Konijn

RBF36994Algemeen
Activiteiten en Agenda
Biologie
Oriëntatie vooraf
Benodigdheden
Voeding
Huisvesting, hitte
Gezondheid en ziektes
Eindrapport Voortijdige doodsoorzaken kleine zoogdieren 2013
Voortplanting
Gedrag
Professionele Gedragstherapeuten
Vakantie
Vakantie oppas
Afstandsdieren
Wetgeving
Organisaties
Bibliotheek
100 seconden dierenarts voor konijnen
Allereerste opleiding tot konijnentrainer van start
Gedragstherapeuten (SPPD)
GGP-Konijnen
GGP Konijnen en vakantie
rapport Stichting Konijnenbelangen onderstreept noodzaak tot   houderijvoorschriften.

Onderzoeksverslag sociale huisvesting konijnen sociale vogelsoorten

Waarschuwing: uitbraak nieuw type VHS bij konijnen in Nederland: nu een epidemie    update 18-08-2016

Dierenbescherming en Universiteit Utrecht onderzoeken welzijn konijn

Algemeen

De bekendste kleine zoogdiersoorten zijn natuurlijk de knaagdieren en konijnen. Niet zelden knuffeldieren die de mens graag gezelschap houden. Wie geen speciale eisen stelt aan bijvoorbeeld het ras, koopt vaak al voor weinig geld een vriendelijke knager of een aanhankelijk konijn. Ook de verzorging van de dieren kost in de regel geen wereldbedrag. Voor een paar tientjes per maand heeft broer konijn goede voeding en een uitstekende bodembedekking in het verblijf. Bedenkt u bij aanschaf wel dat een konijn met goede voeding en verzorging 10-12 jaar of ouder kan worden, en dat diergeneeskundige zorg voor konijnen duurder is dan voor een kat!. We raden u daarom aan alleen een konijn te nemen als u dat zelf (ook) wilt, en niet alleen de kinderen. Vergeleken met andere diersoorten zijn de meeste kleine en populaire knagers relatief gemakkelijk te houden. Elke dag schoon water, elke dag voer, soms aangevuld met vitaminerijke toevoegingen en regelmatige een schoon verblijf.

Het tamme konijn wordt door veel mensen als huisdier gehouden. Daarnaast houden nogal wat hobbyisten zich bezig met het verbeteren en instant houden van diverse rassen. Naast raszuivere konijnen komen ook veel rasloze dieren voor. In vroegere jaren kwamen de konijnen niet in zo’n grote verscheidenheid voor. Al onze konijnenrassen stammen van oorsprong af van het wilde konijn. Het wilde konijn leeft in groepsverband en woont in een burcht, een uitgebreid gangenstelsel. Ze voeden zich met grassen, klavers en granen, maar ook jonge boompjes staan op het menu.

konijn1

Activeiten en Agenda

Konijnendagen
Verschillende liefhebbers organisaties en dergelijke organiseren een eigen konijnendag. Op deze dagen zijn soms shows of keuringen, maar er zijn veel meer activiteiten met en over konijnen.

Konijnen en kleindiershows
De nationale shows en de shows per provincie, voor diverse kleine huisdieren, zijn te vinden via kleindierplaza.nl van de Nederlandse Federatie voor Kleindierententoonstellingen.

Biologie

Het konijn (Oryctolagus cuniculus) behoort niet tot de familie van de knaagdieren, zoals vaak gedacht wordt, maar tot de haas-achtigen. Deze komen voor van de Noordpoolgebieden tot de tropische gebieden. Alle haasachtigen bezitten ongeveer dezelfde lichaamsbouw en hebben ongeveer dezelfde voorkeuren qua voeding.

Net als de knaagdieren hebben de haasachtigen geen hoektanden, maar goed ontwikkelde snijtanden. Deze tanden hebben geen gesloten wortels, maar groeien hun leven lang door net als de kiezen. De haas-achtigen onderscheiden zich van de knaagdieren doordat in de bovenkaak niet één, maar twee paar snijtanden aanwezig zijn. De grootste snijtanden staan vooraan, de kleinere snijtanden (de stifttanden) staan direct daarachter.

