Brandgans / Branta leucopsis

Brandganzen (J.Harteman, Aviornis Nederland)

Brandganzen (J.Harteman, Aviornis Nederland)

Herkomst
Arctica/Europa: Groenland, Nova Zembla, Spitsbergen, Noord Rusland.

Biotoop / habitat
De Brandgans is van oorsprong een trekvogel en broedt op rotskusten, op een veilige plaats, die meestal alleen vliegend bereikbaar is. Foerageren doen ze op met gras begroeide oevers en graslanden.
Een groot gedeelte van de wereldpopulatie overwintert in Nederland. Verder in Denemarken, Noord Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Ierland.
De laatste 20 jaar verblijven er ook broedparen in Nederland als standvogel.

Maximale lengte
58 – 70cm.

Gewicht
gent +/- 1.8 kg, vrouwtje +/- 1.6 kg.

Levensverwachting
Kunnen vrij oud worden, zo’n 15 à 20 jaar.

Type huisvesting
Geschikt voor: zowel kleinere vijvers, als voor groter gemeenschappelijk perk, waar meerdere paartjes gehuisvest kunnen worden.

Voedsel
Meest gebruikte voedingsmiddelen in de praktijk bv. 80% totaalvoeder korrel voor Watervogels, 10% gras/groente, 10% granen):

Groeiend dier tot 2 maanden: Opfokkorrel of kruimel
tussen de 2 tot 4 maanden: Opfokkorrel
Volwassen dier: Totaalvoeder onderhouds- of basis korrel
Broedtijd: Totaalvoeder foktoomkorrel

Voedsel afgeschermd aanbieden. Vers water, altijd beschikbaar.
Bij voorkeur groot grasperk om te grazen, anders regelmatig (dagelijks) wat gemaaid gras.

Beschrijving
De Brandgans heeft een lichtgrijze onderzijde en een donkergrijze rug met een opvallend patroon van witte en zwarte banden. Hals en borst zijn zwart. De Brandgans is vooral herkenbaar aan de koptekening met wit voorhoofd, witte wangen met een zwarte vlek van de snavel tot het oog en een zwarte kruin. Snavel en poten zijn zwart. Man en vrouw zien er het hele jaar rond identiek uit. Vaak is de gent iets groter dan het vrouwtje.

Opmerkingen
Brandganzen zijn sterk, niet veeleisend en in beschermde omgeving gemakkelijk te houden en volkomen winterhard, zeker wanneer de vijver ijsvrij wordt gehouden.
Ze zijn tam, hebben een prettig karakter en een fraai uiterlijk.
Vooral in de broedtijd zijn Brandganzen luidruchtig en maken als er gevaar dreigt een doordringend, keffend geluid, dat ver te horen is. Dus denk om de buren! Ze kunnen dan naar andere watervogels agressief zijn.
Brandganzen zijn veel op het land, grazen heel graag en zijn daarom dus geschikt voor vijvers met een groot grasperk.
Brandganzen kunnen paarsgewijs in een gemengde collectie met voldoende ruimte gehouden worden en zelfs met meerdere paren, wanneer het perk ruim genoeg is.

Aanbevelingen kweek
Monogame paarvorming. Kunnen per koppel gehuisvest worden, maar zijn ook in groepjes te houden wanneer het perk groot genoeg is.
Geslachtsrijp tussen 3 en 4 jaar.
Grondbroeders, zelfgebouwd nest van stro en takjes, liefs onder struik of afdakje.
Legsel: 4 à 7 eieren, grijswit, verkleurend naar crème tijdens het broeden.
Broedduur: 24-25 dagen.
Het uitbroeden van de eieren en het opfokken van de ganzenkuikens is vrij gemakkelijk, ook voor beginnende liefhebbers. Zowel mannetje als vrouwtje zorgen voor de kuikens, die een dik grijsachtig donspakje hebben met een kort zwart snaveltje en zwarte pootjes.
Ringmaat: 14 mm, verplicht.

Ondersoorten / varianten
Geen ondersoorten.
Er bestaat een witte mutant.

Literatuur / websites
Watervogels houden…’t is een hobby!, 2003 – Liliane De Boeck-Pauchet
Handbook of the birds of the World, vol. 1 Ostrich to Ducks, 1992 – del Hoyo et al.
Die Entenvogel der Welt, 1999 – Hartmut Kolbe
www.aviornis.nl

Wetgeving
In Nederland geldt een jacht- en vangverbod.
Bijlage 1 van de EU-Vogelrichtlijn.
Vaste voetring verplicht voor gekweekte exemplaren.

Bron
www.aviornis.nl