Heilige Birmaan

heiligebirmaan

(foto: www.felikat-heiligebirmanen.nl)

Algemeen

De Heilige Birmaan heeft een rustig karakter. Hij kan goed overweg met kinderen en is tot op hoge leeftijd speels. Hij is erg verdraagzaam, maar moet wel de mogelijkheid hebben om zich terug te kunnen trekken. Birmanen houden namelijk niet van drukte. Ondanks dat houden ze wel van aandacht en kunnen ze slecht alleen zijn. Ze kunnen je de hele dag achtervolgen. Als men veel weg is, is het belangrijk om er een ander huisdier bij te nemen. Heilige Birmanen kunnen dan ook goed samen met andere katten en honden. Sommige Birmanen kunnen erg eenkennig zijn en één persoon in het gezin uitkiezen als favoriet.

Uiterlijk

Heilige Birmanen zijn lange, krachtig gebouwde katten. De katten zijn massief met korte, stevige poten. De voeten zijn rond en moeten wit zijn. De kop is breed en rond met levendig blauwe ogen en middelgrote oren. De vacht is halflang en zijdeachtig, met een dunne ondervacht die niet snel in de klit raakt. De vacht op de buik is licht gekruld. Rondom de nek heeft de Heilige Birmaan een volle kraag en ook de staart is goed behaard. De Heilige Birmaan verliest zomers bijna al zijn haar. Alleen de staart blijft langharig. Alle kittens worden wit geboren. De kleur komt na een paar dagen. Toch kan het dan nog wel een jaar duren voordat de echte kleur bereikt is. De Heilige Birmaan komt alleen voor in het zogenaamde ‘Himalayapatroon’ (ook wel ‘colourpoints’ genoemd). Dat wil zeggen dat de snuit, oren, poten en staart een andere kleur hebben dan de rest van de vacht. Bij de katers geldt dit ook voor de genitaliën. De Heilige Birmaan komt voor in de volgende kleuren: sealpoint*, bluepoint*, chocolatepoint*, lilacpoint*, redpoint*, creampoint*. Daarnaast komen de volgende patronen voor: tabbypoint*, tortiepoint* en tortietabbypoint*.
*Point: met points worden de snuit, oren, staart en poten (en genitaliën) bedoeld. Deze kunnen in verschillende kleuren voorkomen en zijn altijd donkerder van kleur dan de rest van de vacht.
*Tabby: zo wordt het patroon genoemd van donkere en lichtere kleuren op de vacht. Er zijn verschillende varianten zoals strepen, vlekken en gemarmerd. Al deze patronen hebben weer een andere naam. Bij de Heilige Birmaan zijn de patronen alleen toegestaan op de points.
*Tortie: ook wel ‘schildpad’ genoemd. Vachtpatroon (vlekken of gemêleerd) in zwart en rood, normaal gesproken alleen bij een poes.

Bijoux

(foto Nanda Alstede-Schols)

 

Gewicht
Maximaal 6 kilo. Katers zijn groter en krachtiger dan poezen.

Speciale verzorgingseisen

De vacht van de Heilige Birmaan klit niet snel, toch is regelmatig borstelen noodzakelijk. Borstel liever niet met een metalen borstel, want dit kan de ondervacht beschadigen. Als het nodig is om de vacht te wassen, dan moet dat minstens vijf dagen voor een show gebeuren, aangezien de vacht dan nog tijd heeft om zich te herstellen.

