Roodhalsgans / Branta ruficollis

Roodhalsganzen (J.Harteman, Aviornis Nederland)

Roodhalsganzen (J.Harteman, Aviornis Nederland)

Herkomst
Azië en Noord-Oost Europa. Winter dwaalgast in het Westen.

Biotoop / habitat
De Roodhalsgans is een trekvogel en broedt op de Arctische toendra’s, schiereilanden, moerassen en rivierdelta’s.
Een groot gedeelte van de wereldpopulatie overwintert op graslanden aan de Kaspische en Zwarte Zee.
Wordt in Nederland als winter dwaalgast waargenomen.

Maximale lengte
53 – 56 cm

Gewicht
gent +/- 1.4 kg, vrouwtje +/- 1.1 kg

Levensverwachting
Kunnen vrij oud worden, zo’n 15 – 20 jaar.

Type huisvesting
Geschikt voor: groot grasperk met vijver, waar meerdere paartjes gehuisvest kunnen worden. Liever niet met andere agressievere ganzensoorten en niet met te kleine eendensoorten.

Voedsel
Meest gebruikte voedingsmiddelen in de praktijk bv. 80% totaalvoeder korrel voor Watervogels, 10% gras/groente, 10% granen:
Groeiend dier tot 2 maanden: Opfokkorrel of kruimel
Tussen de 2 tot 4 maanden: Opfokkorrel
Volwassen dier: Totaalvoeder onderhouds- of basis korrel
Broedtijd: Totaalvoeder foktoomkorrel

Voedsel afgeschermd aanbieden. Vers zwemwater, altijd beschikbaar, dat ook gedronken wordt.
Bij voorkeur groot grasperk om te grazen, anders regelmatig (dagelijks) wat gemaaid gras.

Beschrijving
De Roodhalsgans is een kleine maar kleurrijke en opvallende gans met een sierlijke tekening. Gent en vrouwtje zien er het hele jaar hetzelfde uit, dus geen eclipskleed gedurende de rui. Vrouwtje is iets kleiner en heeft een kleinere wangvlek. Het lichaam is zwart met brede witte flankstreep, witte stuit en dunne witte borststreep. De borst heeft een prachtige roestbruine kleur, evenals de wangvlek, die omgeven is door een witte ring met witte halsstreep. Kruin en nek zijn zwart, met zwarte verticale band over het oog. Kleine, korte, zwarte snavel met witte vlek bij de snavel. Poten zijn zwart.

Opmerkingen
Roodhalsganzen zijn in beschermde omgeving gemakkelijk te houden en winterhard, zeker wanneer de vijver ijsvrij wordt gehouden.
Ze zijn tam, hebben een prettig karakter en een fraai uiterlijk. Tijdens de broedtijd zijn Roodhalsganzen luidruchtiger, ook s’nachts, en wat agressiever. De gent laat in die periode een hoge, scherpe schreeuw horen als er “gevaar” dreigt en een sissend geluid bij confrontaties om te imponeren. En kunnen dan naar andere watervogels wat agressief zijn.
Roodhalsganzen zijn veel op het land, grazen heel graag en zijn daarom dus geschikt voor kleinere vijvers, maar met een groot grasperk.
Roodhalsganzen kunnen paarsgewijs in een gemengde collectie met voldoende ruimte gehouden worden en of met meerdere paren, wanneer het perk ruim genoeg is.

Aanbevelingen kweek
Monogame paarvorming. Kunnen per koppel gehuisvest worden, maar zijn ook in groepjes te houden wanneer het perk groot genoeg is.
Geslachtsrijp tussen 2 en 3 jaar.
Grondbroeders, zelfgebouwd nest van stro en takjes, liefs onder struik met open uitzicht.
Legsel: 4 – 8 eieren, meestal crème kleurig.
Wordt door vrouwtje uitgebroed. Gent houdt de wacht.
Broedduur: 24-25 dagen.
Ringmaat: 12 mm.

Soorten / ondersoorten
Geen ondersoorten of varianten.

Literatuur / websites
Watervogels houden…’t is een hobby!, 2003 – Liliane De Boeck-Pauchet
Handbook of the birds of the World, vol. 1 Ostrich to Ducks, 1992 – del Hoyo et al.
Die Entenvogel der Welt, 1999 – Hartmut Kolbe

Wetgeving
Vaste voetring gewenst maar niet verplicht. Herkomst ouderpaar dient te herleiden te zijn.

Bron
www.aviornis.nl