Gezondheid en ziektes

Vaccinatie

Redenen om te vaccineren.
Nog steeds komen er uitbraken van kattenziekte voor.
Doordat veel huiskatten tegenwoordig echter gevaccineerd worden, zien we ernstig besmettelijke ziekten als kattenziekte en infectieuze leukemie bij huiskatten steeds minder vaak optreden. Door het regelmatig vaccineren wordt een bescherming op populatieniveau bereikt waardoor infecties zich nauwelijks kunnen verspreiden. Door de nieuwe ontwikkelingen van vaccins en de toegenomen kennis van de duur van de bescherming, hoeft er niet meer jaarlijks een zogenaamde cocktail gegeven te worden. Sommige vaccins geven een lange bescherming (soms tot wel drie jaar), andere een kortere. De dierenarts zal per situatie beoordelen welke vaccinaties noodzakelijk zijn en wanneer deze gegeven moeten worden. Dit wordt een ‘vaccinatie op maat’; genoemd. De jaarlijkse gezondheidscontrole is daarvoor een goed moment. Helaas worden er in Nederland niet alle katten gevaccineerd en loopt men nog steeds het risico dat er uitbraken optreden waarbij relatief veel katten kunnen sterven. Dat kan echt voorkomen worden door de dieren al als kitten te vaccineren en dit regelmatig te herhalen.
Alleen een gezond kitten of kat vaccineren. Is de kat niet in orde kunnen er ernstige ‘entreacties’ optreden, waarvan de kat erg ziek kan zijn.

Kittenenting
Als de moederpoes op tijd is geënt tegen katten- en niesziekte, kunnen haar kittens voor het grootste deel via de moedermelk antistoffen opnemen tegen deze ziekten. De biest die de moederpoes de eerste 36 uur geeft is extreem belangrijk. Het darmstelsel van kittens is vooral op de eerste levensdag ontvankelijk voor deze antistoffen. Na de eerste 36 uur gaat de biest over in melk. Daarom is het zo belangrijk dat kittens meteen na de geboorte goed gaan drinken. De antistoffen bieden gemiddeld acht weken lang een optimale bescherming. Daarna begint de moederimmuniteit langzaam af te nemen.
Op de leeftijd van 9 weken heeft het kitten geen antistoffen meer van de moeder en moet de kittenenting worden gegeven.
Het uiteindelijke vaccinatieschema wordt bepaald door de omgeving waarin de kittens opgroeien. Hoe meer kans ze daar lopen op besmetting, des te uitgebreider moet het vaccinatieschema zijn. Alleen de dierenarts, die goed op de hoogte is van de omstandigheden, kan dit beoordelen en adviseren. Zelfs in een geïsoleerde flat op tien hoog kan kattenziektevirus kan worden binnengebracht, bijvoorbeeld onder schoenen. Dit virus is buiten het lichaam namelijk erg ongevoelig voor uitdroging en desinfecteermiddelen en kan wel een jaar in de buitenwereld overleven.

Definitieve enting
Op een leeftijd van ongeveer twaalf weken is de kittenenting uitgewerkt en zijn de kittens zeer gevoelig voor infecties. Geef daarom op de leeftijd van 12 weken de definitieve enting, zeker niet eerder omdat het lichaam van het kitten dan nog niet in staat is om voldoende goede antistoffen aan te maken.
Houd daarom kittens die nog niet volledig geënt zijn weg van vreemde katten en hun uitwerpselen.
Een kat/ kitten heeft 2 weken nodig om voldoende antistoffen op te bouwen na een enting.
Het belang van tijdig en volledig inenten kan daarom niet genoeg benadrukt worden.
Het uiteindelijke vaccinatieschema wordt bepaald door de omgeving waarin de kittens opgroeien. Hoe meer kans ze daar lopen op besmetting, des te uitgebreider moet het vaccinatieschema zijn. Alleen de dierenarts, die goed op de hoogte is van de omstandigheden, kan dit beoordelen en adviseren. Zelfs in een geïsoleerde flat op tien hoog kan kattenziektevirus worden binnengebracht, bijvoorbeeld onder schoenen.
Dit virus is buiten het lichaam namelijk erg ongevoelig voor uitdroging en desinfecteermiddelen en kan zeker een jaar in de buitenwereld overleven.
Kattenziekte
Dit is een virusziekte die ernstige en acuut optredende maagdarmproblemen veroorzaakt. Veel katten sterven door uitdroging. De ziekte is goed te voorkomen door vaccinatie van de kat. De huidige vaccins zijn soms al drie jaar werkzaam.