In Nederland kennen we ongeveer 50 verschillende konijnenrassen. Van de kleinste die (volwassen) ongeveer 1 kilo weegt tot het grootste ras, de Vlaamse reus, die al snel een gewicht van 6 kilo bereikt.
In de dierenspeciaalzaak komen we voornamelijk de kleinere konijnenrassen tegen zoals de kleurdwerg en de Nederlandse hangoordwerg. Over het algemeen genomen zijn de mannetjes aanhankelijker dan de vrouwtjes. De mannetjes daarentegen willen nogal eens gaan sproeien (urine spuiten), ook als er geen vrouwtjeskonijnen in de buurt zijn.

kind konijn

Voeding

Konijnen zijn herbivoren oftewel planteneters. In het wild voeden ze zich met grassen, kruiden, wortels etc. Voor de konijnen die wij als huisdier houden, is een speciale konijnenkorrel ontwikkeld. In deze korrel zit alles wat ze nodig hebben in de juiste hoeveelheid. Dit voer is een prima basisvoer. Ook is er gemengd konijnenvoer te koop. Het nadeel van dit voer is dat ze allen datgene eten wat ze lekker vinden en de rest laten staan. Ze krijgen zo dus niet alles binnen wat ze nodig hebben. Toch wordt dit vaak verkocht, omdat het er leuker/ lekkerder uitziet dan de ‘volledige’ konijnenkorrel.

Hoewel de konijnenkorrels alles bevatten wat het dier nodig heeft, is het beter om de hoeveelheid te beperken tot 20 gram per kilo konijn en daarnaast dagelijks ruim voldoende hooi te geven. Dit is goed voor de maagdarmwerking, het dier is er langer mee bezig en van alleen korrels wordt het dier snel te vet. Als aanvulling kan een konijn wat droog brood, gras, paardenbloemblad, weegbree, wortel etc. krijgen, variatie is belangrijk. Geef nooit meer dan het konijn in drie kwartier opeet. Hierdoor wordt rotting van het groenvoer voorkomen.Negatieve ervaringen met bepaalde groentesoorten zijn vaak het gevolg van en eenzijdig aanbod. Is een konijn niet gewend om groenvoer te eten, dan moet de overgang van droogvoer naar groenvoer heel geleidelijk gebeuren om darmstoornissen te voorkomen.

Geef jonge konijnen die net zijn aangeschaft de eerste tijd geen groenvoer. Laat de dieren eerst wennen, maar geef wel veel hooi. Na gewenning kunnen heel kleine beetje gegeven worden. Dat is heel gewoon. Een konijn produceert twee soorten mest. De harde mest (70% droge stof – de bekende konijnenkeutels) en de zachte mest (35% droge stof). De laatste eet het konijn niet zelden rechtstreeks uit de anus en slikt het zonder te kauwen door. Door het eten van deze mest krijgt het konijn extra vitamine B en K binnen en het levert ongeveer 10% van de eiwitbehoefte van het konijn. Uiteraard moet het dier altijd vers drinkwater tot zijn beschikking hebben.

zie filmpje

Huisvesting

Als we het konijn gaan huisvesten, hangt de keuze van het verblijf af van de plek waar het konijn komt te staan. Komt het konijn buiten te staan dan wordt meestal gekozen voor een houten verblijf, met daarin een open en een dicht gedeelte. Een konijn kan prima tegen de kou, mits hij eraan gewend is, maar niet tegen tocht. Het verblijf moet zo worden neergezet dat het beschut staat en de zon er niet in schijnt. Ook regen of sneeuwinslag moet worden voorkomen, eventueel kan het verblijf tijdelijk worden afgeschermd. Het is niet goed voor een konijn als het van buiten naar binnen wordt gehaald en na een poosje weer wordt terug gezet. Door de grote temperatuurschommelingen kan het dier kou vatten. Uiteraard is de grootte van het verblijf afhankelijk van de grootte van het konijn.

Hitte
Konijnen kunnen slecht tegen warmte. Daarom mag het verblijf nooit in de zon staan. Is het ook in de schauw 27 graden of warmer zorg dan voor verkoeling.
Geef de konijnen b.v. plastic flessen met bevroren water in een handdoek gewikkeld (zie filmpje) of hang een wit nat laken over het hok. Zorg ervoor dat je konijn uit het verblijf kan, zodat hij op koel gras of op stenen kan gaan liggen. Als je de stenen nat maakt geeft dat nog meer koelte. Ook kun je een ventilator gebruiken om je konijn koel te houden, zolang je ervoor zorgt dat deze niet rechtstreeks op je konijn waait.

Richtlijnen verblijf grootte

Binnen gehouden konijnen

Twee dwergkonijnen: minimaal 100 x 60 x 60cm.  met 24/7  uitloop op minimaal 4m2 groter is sterk aan te raden. Daarbij dient een konijn een uitloop te hebben van minimaal 4 m², waar ze minimaal 3 uur per etmaal onafgebroken gebruik van kunnen maken.

Twee middelgrote konijnen: minimaal 120 x 60 x 60cm. met 24/7 uitloop op minimaal 4m2

Twee grote konijnen: minimaal 150 x 80 x 80 cm. met 24/7 uitloop op minimaal 8m2
NB Alle genoemde maten gelden ook voor een al dan niet tijdelijk solitair gehouden konijn.

