
foto Ron Baltus
Algemeen
Activeiten en Agenda
Biologie
Oriëntatie vooraf
Benodigdheden
Voeding
Huisvesting
Gezondheid en ziektes
Voortplanting
Gedrag
Vakantie
Afstandsdieren
Wetgeving
Organisaties
Bibliotheek
vragen

De bekendste kleine zoogdiersoorten zijn natuurlijk de knaagdieren en
konijnen. Niet zelden knuffeldieren die de mens graag gezelschap houden. Wie
geen speciale eisen stelt aan bijvoorbeeld het ras, koopt vaak al voor weinig
geld een vriendelijke knager of een aanhankelijk konijn. Ook de verzorging van
de dieren kost in de regel geen wereldbedrag. Voor een paar tientjes per maand
heeft broer konijn goede voeding en een uitstekende bodembedekking in het hok of
de kooi. Bedenkt u bij aanschaf wel dat een konijn met goede voeding en
verzorging 10-12 jaar of ouder kan worden, en dat diergeneeskundige zorg voor
konijnen duurder is dan voor een kat!. We raden u daarom aan alleen een konijn
te nemen als u dat zelf (ook) wilt, en niet alleen de kinderen. Vergeleken met
andere diersoorten zijn de meeste kleine en populaire knagers relatief
gemakkelijk te houden. Elke dag schoon water, elke dag voer, soms aangevuld met
vitaminerijke toevoegingen en regelmatige een schoon hok of een gereinigde kooi.
Het tamme konijn wordt door veel mensen als huisdier gehouden. Daarnaast houden
nogal wat hobbyisten zich bezig met het verbeteren en instant houden van diverse
rassen. Naast raszuivere konijnen komen ook veel rasloze dieren voor. In
vroegere jaren kwamen de konijnen niet in zo'n grote verscheidenheid voor. Al
onze konijnenrassen stammen van oorsprong af van het wilde konijn. Het wilde
konijn leeft in groepsverband en woont in een burcht, een uitgebreid
gangenstelsel. Ze voeden zich met grassen, klavers en granen, maar ook jonge
boompjes staan op het menu.
Konijnen. Ooit dieren die uitsluitend als vee gehouden werden, maar de
laatste decennia vooral ook gezelschapsdier. Foto: Martin Hoogerwaard.
Konijnendagen
Verschillende liefhebbers organisaties en dergelijke organiseren een eigen konijnendag. Op deze dagen zijn soms shows of keuringen,
maar er zijn veel meer activiteiten met en over konijnen.
Konijnen en kleindiershows
De nationale shows en de shows per provincie, voor diverse kleine huisdieren, zijn te vinden via
kleindierplaza.nl van de Nederlandse Federatie voor
Kleindierententoonstellingen.
Auteur: M. van Doorn
Het konijn (Oryctolagus cuniculus) behoort niet tot de familie van de knaagdieren, zoals vaak gedacht wordt, maar tot de haas-achtigen. Deze komen voor van de Noordpoolgebieden tot de tropische gebieden. Alle haasachtigen bezitten ongeveer dezelfde lichaamsbouw en hebben ongeveer dezelfde voorkeuren qua voeding.
Net als de knaagdieren hebben de haasachtigen geen hoektanden, maar goed ontwikkelde snijtanden. Deze tanden hebben geen gesloten wortels, maar groeien hun leven lang door net als de kiezen. De haas-achtigen onderscheiden zich van de knaagdieren doordat in de bovenkaak niet één, maar twee paar snijtanden aanwezig zijn. De grootste snijtanden staan vooraan, de kleinere snijtanden (de stifttanden) staan direct daarachter.
In Nederland kennen we ongeveer 50 verschillende konijnenrassen. Van de kleinste die (volwassen) ongeveer 1 kilo weegt tot het
grootste ras, de Vlaamse reus, die al snel een gewicht van 6 kilo bereikt.
In de dierenspeciaalzaak komen we voornamelijk de kleinere konijnenrassen tegen zoals de kleurdwerg en de Nederlandse hangoordwerg.
Over het algemeen genomen zijn de mannetjes aanhankelijker dan de vrouwtjes. De mannetjes daarentegen willen nogal eens gaan sproeien
(urine spuiten), ook als er geen vrouwtjeskonijnen in de buurt zijn.