Entingen voor volwassen katten
Er zijn helaas infectieuze ziekten met ernstig verloop bekend, waartegen helaas nog geen vaccins bestaan, b.v. FIP wordt geregeld in katten aangetroffen. Dit beperkt zich niet alleen tot de asielpopulatie, maar zijn ook in raskatten kringen bekend. Voor veel aandoeningen kunnen katten echter wel worden ingeënt voor voldoende bescherming. Hieronder worden ze genoemd.

Kattenziekte
Dit is een virusziekte die ernstige en acuut optredende maagdarmproblemen veroorzaakt. Veel katten sterven door uitdroging. De ziekte is goed te voorkomen door vaccinatie van de kat. De huidige vaccins zijn soms al drie jaar werkzaam.

Niesziekte
Niesziekte is een aandoening van vooral de voorste luchtwegen, maar kan zich verspreiden naar de longen. Er zijn verschillende virussen en bacteriën verantwoordelijk voor de ziekteverschijnselen waarbij de mondholte, neus en ogen zijn betrokken. Een jaarlijkse vaccinatie tegen de gevaarlijkste verwekkers voorkomt dat er ernstige problemen ontstaan. Het is echter wel nog altijd mogelijk dat door een minder ernstige veroorzaker verschijnselen kunnen optreden, of dat verschijnselen van een eerder doorgemaakte niesziekte later (of zelfs járen later) blijven opflikkeren als gevolg van stress (verhuizing, pensionbezoek, veranderingen in de leefsituatie, etc.), vermindering van weerstand door een andere ziekte.

Hondsdolheid/ Rabiës
Een enting tegen hondsdolheid is niet nodig tenzij de kat mee wordt genomen naar het buitenland en kan vanaf een leeftijd van twaalf weken voor de eerste keer worden toegediend. De vaccinatie is, afhankelijk van de gebruikte entstof en de eisen van het land van invoer, één tot drie jaar geldig. Ieder land heeft een eigen beleid over Rabiës. Informeer bij uw dierenarts welke bepalingen gelden voor het land waar de kat naar toe gaat.

Kattenleukemie (FeLV)
Katten leukemieis een infectie dat wordt veroorzaakt door een virus. Het wordt overgebracht via speeksel en bloed. De ziekte heeft in ongeveer een derde van de gevallen een dodelijk afloop, maar komt gelukkig niet veel voor in Nederland. Het kan wel een probleem zijn in gebieden met veel zwerfdieren. Voor katten die met dergelijke dieren in aanraking komen is een jaarlijkse vaccinatie tegen kattenleukemie mogelijk. Ook hier kan de dierenarts het beste adviseren of dit zinvol is.

Parasietenbestrijding

Inwendige parasieten
Helaas moeten we er bij kittens die het nest verlaten vanuit gaan dat ze (via de moeder) besmet zijn met wormen. Deze wormen zijn vrijwel nooit zichtbaar, tenzij het kitten heel heftig besmet is. Ontwormingskuurtjes zijn dan ook absoluut noodzakelijk. Daarnaast zijn katten die buiten komen een risicofactor: in elke kluit grond zijn spoelwormeieren te vinden. Ga altijd uit van een besmetting of het risico van besmetting.

