Ir. Ed.J. Gubbels, geneticus/fokkerijspecialist

foto Ed Gubbels 2007-10-27

Agogisch ontspoord

Agogen, volgens Van Dale ‘welzijnswerkers’, zijn mensen met een grote betrokkenheid bij het welzijn van anderen. Ook in de dierhouderij kennen we ze, de mensen die hun oprechte zorg om het welzijn van gehouden dieren tot de missie van hun leven hebben gemaakt.

Aandacht voor dierenwelzijn is belangrijk! Het gaat om levende en belevende wezens, dieren hebben recht op kwaliteit van leven. Maar onze betrokkenheid is bijna niet los te koppelen van ons eigen zijn, van wat wij zelf van de wereld verwachten. Het valt niet mee om ons te verplaatsen in de belevingswereld van het dier. Te vaak komen dan die mensengevoelens weer boven drijven: als ik een paard was, dan zou ik ..….
Nee mevrouw, u bent geen paard, er zijn een paar verschillen. Het allerbelangrijkst voor dit gesprek: u denkt, voelt en beleeft anders dan een paard, u hebt een verleden, een heden en een toekomst. Dat paard heeft alleen maar een heden, met daarbij zijn leerervaringen uit het verleden.

Sommigen gaan héél ver. Er is die stroming van dierenwelzijnswerkers, die vast overtuigd is van een chronisch gebrek aan welzijn bij gehouden dieren, ook als er géén sprake is van enig waarneembaar of aantoonbaar gebrek aan welzijn (fysiek, geestelijk of sociaal). Ze zijn de fase van waarnemen, meten en vaststellen al ver voorbij. Er moet toch meer zijn?! Het kan toch niet waar zijn dat een gehouden dier ‘gelukkig’ is? Als we dan al geen problemen kunnen aantonen, dan bedenken we die wel zelf.

Het is de groep die het ‘vrije’ leven in de natuur verheerlijkt en elke vorm van dierhouderij verafschuwt. Maar ach, al in de jaren zestig zong Janis Joplin in ‘Me & Bobby Mc Gee’: Freedom is just another word for nothing left to lose. Sommige agogen ontsporen in het vuur van hun strijd.

ir. Ed.J.Gubbels,
populatiegeneticus.

 

Recht doen aan dieren? of toch alleen maar ambities van mensen?

In een ‘wetenschappelijk’ rapport vond ik een uiterst bedenkelijke stelling:
“Dieren die leven in de natuurlijke omgeving zijn daaraan aangepast (survival of the fittest). De nietaangepaste dieren hebben het niet gered (door natuurlijke selectie).”
Die stelling werd geponeerd om te beweren dat ‘het leven in de natuur’, en dan met name het gedrag van dieren in de natuur, de standaard en de norm is (zou moeten zijn) voor de wijze waarop mensen dieren mogen houden.

Op zich klinkt die stelling ‘heel logisch’, ze sluit in ieder geval aan bij wat de meeste mensen menen te weten van het leven in de natuur. Maar ja, het gaat hier wèl om wetenschappers. En het staat wèl in een rapport (in opdracht van de overheid) dat vergaande gevolgen heeft voor de toekomst van de houderij van gezelschapsdieren in Nederland.
Dat een gedreven dierenactivist met een wat al te beperkte biologische kennis in het vuur van zijn betoog op deze wijze uitglijdt, nou ja, het zij zo. Maar dat dit zonder enige terughoudendheid door wetenschappers wordt beweerd, dat overschrijdt de grenzen van het betamelijke. Dat vraagt niet alleen, dat smeekt zelfs om een reactie.

Het gesprek over ‘recht doen aan dieren’ lijkt steeds minder te gaan over hoe dieren hun leefomstandigheden beleven. In plaats daarvan komen er ‘meningen’ en ‘politieke overtuigingen’. En daarbij worden dan weer ‘bewijzende’ argumenten gezocht, de logisch klinkende redeneringen die de toehoorder moeten overtuigen. Zo gaat dat nu eenmaal bij het lobbyen voor ‘visies’.
Dat is een heel ander speelveldje dan dat waarin de wetenschap zich hoort te bewegen. Daar zou het om integere wetenschappelijke afwegingen moeten gaan, niet om eigen opvattingen of om door de opdrachtgever gewenste uitkomsten.

Misschien moesten we eerst maar eens wat ordening brengen in onze verwarring over feiten en fictie. Er is veel dat we kunnen leren uit de reacties en de gedragingen van gehouden dieren. Daarnaast zijn er te veel bedenksels van mensen over wat die dieren ‘misschien wel’ zouden kunnen ervaren. Die lijken wat minder relevant voor de realiteit van onze dieren. De dierenwelzijnsdiscussie ging toch over ‘recht doen aan dieren’? Toch niet over veronderstellingen van mensen of over hun politieke idealen en ambities?

ir. Ed.J.Gubbels,
populatiegeneticus.

met dank aan: Dierenwelzijnsweb    LogoDWW82