Konijnen zijn herbivoren oftewel planteneters. In het wild voeden ze zich met grassen, kruiden, wortels etc. Voor de konijnen die wij als huisdier houden, is een speciale konijnenkorrel ontwikkeld. In deze korrel zit alles wat ze nodig hebben in de juiste hoeveelheid. Dit voer is een prima basisvoer. Ook is er gemengd konijnenvoer te koop. Het nadeel van dit voer is dat ze allen datgene eten wat ze lekker vinden en de rest laten staan. Ze krijgen zo dus niet alles binnen wat ze nodig hebben. Toch wordt dit vaak verkocht, omdat het er leuker/ lekkerder uitziet dan de 'volledige' konijnenkorrel.
Hoewel de konijnenkorrels alles bevatten wat het dier nodig heeft, is het beter om de hoeveelheid te beperken tot 20 gram per kilo konijn en daarnaast dagelijks ruim voldoende hooi te geven. Dit is goed voor de maagdarmwerking, het dier is er langer mee bezig en van alleen korrels wordt het dier snel te vet. Als aanvulling kan een konijn wat droog brood, gras, paardenbloemblad, weegbree, wortel etc. krijgen, variatie is belangrijk. Geef nooit meer dan het konijn in drie kwartier opeet. Hierdoor wordt rotting van het groenvoer voorkomen.Negatieve ervaringen met bepaalde groentesoorten zijn vaak het gevolg van en eenzijdig aanbod. Is een konijn niet gewend om groenvoer te eten, dan moet de overgang van droogvoer naar groenvoer heel geleidelijk gebeuren om darmstoornissen te voorkomen.
Geef jonge konijnen die net zijn aangeschaft de eerste tijd geen groenvoer. Laat de dieren eerst wennen, maar geef wel veel hooi. Na gewenning kunnen heel kleine beetje gegeven worden. Dat is heel gewoon. Een konijn produceert twee soorten mest. De harde mest (70% droge stof - de bekende konijnenkeutels) en de zachte mest (35% droge stof). De laatste eet het konijn niet zelden rechtstreeks uit de anus en slikt het zonder te kauwen door. Door het eten van deze mest krijgt het konijn extra vitamine B en K binnen en het levert ongeveer 10% van de eiwitbehoefte van het konijn. Uiteraard moet het dier altijd vers drinkwater tot zijn beschikking hebben.
zie filmpje

foto Edith de Geest
Als we het konijn gaan huisvesten, hangt de keuze van het hok af van de plek waar het konijn komt te staan. Komt het konijn buiten te staan dan wordt meestal gekozen voor een houten hok, met daarin een open en een dicht gedeelte. Een konijn kan prima tegen de kou, mits hij eraan gewend is, maar niet tegen tocht. Het hok moet zo worden neergezet dat het beschut staat en de zon er niet in schijnt. Ook regen of sneeuwinslag moet worden voorkomen, eventueel kan het hok tijdelijk worden afgeschermd. Het is niet goed voor een konijn als het van buiten naar binnen wordt gehaald en na een poosje weer wordt terug gezet. Door de grote temperatuurschommelingen kan het dier kou vatten. Uiteraard is de grootte van het hok afhankelijk van de grootte van het konijn.
Hitte
Konijnen kunnen slecht tegen warmte. Daarom mag het hok nooit in de zon
staan. Is het ook in de schauw 27 graden of warmer zorg dan voor verkoeling.
Geef de konijnen b.v. plastic flessen met bevroren water in een handdoek
gewikkeld (zie filmpje)
of hang een wit nat laken over het hok. Zorg ervoor dat je konijn uit het hok
kan,
zodat hij op koel gras of op stenen kan gaan liggen. Als je de stenen nat maakt
geeft dat nog meer koelte. Ook kun je een ventilator gebruiken om je konijn koel
te houden,
zolang je ervoor zorgt dat deze niet rechtstreeks op je konijn waait.
Richtlijnen hokgrootte
Jonge dieren tot 3 maanden oud: 80 x 40 x 40 cm minimaal
Volwassen dwergrassen: 100 x 60 x 50 cm
minimaal
Volwassen grote en middelgrote rassen: 120 x 60 x 60 cm minimaal
Komt het konijn in huis te staan dan kan het dier gehuisvest worden in een kooi. Een konijn is van nature zindelijk en kan onder toezicht los in huis lopen. Hou hem altijd wel goed in de gaten, want ze knagen graag aan elektriciteitsdraden, telefoonsnoeren etc. Het is dus verstandig al deze snoeren goed weg te bergen.
Als bodembedekking in de kooi of het hok kan katoenplukafval (No-Smell) worden gebruikt met daarop een laag stro. Houtvezelstrooisel staat momenteel ter discussie i.v.m. mogelijk vrijkomende stoffen die de gezondheid van het konijn kunnen schaden. De konijnen die buiten worden gehouden mogen als het koud wordt extra veel stro als nestmateriaal. Eventueel kan in de mesthoek wat kattengrit onder het strooisel worden gelegd, dit voorkomt geurtjes. Het hok moet wekelijks worden schoongemaakt.