Spoelworm
In Nederland komen bij de kat twee soorten spoelwormen voor. De Toxocara wordt het meest aangetroffen en is schadelijk voor kittens. Ook mensen (met name kinderen) kunnen gemakkelijk besmet raken met de larven van deze worm als eitjes worden opgenomen uit de grond (bijvoorbeeld tijdens tuinieren of spelen in de zandbak). Bij mensen groeien er echter geen spoelwormen uit in de darm, maar gaan de larven op ‘trektocht’ door het lichaam. De Voedsel- en Warenautoriteit heeft in 2004 al een folder uitgegeven “Spoelwormen bestrijding van belang voor dier en mens”. De tekst is te vinden op de website van de VWA: www.vwa.nl
Cyclus van de spoelworm 
Volwassen katten zijn soms drager van volwassen spoelwormen (ongeveer 5 tot 10% van de katten). In de weefsels van het lichaam van vrijwel alle katten bevinden zich spoelwormlarven in een soort slaaptoestand. Tijdens de dracht ontwaken de larven en na de geboorte worden de kittens dan besmet via het drinken van de moedermelk. In het darmstelsel van de kittens groeien de larven direct uit tot volwassen spoelwormen. Dit heeft tot gevolg dat een kitten vanaf een leeftijd van zes à zeven weken spoelwormeitjes kan gaan uitscheiden in de ontlasting, waardoor de omgeving ook besmet raakt. Na enkele weken zijn deze eitjes ‘rijp’. Wanneer het kitten deze besmettelijke eitjes oplikt (van zijn vacht of in de werpkist), vindt er opnieuw besmetting plaats.
De moederpoes krijgt door het schoonlikken van haar kittens eitjes of larven binnen die zich in de ontlasting van de kittens bevinden. De moederpoes moet na de bevalling dan ook beslist ontwormd worden. Naast hygiëne is ontwormen uiterst belangrijk. Het ontwormen van een drachtige poes heeft weinig zin. De larven die zich in ruststadium in het weefsel bevinden, worden door het ontwormingsmiddel praktisch niet bereikt. Ze veroorzaken overigens nauwelijks last voor het gastdier. Daarom dient de poes uit voorzorg vóór de dekking te worden ontwormd om eventueel aanwezige volwassen wormen in de darm te bestrijden.

Ontwormingsschema poes & kittens
Kittens: Op een leeftijd van 4, 6 en 8 weken (vóór de vaccinatie) vervolgens met 16 en 24 weken. 
Moederpoes: Tegelijk met de kittens. 
Alle andere katten: vier keer per jaar.
Alle producten ter bestrijding van spoelwormen, die verkrijgbaar zijn bij dierenarts of de dierenspeciaalzaak, zijn effectief tegen wormen. Ze bestrijden echter niet allemaal even goed de larven die in de darm aan het uitgroeien zijn tot volwassen wormen. Ook kunnen er na het ontwormen weer nieuwe wormen bij komen via de moedermelk. Daarom moet de behandeling altijd na één tot twee weken herhaald worden, afhankelijk van het middel. Voor kittens is het beter om te kiezen voor een wormmiddel dat ook de larven doodt (larvicide werkzaamheid) en dat nauwkeurig toegediend kan worden op lichaamsgewicht.
Let op: niet alle wormmiddelen zijn bij zowel de volwassen kat als kittens te gebruiken.

Lintworm
Huisdieren kunnen last hebben van verschillende soorten lintworm. In Nederland wordt nagenoeg alleen de katten- en hondenlintworm (Dipylidium caninum) aangetroffen. Deze worm wordt door vlooien overgebracht. De infectie is niet schadelijk voor de kat. Een besmetting met lintworm is te herkennen aan de ‘maden’ of ‘rijstkorreltjes’ rond de anus van de kat, in de ontlasting of op de slaapplaats van de kat. Dit zijn de rijpe stukjes die aan de staart van de lintworm loslaten en als een zakje met eitjes het kattenlichaam verlaten. De bestrijding van een lintworminfectie is tweeledig: ontwormen en tegelijkertijd vlooienbestrijding, want vlooien brengen de eitjes over. Een ontwormingsschema, zoals voor de spoelworm, is voor de lintworm niet noodzakelijk. Ontwormen moet plaatsvinden wanneer lintworm wordt waargenomen. Er zijn combinatiepreparaten verkrijgbaar die zowel spoel- en lintworm bestrijden.

