Esculaapslang / Zamenis longissimus (Elaphe longissima)

Zamenis longissimus Foto: Koert Langeveld

Herkomst
Frankrijk, Duitsland, Italië, Oostenrijk, Tsjechië,Slowakije, Balkan,Turkije en Oekraïne, Iran enz.

Biotoop / habitat
Bosranden, grasland met struiken, fruittuinen, groeven van zand steen en grindwinning, braakliggende velden. Meestal in de omgeving van vochtige plekken c.q. stroompjes of meertjes.

Maximale lengte
90 – 160 cm

Maximale gewicht
800 gram.

Levensverwachting
12 tot 20 jaar

Terrariuminrichting

Type terrarium Matig vochtig tot droog met voldoende schuilmogelijkheden.
Mogelijkheden om in vochtige omgeving te schuilen.
Grootte terrarium De oppervlakte is afhankelijk van de grootte van het desbetreffende dier.
Minimale oppervlakte is 0,33 x 0,33 lichaamslengte
(gewenst is 0,5 x 0,5 lichaamslengte)
Minimale hoogte is 0.33 x lichaamslengte
(gewenst is 0,5 x lichaamslengte)
(zie W.H.G. Leistra et all, 1991 voor ruimte berekeningen)
Geschikt voor Voor extra dieren de oppervlakte met 30% per dier vergroten.
Oppervlakte van het terrarium kan ook worden vergroot door 1 of meerdere ligplanken te plaatsen.
Temperatuur Zomer Max. 25-28, Min 17-20
Winter Max 12, Min 8
Luchtvochtigheid Zomer Max. 60 Min 20
Winter Max 80, Min 40
Waterdeel een waterbakje (bijv. 10 x 10 cm)
Bodembedekking Krant, Beukensnippers
(ecologische)witte turf, zaagsel of onbemeste kokosvezel.
Verlichting 25 / 40 / 60 Watt
8 – 16 uur p.d. UV niet nodig

Voedsel
Muizen, ratten, eendagskuikens, konijnen en hamsters.

Soorten
Zamenis longissimus kent alleen de nominaat vorm.
In het verleden (toen nog Elaphe longissima) werden twee ondersoorten beschreven namelijk Elaphe longissima romana en Elaphe longissima ssp (uit Iran). Elaphe l. romana is tegenwoordig als zelfstandige soort beschreven namelijk Zamenis lineatus en wordt op identieke wijze gehouden.

Literatuur
W. Bohme; Handbuch der Reptilien und Amphibien Europa’s, Schlangen (Serpentes) I, 1993
A. Gomille; Die Askulapnatter Elaphe longissima, Verbreitung und Lebensweise in Mitteleuropa, 2002
W.H.G. Leistra & P.J.M. Wennekes; De huisvesting van slangen in het kader van hun welzijn, 1991 (Referaat noR7 uitgave R.U. Utrecht onder auspiciën van prof. P. Zwart, Vakgroep Pathologie)
C. Mattison; Keeping and breeding snakes, 1998
K.D. Schulz; Eine Morgraphie der Schlangengattung Elaphe Fitzinger,1996

Aanbevelingen voor de kweek
Vrouwtjes zijn geslachtsrijp bij een lengte van 80 -100 cm. Mannetjes bij ca 70 – 80 cm afhankelijk van hun geografische herkomst.
De lengte is indicatief omdat de esculaapslang varieert in grootte afhankelijk van haar verspreidingsgebied. Franse dieren blijven klein (90 – 110 cm), Duitse dieren worden een stuk groter (120 – 160 cm).
Na een winterslaap van 2 tot 4 maanden worden de dieren na een opwarmperiode van 10 dagen gevoerd. Enkele weken na de winterslaap zullen de dieren paren. Separaat houden van de dieren na de winterslaap en periodiek bij elkaar plaatsen kan (seksueel) stimulerend werken. Door twee mannen bij het vrouwtje te plaatsen zullen baltsgevechten plaats vinden tussen de mannen waarna het sterkste mannetje met het vrouwtje paart. Na stimulans mannen scheiden. Na een dracht van ongeveer 60 dagen legt het vrouwtje ongeveer 10 dagen na haar laatste vervelling 4 tot 12 eieren, afhankelijk van de grootte van het dier.
De eieren incuberen bij een temperatuur tussen de 25°C en 28 °C.
Jonge dieren moeten het eerste jaar bij voorkeur solitair en naar grootte, klein behuisd worden (faunabox). Hun voeding bestaat uit nestmuizen.

Opmerkingen
Door de opsteller van dit huisvestingsrichtlijnenformat wordt ruim 15 jaar Zamenis longissimus gehouden. Het betreffen dieren uit Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Slovenië. De dieren zijn F1 of F2 (1e of 2e generatie in gevangenschap gekweekte dieren). Vele tientallen dieren zijn er de afgelopen jaren door hem gekweekt. De esculaapslang kan als makkelijk te houden soort worden bestempeld die zeer geschikt is om in gevangenschap te worden gehouden.
De dieren vallen onder de conventie van Bern en mogen derhalve alleen gehouden worden indien het gaat om nakweek dieren waarbij een register moet worden bijgehouden (Flora en Fauna Wet).
Met betrekking tot de huisvesting en voeding vallen nog wat opmerkingen te plaatsen:
Van nature laten slangen zich opwarmen door (indirecte)zonnestralen. De verlichting in het terrarium is tevens de warmtebron / verwarming in het terrarium en vervangt de zon. Reflectorspots worden aanbevolen. UV verlichting is niet nodig omdat de slang door zijn prooidier voldoende vitamine D tot zich krijgt. Oppassen dat het dier zich niet aan de warmtebron kan verbranden; warmtelampen dus buiten het verblijf plaatsen.

Tijdens warme zomers moet er voor worden gewaakt dat de temperatuur in het terrarium niet te hoog wordt. Geen of een lichtperiode van maximaal 1 uur is in een dergelijk geval voldoende.
Het terrarium moet goed geventileerd zijn.
In het terrarium moeten meerdere schuilplaatsen zijn aangelegd in de vorm van b.v. kurkschors, (eier-)dozen, kunststof boxen of stenen bloempotten. Een van de schuilplaatsen moet enigszins vochtig gehouden worden door b.v. vochtig turf. Deze vochtigheid bevordert de vervelling en kan dienen als afzetplaats voor eventuele eieren.
De afmetingen van het terrarium zijn indicatief. Volgroeide slangen hebben een ruimer terrarium nodig dan kleine jonge slangen. In het referaat no R7 (Leistra en Wennekes, 1991) wordt aangegeven dat over het algemeen gesteld kan worden dat slangen een oppervlakte nodig hebben van 2/6 deel van hun lichaamslengte in het kwadraat. Voor esculaapslangen prefereer ik een diepte van tenminste 2/6 deel van de lichaamslengte en voor de breedte minimaal 3/6 deel van de lichaamslengte. Hierbij is een extra ligplank om het oppervlakte te vergroten gewenst.
De aangeboden prooi moet in overeenstemming zijn met de grootte van de slang. Kuikens worden afgeraden omdat zij voor een onwelriekende ontlasting zorgen. Slangen moeten bij voorkeur niet in hetzelfde terrarium gevoerd worden omdat de kans groot is dat er problemen bij de voedselopname ontstaat.

Wetgeving
Europese wetgeving, bijlage B

Bron
Koert Langeveld/ESF