossingen in de buurt zijn. Is dit het geval wacht dan tot die duiven niet meer in de regio kunnen komen. Daarnaast is het van groot belang deel te nemen aan de opleervluchten van de afdeling. Misschien niet voor de kilometers, maar vooral om de jonge duif nieuwe ervaringen te leren zoals het brengen naar het clublokaal, het laten aannemen van de duiven, de reismand met andere duiven, het laden van de manden in de wagen, het vervoer per vrachtauto en de lossing in de grote groep. Deze ervaring kun je zelf niet geven en maak daarom gebruik van deze opleervluchten.

Landende duif (Falco Ebben)

Landende duif (Falco Ebben)

Gezondheid
De duiven die worden weggebracht voor een opleervlucht moeten gezond zijn. Een duif die niet helemaal in orde is loopt een heel groot risico dat hij niet thuis komt. Leer daarom vooral observeren op de uiterlijke kenmerken zoals witte neusdoppen, de kwaliteit van de mest, eventuele geluiden bij de ademhaling, het mager zijn van duiven, het vliegen van de duiven, enzovoort. Is de duif niet helemaal in orde dan ook beslist niet meegeven!

Het weer
Leer alleen jonge duiven op als het weer goed is. Dat wil zeggen goed zicht, gebroken bewolking, geen mist of regen, en zeker geen oosten of zuidoosten wind! Op grond van ervaring weten we dat duiven met deze wind het niet gemakkelijk hebben.

We staan omdat het zo belangrijk is, nog even stil bij het leren drinken in de mand. Bij het spenen van jonge duiven zie je soms ook jonge duifjes die niet in staat zijn de drinkpot te vinden terwijl in hun directe omgeving andere jonge duiven wel gebruik maken van de drinkpot. Dit is een leerproces en daarbij zien we individuele verschillen. Met het drinken in de mand is dat niet anders. Door toeval ontdekt een duifje het water en zal drinken, maar in diezelfde mand zitten dan nog veel duifjes die de drinkgoot niet opmerken. Deze duifjes en dat zijn de meeste, moeten we het drinken in de mand leren. Er zijn diverse manieren om dit te doen. Zo kun je het drinkwater in het jonge duivenhok aanbieden in vergelijkbare gootjes zoals die in de duivencontainer gebruikt worden. Dit zelfs met spijltjes waar de duiven het kopje doorheen moeten steken om het water te bereiken.

(Falco Ebben)

(Falco Ebben)

Maar om het drinken in de mand goed te leren moet je de duiven ook echt in een mand plaatsen. Naast het feit dat het in manden plaatsen van duiven al een prima training is om ze aan de mand te laten wennen, zullen ze in de mand moeten leren drinken. Het beste kun je als volgt te werk gaan:

Geef de jonge duiven na een voerbeurt geen water op het hok. Pak ze op en plaats ze in de manden. Hang er vervolgens de drinkgoten aan en vul die met water. Haal er zo nu en dan een vinger doorheen zodat de duiven het spattende water kunnen zien. Strooi na enige tijd ook wat zaadjes over het water. Ze zullen er naar pikken en dan het water ontdekken. Na enkele uren is het mooi geweest. We gaan dan kijken of ze al wat geleerd hebben. Laat de duiven buiten los en zet in het hok een drinkpot zonder water. Het is nu opletten geblazen. Als de duiven binnenkomen zijn er misschien enkele bij die naar de lege drinkpot gaan om te drinken. Pak deze duifjes op en plaats ze terug in de manden, want je mag dan rustig aannemen dat ze in de mand niet gedronken hebben. Begin weer van voor af aan. Drinkgoten vullen, zo nu en dan met de vinger door het water en wat lichte zaadjes op het water. Weer los, lege drinkpot op het hok en maar weer opletten of er nog duifjes zijn die onmiddellijk naar de lege pot komen. Wees streng en blijf dit herhalen tot de drinkpot op het hok ongemoeid wordt gelaten. Na een weekje dit ritueel weer herhalen tot je er zeker van bent dat drinken in de mand geen probleem meer is.

Kunnen de duiven drinken in de mand, zijn ze voldoende opgeleerd, hebben ze aan de opleervluchten van de afdeling meegedaan en zijn ze gezond, dan kun je ze met een gerust gevoel meegeven op de eerste vluchten. Blijf daarbij steeds voor ogen houden dat deze vluchten vooral vluchten zijn waar de jonge duiven ervaring op moeten doen voor de toekomst. Blijf wekelijks de duiven goed controleren en let zelf ook op de weersvoorspelling. Wordt er op één van de eerste vluchtjes oosten of zuidoosten wind voorspelt dan kun je ze beter een keer thuis houden. Zorg er verder voor dat ze voldoende trainen en wel minimaal een uur per dag. Op de dag van inmanden mag je ze binnen houden. Zorg dat ze die dag voldoende, maar niet te veel, gegeten hebben. Geef ze enkele uren voor het inmanden geen voer meer. En het allerbelangrijkste, alleen gezonde duiven meegeven op de wedvluchten of trainingsvluchten!

(Falco Ebben)

(Falco Ebben)

Oude duiven
Een groot verschil met de jonge duiven is dat oude duiven al meer ervaren zijn en ook dat oude duiven over het algemeen beter bestand zijn tegen allerlei ziekten. Toch is het bij oude duiven in het begin van het seizoen geen kwestie van gewoon weer meegeven. Ook voor oude duiven en zeker voor de jaarlingen, is het heel goed alvorens de wedvluchten weer beginnen, de duiven in het ritme van naar huis vliegen te brengen. Een aantal keren zelf wegbrengen is zeker gewenst en ook kun je ze meegeven op de eerste opleervlucht(en) van de afdeling.
Heel vaak hebben de duiven in de winter minder gevlogen, omdat ze vaak vanwege het winterweer of de korte dagen niet uit worden gelaten of om ze te beschermen tegen de roofvogels die in deze periode minder prooidieren hebben waardoor de duiven dus extra risico lopen. Voor de wedvluchten opleren is dus geen overbodige luxe. Ook als we de duiven op gaan leren moet er sprake zijn van een goede gezondheid. Dit is in de regel bij oude duiven minder een probleem dan bij de jonge duiven, maar het blijft oppassen.

Bron
De Moderne duivencoach, Ton Ebben, Leo van der Waart, 2011

NORMBLADEN PVH (GIDSEN VOOR GOEDE PRAKTIJKEN) in pdf   GGP Training van sportduiven