Uitwendige parasieten

Naast parasieten die leven in het lichaam van de kat, zijn er ook verschillende soorten die leven op de kat. Sommige zijn bekend, zoals de vlo, maar er zijn ook parasieten die minder vaak voorkomen.

Vlooien
Vlooien zijn de meest voorkomende parasieten bij huisdieren. Het zijn insecten die een bloedmaaltijd nodig hebben om zich voort te kunnen planten. Uit de vlooieneitjes in de omgeving van de kat komen larven die voornamelijk van vlooienontlasting (onverteerd bloed) leven, maar ook eten de larven ander organisch materiaal zoals lintwormeitjes, zodat vlooien de besmettingsbron zijn voor lintworm. Vlooienlarven zijn lichtschuw en leven het liefst in een warme, ietwat vochtige omgeving. Daar verpoppen ze in een cocon (pop) die wel twaalf maanden in een ruststadium kan blijven. Door trillingen in de omgeving (meestal het langslopen van een mens of dier) komt de pop uit en zal een geschikt gastdier bespringen. In uitzonderingsgevallen, zoals een vlooienplaag en/of een tekort aan gastdieren, worden ook mensen besprongen en gebeten.
Vlooien kunnen vooral kittens veel last bezorgen. Omdat ze bloed zuigen, kan na verloop van tijd levensbedreigende bloedarmoede optreden. Daarnaast veroorzaken vlooien veel jeuk en onrust. Bij dieren die in hun jeugd veel vlooienbeten hebben opgelopen bestaat ook een verhoogde kans op vlooienovergevoeligheid. Elke nieuwe vlooienbeet kan dan een jeukreactie oproepen van alle eerder opgelopen steekplaatsen. 
Bij een kat die veel buiten leeft zal de eigenaar vaak maar weinig ‘jeukgedrag’ waarnemen, terwijl de kat wel degelijk een ernstige infectie kan hebben. Ook zijn er veel katten die dit gedrag minder in openbaarheid vertonen. Het bijten, likken en krabben kan na verloop van tijd ernstige huidbeschadigingen veroorzaken.

Luizen
Luizen komen bij de kat sporadisch voor en zijn meestal het gevolg van een nestinfectie. Ze worden overgebracht door direct contact met besmette dieren en via besmette kammen en borstels. Los van het kattenlichaam blijven luizen maar enkele dagen in leven. Ze zijn met het blote oog nét te zien. Gelige neten (eitjes) aan de haren van de kat zijn karakteristiek voor een luisbesmetting. De neten moeten niet verward worden met huidschilfers. Voor de bestrijding van luizen kunnen dezelfde middelen worden gebruikt als voor de bestrijding van vlooien. Zowel het dier zelf als de omgeving moet worden behandeld. Verder is het van belang extra aandacht te besteden aan hygiëne. Kammen en borstels dienen regelmatig schoongemaakt en ontsmet te worden.

Schurft
Schurft bij katten wordt veroorzaakt door een mijt en infectie ontstaat na direct contact met een besmet dier, vaak een symptoom loze drager. Buiten het lichaam zijn de mijten maar enkele uren tot enkele dagen levensvatbaar. De cyclus van schurft duurt twee tot drie weken, zodat een eventuele infectie bij kittens pas na die leeftijd kan worden waargenomen. Schurft gaat gepaard met huidafwijkingen. Die beginnen voornamelijk rond de kop en breiden zich dan uit over de rest van het lichaam. De heftige jeuk en het vele krabben leiden tot beschadigingen, korsten en kaalheid. De diagnose kan door de dierenarts worden gesteld door microscopisch onderzoek van een huidafkrabsel. Voor een effectieve bestrijding moet de kat eenmaal per vijf dagen worden gewassen met een schurft dodend middel gedurende minimaal een maand. Ook nieuwere spot-on preparaten zijn werkzaam tegen deze schurftmijten. Heeft de kat direct contact gehad met andere dieren, dan moeten ook die behandeld worden. Mandjes en andere ligplaatsen dienen ook grondig schoongemaakt te worden.