Oorsprong

Volgens een oude Birmaanse legende dienden honderd zuiver witte katten met gele ogen als heilig gezelschap voor de priesters in een tempel waarin een gouden beeld van een blauwogige godin was geplaatst. Tijdens een aanval op de tempel nam een van de katten op het moment van de dood van zijn meester de kenmerken van deze godin aan: hij kreeg sporen van goud in zijn vach

t en de ogen werden saffierblauw. Zijn poten namen de kleur aan van de aarde, maar zijn voeten, waarmee hij het lichaam van zijn meester aanraakte, bleven wit. De overige katten kregen dezelfde kleuren, die nu nog te zien zijn in de heilige katten van Birma (het tegenwoordige Myanmar). Volgens een andere legende zou één van de katten een dode monnik hebben aangeraakt e

n zo zijn witte kleur kwijtgeraakt zijn.
Hoe de Heilige Birmaan ook aan zijn kleur kwam, feit is dat de Heilige Birmaan uit Birma komt en dat het ras in Europa verder ontwikkeld is. Toch zijn bij deze theorie vraagtekens te zetten, aangezien een Amerikaan halverwege de vorige eeuw in Tibet kittens heeft gekregen die exact op de Heilige Birmaan lijken.
De meeste bronnen onderschrijven de theorie dat een Europees echtpaar in 1919 een Heilige Birmaan, Indochia, heeft meegenomen of gekregen uit Birma. Volgens de ene bron ging het om een Brits echtpaar dat in

Frankrijk woonde. Andere bronnen melden dat het om Franse fokkers ging. Volgens de ene vertelling was deze Heilige Birmaan, een poes, al drachtig, maar overleed de kater tijdens de reis naar Frankrijk. Volgens andere verhalen zou de poes pas in Frankrijk na kruising met Perzen en Siamezen jongen hebben voortgebracht. Feit is dat Perzen en Siamezen een belangrijke rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van het ras. In 1925 werd het ras in Frankrijk erkend. Veel Birmanen waren er echter nog niet. Na de Tweede Wereldoorlog hebben Duitsers de lijn doorgezet, waarna in 1960 het ras in Groot-Brittannië werd geïntroduceerd. De erkenning volgde vijf jaar later.
Ondanks dat de Heilige Birmaan net als de Burmees uit Birma afkomstig is en tot de oosterse rassen behoort, hebben deze twee rassen geen onderlinge verwantschap.

Gizmo van Soe-ho en Mushu vh AP

(foto Nanda Alstede-Schols)

Opmerkingen

Heilige Birmanen zijn vroeg geslachtsrijp. Na zeven maanden kunnen de poezen al een nest krijgen. Het is echter een lastig ras om mee te fokken, aangezien de witte handschoentjes en sokjes symmetrisch wit moeten zijn. Daarnaast kunnen de Birmanen in de loop der jaren donkere schaduwplekken krijgen op de vacht. Alleen katten die aan de rasstandaard voldoen, mogen meedoen aan shows. Heilige Birmanen zijn lastige eters in vergelijking met andere raskatten.

Erfelijke ziektes/ afwijkingen

Scheel kijken en knikken in de staart zijn veel voorkomende ‘fouten’ bij Heilige Birmanen. Ze kunnen echter gemakkelijk voorkomen worden door niet met dieren te fokken die hier last van hebben. Aangezien het scheel kijken wordt veroorzaakt door het recessieve cs-gen, moeten beide ouders drager zijn wil een kitten scheel kijken. Het cs-gen is gekoppeld aan de blauwe oogkleur en zorgt voor een verkeerde verbinding van de oogzenuw naar de hersenen.
Bij de knikken in de staart moet er onderscheid gemaakt worden tussen een knikje in de staart aan het puntje, wat eerder een schoonheidsfout dan een aandoening is, en knikken die zich meer in het midden van de staart bevinden. In het laatste geval kunnen namelijk ook gewrichtsproblemen in de rugwervels ontstaan. Aangezien deze aandoening ook recessief is, moeten beide ouderdieren het gen met zich meedragen wil een kitten het kunnen krijgen. De ouders hoeven echter de aandoening niet zelf te hebben.
De Heilige Birmaan is vatbaarder voor ademhalingsziekten, zoals niesziekte. Dit is vooral een probleem als er meer katten bij elkaar leven. Een goede hygiëne en op tijd vaccineren voorkomen problemen.