Ook langharige konijnen, moeten regelmatig worden gekamd om klitten te voorkomen. Eventueel kan het dier 3 x per jaar
worden geknipt of geschoren.
Een gezond konijn is attent, heeft een gladde glanzende pels, heldere
oogjes, schone oren en een goede conditie. Als een konijn apathisch wordt, niet
wil eten, vermagert, een doffe vacht krijgt, piepende ademhaling heeft,
kleine keutels maakt,
diarree heeft of andere
ziekteverschijnselen vertoont, is het verstandig een dierenarts te raadplegen. Te lang wachten met het inschakelen van deskundige hulp
kan fatale gevolgen voor het konijn hebben.
Bij het konijn komen twee besmettelijke ziekten voor waartegen geënt kan worden: myxomatose en VHS/VHD. Deze enting (tegen beide ziekten) moet twee keer per jaar plaatsvinden.
Een mannetjeskonijn heet ram of rammelaar, het vrouwtjeskonijn noemen we een voedster en jonge konijnen worden lampreien genoemd. Konijnen zijn op een leeftijd van vier maanden geslachtsrijp. Dit betekent, dat het dier zich kan voortplanten. Voor de fokkerij zijn ze dan nog niet geschikt. Afhankelijk van de grootte kan dit vanaf zes maanden.
De draagtijd van het konijn ligt tussen de 28 en de 33 dagen. Dwergkonijnen krijgen twee tot vier jongen per worp. Grotere konijnen
krijgen meer jongen. Jonge konijnen worden kaal en blind geboren. Na tien dagen gaan de oogjes open en zijn ze behaard. Op een leeftijd
van 7 - 8 weken mogen ze gespeend worden (bij de moeder weg) en eventueel verkocht kunnen worden.
Met 6 weken is het darmstelsel van een tam konijn nét klaar, de goede darmflora
is nét gevormd, het is een zogenaamde kritieke leeftijd. Een week wachten zorgt
dat de darmflora stabieler is en een konijntje dus sterker is, minder snel
darmziekten oploopt.
Bedenk altijd ruim van tevoren welke mogelijkheden u heeft wanneer u op vakantie zou gaan en regel dit ook ruim voordat u daadwerkelijk vertrekt. Veel pensions zitten al ruim voor de vakanties volgeboekt. Er zijn in principe twee opties als uw harige huisgenoot niet mee kan op vakantie. De ene is dat hij thuis blijft waar hij door een ander wordt verzorgd. De andere optie is dat hij ergens anders ondergebracht wordt. Dit kan zijn bij vrienden of familie, maar er zijn ook speciale pensions voor kleine zoogdieren.
Als u weg bent is het voor zowel de verzorger als uzelf prettig als u te bereiken bent. Laat daarom altijd een briefje achter met adres en telefoonnummer waar u te bereiken bent. Dit geeft beide partijen een prettiger en zekerder gevoel. Ook het achterlaten van een nummer en adres van de dierenarts kan voor een vriend of familielid handig zijn. Als uw konijn dan onverhoopt een dierenarts nodig mocht hebben, bent u ervan verzekerd dat hij binnen een niet al te lange tijd en door een door u uitgekozen dierenarts wordt behandeld. Immers de verzorger hoeft niet eerst in het telefoonboek opzoek naar een nummer van een dierenarts in de buurt.
Wat daarnaast ook heel belangrijk is als het konijn niet naar een pension gaat, is een voorraad van alles wat het dier hebben moet. Zorg dat bijvoorbeeld voer en bodembedekker op voorraad zijn of laat eventueel een adres achter waar de verzorger dit bij kan halen.
Het is aan te bevelen dat u van tevoren opschrijft hoe de konijn normaal verzorgd wordt en wanneer dit wordt gedaan. U kunt een soort schema of checklist maken met voermomenten en schoonmaak en dergelijke. Daarin kan tevens overzichtelijk en met duidelijke instructies uiteengezet worden hoe het moet gebeuren. Het is ook verstandig de handelingen aan een, onwetende, verzorger een keertje voor te doen. Spreek ook af of en hoe vaak u zult bellen om te informeren hoe het gaat. Want u laat uw konijn makkelijker en onbezorgder achter als u weet dat er net zo goed voor hem of haar wordt gezorgd als dat u zelf zou doen. En het gaat er in de vakantie juist om dat u, maar ook uw konijn, een plezierige en onbezorgde tijd heeft.
Auteur: M. van Doorn