Vachtmijt
De vachtmijt (Cheyletiella) is een parasiet ter grootte van een speldenknop en leeft van huidschilfers. Vachtmijt wordt voornamelijk overgebracht door direct contact met besmette dieren, maar ook door insecten als vlooien, luizen en vliegen. De symptomen bestaan uit (soms heftige) jeuk, overmatig schilferende huid en losse haren. De dierenarts stelt de diagnose aan de hand van de aanwezige klachten en door onderzoek van haren en huidschilfers met behulp van een vergrootglas of microscoop. Het materiaal voor dit onderzoek wordt vaak verzameld met de stofzuiger. 
Besmetting van de kat met Cheyletiella kan ook jeuk veroorzaken bij de eigenaar. Vooral op de buik kan hevige irritatie optreden. Zodra de kat behandeld is, verdwijnen ook de verschijnselen bij de eigenaar. 
De behandeling van vachtmijt bestaat uit wassen of poederen van alle dieren, eenmaal per vijf dagen gedurende vier weken. Hiervoor zijn speciale producten verkrijgbaar. Ook moeten mandjes en andere ligplaatsen grondig worden schoongemaakt.

Oormijt
De oormijt, of oorschurft, is een klein mijtje in de gehoorgang van de kat en veroorzaakt oorontsteking met roodbruine tot zwarte oorsmeervorming (korrelig als tuinaarde) en ernstige jeukklachten. Vaak krabt het besmette dier de huid rond de oren en de nek kapot, waardoor er een ontsteking ontstaat. De dierenarts kan een oormijt infectie eenvoudig vaststellen door in het kattenoor te kijken. De besmetting kan worden bestreden met zalf, een injectie of een spot-on preparaat verkrijgbaar bij de dierenarts. Alle in huis aanwezige dieren moeten regelmatig gecontroleerd en behandeld worden, anders blijven ze de infectie op elkaar overdragen. 
Jonge katjes zijn overigens erg gevoelig en raken gemakkelijk besmet met oormijten. Besmetting op jonge leeftijd resulteert soms in een overproductie van oorsmeer gedurende de rest van het kattenleven. Daarom moeten kittens nauwgezet gecontroleerd en zonodig adequaat behandeld worden.

Schimmelinfecties
Een schimmelinfectie kan bij een kat aanwezig zijn zonder dat dit zichtbaar is. Zo’n dier wordt dan een ‘drager’ genoemd. Wanneer er wel klinische verschijnselen optreden, bestaan die uit korstjes en soms kale plekken. Een schimmelinfectie gaat bij een kat gewoonlijk niet gepaard met jeuk. Is er sprake van een infectie, dan moeten alle aanwezige dieren gedurende langere tijd worden gewassen met speciale shampoo en behandeld met tabletten. Ook de omgeving moet grondig worden gereinigd: schimmelsporen kunnen lange tijd besmettelijk blijven.
Bij de kat kan, al of niet zichtbaar (dragers) een schimmelinfectie aanwezig zijn die de mens kan besmetten na direct contact. Bij de mens ontstaat dan het beeld van de zogenaamde ringworm of ringschurft, een ronde, rode, jeukende plek met een schilferig randje. De aangetaste plekken zijn vooral aanwezig op lichaamsdelen waarmee contact met een besmet dier is geweest, zoals het gezicht of de armen.
Schimmelinfectie bij dieren is zeer besmettelijk voor mensen. De dieren en de eigenaren moeten gelijktijdig behandeld worden.

Zoönosen

Zoönosen zijn infectieziekten die onder natuurlijke omstandigheden worden overgebracht van dieren naar de mens, zoals bijvoorbeeld kattenkrabziekte of hondsdolheid.

Parasieten
Parasieten zijn organismen die leven ten koste van het lichaam van een gastheer. Er zijn parasieten die zich in het lichaam bevinden (endoparasieten), zoals wormen en eencelligen (protozoën). Van de protozoën vormen vooral Toxoplasma (kat) en Giardia-infecties (ontlasting kat) een risico voor de mens.
Hoewel de kat hoofdgastheer is van de Toxoplasma-parasiet, besmet de kat de mens om verschillende redenen vrijwel nooit rechtstreeks. Dit gebeurt in nagenoeg alle gevallen via contact met besmette grond of via het eten van rauw vlees. Iedereen wordt in zijn leven wel een keer op deze wijze besmet.
Het risico van de aanwezigheid van een kat voor zwangere vrouwen is daarom nagenoeg afwezig en er wordt hen geadviseerd om geen rauw vlees te eten, te tuinieren met handschoenen aan en de kattenbak door iemand anders, dagelijks, te laten schoonmaken.

De tweede groep bestaat uit ectoparasieten die zich op het lichaam bevinden.
Vlooien kunnen de mens kunnen belagen en jeuk en allergische reacties opwekken. Vooral de achtpotige spinachtigen kunnen direct of indirect problemen geven bij de mens.
Naast teken (die de ziekte van Lyme kunnen overbrengen; zie verder) bestaan deze uit verschillende mijten, zoals de vachtmijt en de oorschurft van de kat.

Schimmels
Bij de kat kan, al of niet zichtbaar (dragers) een schimmelinfectie aanwezig zijn die de mens kan besmetten na direct contact. Bij de mens ontstaat dan het beeld van de zogenaamde ringworm of ringschurft, een ronde, rode, jeukende plek met een schilferig randje. De aangetaste plekken zijn vooral aanwezig op lichaamsdelen waarmee contact met een besmet dier is geweest, zoals het gezicht of de armen.

Bacteriën
Er zijn diverse bacteriën bekend die een risico vormen als zoönose.
Kattenkrabziekte
kan gezwollen en ontstoken lymfeklieren veroorzaken in het gebied waar een besmette kat heeft gekrabd of gebeten.
De bacteriën uit de bek van de kat kunnen bij bijtwonden vervelende wondinfecties veroorzaken.
Voor de ziekte van Lyme is een bacterie verantwoordelijk die door teken wordt overgebracht. Als men te lang wacht met behandelen, dan zijn de bacteriën in het lichaam onbereikbaar voor antibiotica waardoor deze bacteriën chronische problemen kunnen veroorzaken. Ongeveer een derde van de teken in Nederland is geïnfecteerd met de bacterie. Diverse diersoorten in het wild kunnen hiervan drager zijn, zoals kleine knaagdieren en herten. Meestal zijn deze dieren niet ziek.

Virussen
De belangrijkste en meest gevaarlijke virusinfectie die door huisdieren op de mens kan worden overgebracht is de hondsdolheid (rabiës). De infectie is in de meeste gevallen dodelijk. Gelukkig is de infectie in Europa teruggedrongen, vooral door vaccinatie van vossen. Zorg er altijd voor de kat gevaccineerd is tegen hondsdolheid wanneer u deze meeneemt naar het buitenland. Ook voor uw eigen veiligheid. Een andere virusinfectie die door direct contact met de kat de mens kan besmetten is het koepokvirus. Deze infectie veroorzaakt ernstige pokachtige beschadigingen van de huid.

Preventieve maatregelen
De kans is relatief klein om een zoönose op te lopen.
Er zijn verschillende preventieve maatregelen bekend die men kan nemen bij handenwassen en het kort houden van nagels geldt speciaal voor kinderen. Dek zandbakken altijd goed af. Direct contact met dieren die een zichtbare aandoening hebben, dient te worden voormeden. Neem nooit vreemde huisdieren mee na vakantie in het buitenland, want die kunnen besmet zijn met, óók voor de mens riskante, infecties.

Reisziekte

Heeft uw kat last van misselijkheid en braken in de auto. Kijk naar dit filmpje wat u er aan kan doen.

Gebitsproblemen

Een kat krijgt normaal gesproken geen last van gaatjes (cariës), maar wel net als mens van tandplak en tandsteen. Dit beschadigt het tandvlees en vervolgens de wortels van tanden en kiezen die los gaan zitten. Slechte adem, ontsteking en uitval van gebitselementen is het gevolg. In deze gevallen zijn pijnlijke behandelingen onder narcose nodig bij de dierenarts. Dit alles kan op relatief eenvoudige wijze worden voorkomen. Probeer een kat als kitten al te wennen aan het dagelijks tandenpoetsen. Hiervoor zijn speciale tandenborsteltjes en tandpasta bij de dierenarts en dierenspeciaalzaak verkrijgbaar. Doe dit bijvoorbeeld ’s avonds. Zo behoudt u levenslang een glanzend en gezond gebit bij een kat die niet uit de bek stinkt. Er kunnen ook speciale brokken en kauwproducten voor het gebit gebruikt worden die de vorming van tandsteen tegengaan.

Castratie

De meeste katers en poezen waar men niet mee wil fokken worden gecastreerd. Dit voorkomt ongewenst gedrag (sproeien), vechten van katers en het krols worden van de poes. Wanneer dit gebeurt op een leeftijd vanaf vier tot zes maanden en dus voor de eerste krolsheid, dan vermindert tevens het risico op melkkliertumoren en baarmoederontstekingen.

Vroegcastratie bij kittens, de voor en nadelen en vanaf welke leeftijd is dit verantwoord om te doen.

Electronische identificatie

Bij de dierenarts kan men sinds enige jaren huisdieren laten ‘chippen’. Dit gebeurt door middel van een eenvoudige injectie waarmee een zogeheten chip of transponder onder de huid wordt aangebracht. Deze chip is iets groter dan een rijstkorrel en bevat een unieke identificatiecode die met een speciaal afleesapparaat gelezen kan worden. De meeste eigenaren laten hun kat identificeren en registreren in de hoop dat ze daardoor hun huisdier weer snel in de armen kunnen sluiten in geval van vermissing. Jaarlijks belanden duizenden weggelopen of verdwaalde honden en katten in het asiel. De meeste dierenambulances, asielen, dierenartsen en de reinigingsdiensten van veel gemeenten in ons land zijn inmiddels uitgerust met een afleesapparaat: een gechipt dier zal zijn eigen huis dus vrijwel zeker terugzien. Het is wel belangrijk dat uw gechipte kat op het juiste adres geregistreerd en dat u een verhuizing tijdig doorgeeft. Kijk op www.chipnummer.nl of uw kat goed geregistreerd staat.

Registratie
Een dier met een transponder kan geregistreerd worden bij verschillende databanken in Nederland. Bij het chippen wordt op een registratieformulier een van de barcodestickers met de identificatiecode van de chip geplakt en worden de gegevens van het betreffende dier, de eigenaar en de dierenarts ingevuld. Dit formulier wordt naar de databank gestuurd, die de eigenaar vervolgens een registratiecertificaat en een mutatiekaart toezendt. Databanken zijn (via internet) 24 uur per dag bereikbaar om informatie op te vragen over een bepaald transpondernummer.

Websites voor verdere informatie:
Ministerie van Landbouw Natuur en Visserij (LNV): www.minlnv.nl
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM): www.rivm.nl

Tips voor een gezonde kat

  • Laat de kat jaarlijks controleren en vaccineren door de dierenarts
  • Ontworm twee tot vier keer per jaar en bestrijdt vlooien het hele jaar door
  • Geef de kat voldoende dagelijkse beweging (buiten laten en/of spelen)
  • Voorkom overgewicht
  • Poets regelmatig het gebit vanaf de kittenleeftijd
  • Borstel of kam regelmatig de vacht

Bron
P. Overgaauw