Twee konijnen samen hebben altijd de grootste maat nodig. Uitgangspunt is dat de konijnen naar alle kanten lekker languit moeten kunnen liggen, ook als er een kartonnen  speel-doos in staat. Als dat niet kan, dan is het verblijf te klein, en zal het konijn zich in een gevangenis voelen. Het verblijf moet een traliewerk aan de bovenkant hebben, met een bovenklep én een deurtje aan de voorzijde. Een gesloten kunststof verblijf met een traliewerken schuif in de bovenkap is absoluut ongeschikt. Door de geslotenheid ervan kan de temperatuur in de kooi namelijk snel oplopen.
Bovendien concentreren zich urinedampen onder de kap waardoor een konijn geïrriteerde tot ontstoken luchtwegen kan krijgen. De kooi is te laag waardoor een konijn niet helemaal rechtop kan zitten en een vergroeide rug krijgt.
Een konijn is van nature zindelijk en kan onder toezicht los in huis lopen. Hou hem altijd wel goed in de gaten, want ze knagen graag aan elektriciteitsdraden, telefoonsnoeren etc. Het is dus verstandig al deze snoeren goed weg te bergen.

Als bodembedekking in het verblijf kan katoenplukafval (No-Smell) worden gebruikt met daarop een laag stro. Houtvezelstrooisel staat momenteel ter discussie i.v.m. mogelijk vrijkomende stoffen die de gezondheid van het konijn kunnen schaden. De konijnen die buiten worden gehouden mogen als het koud wordt extra veel stro als nestmateriaal. Eventueel kan in de mesthoek wat geperste hout- of papierkorrels onder het strooisel worden gelegd, dit voorkomt geurtjes. Het verblijf moet wekelijks worden schoongemaakt.

Buiten gehouden konijnen 

Als ‘binnen gehouden’, maar daarbij dient een derde deel van het verblijf uit een gesloten nachthok te bestaan. Een buitenverblijf moet op een beschutte plek staan, het beste de opening op het oosten, wind of regen mogen niet in het hok slaan. Op zonnige dagen moet het konijn voldoende schaduw hebben.

Het verblijf moet aan de binnenkant onbewerkt blijven, en aan de buitenkant wind- en waterdicht gemaakt worden. Eénderde van het verblijf  moet bestaan uit een gesloten nachtverblijf. Dit nachtverblijf is een veilige schuilplaats die dieren altijd nodig hebben. De opening van het nachtverblijf moet precies zo groot zijn dat het konijn er door kan. Het konijn moet minimaal 3 uur per etmaal onafgebroken veilig buiten het verblijf kunnen lopen: in de ren, zie hieronder.

Het verblijf staat een stukje van de grond af op lage poten, zodat er geen optrekkende kou is. Het dak steekt een stukje over om inslaande regen tegen te gaan. Het verblijf moet van buitenaf zeer goed gesloten kunnen.

De ren

De ren wordt aan, of om het verblijf heen gebouwd, zodat de konijnen vanuit hun verblijf zelf de ren in en uit kunnen gaan. Via een bede kippenloopplank kunnen de konijnen het verblijf in en uit gaan. Een gedeelte van de ren kan overdekt gemaakt worden zodat de konijnen ook bij regen in de ren kunnen. Een ren kan nooit groot genoeg zijn, 4 vierkante meter is aanbevolen voor twee konijnen, groter mag ook.

Konijnen dienen niet buiten in een verblijf gehouden te worden zonder uitloop mogelijkheid. Het is in strijd met de natuurlijke behoeften van deze dieren. Ook bij beperkte ruimte is een uitloop te creëren door een verblijf op poten te zetten, en de ruimte onder het hok te benutten als kleine ren door het af te zetten met gaas. Vanuit het hok kan het konijn via een trapje naar de ren, en woont op deze manier in een soort flat.

konijn

Gezondheid en ziektes

Ook langharige konijnen, moeten regelmatig worden gekamd om klitten te voorkomen. Eventueel kan het dier 3 x per jaar worden geknipt of geschoren.
Een gezond konijn is attent, heeft een gladde glanzende pels, heldere oogjes, schone oren en een goede conditie. Als een konijn apathisch wordt, niet wil eten, vermagert, een doffe vacht krijgt, piepende ademhaling heeft, kleine keutels maakt,diarree heeft of andere ziekteverschijnselen vertoont, is het verstandig een dierenarts te raadplegen. Te lang wachten met het inschakelen van deskundige hulp kan fatale gevolgen voor het konijn hebben.

Bij het konijn komen twee besmettelijke ziekten voor waartegen geënt kan worden: myxomatose en VHS/VHD. Er is een goedwerkend vaccin tegen beide ziektes tegelijk, dat vanaf een leeftijd van 5 weken gegeven kan worden. De werkzaamheid is goed maar houdt niet langer dan een jaar aan, daarom is levenslang een jaarlijkse hervaccinatie nodig.

Eindrapport Voortijdige doodsoorzaken kleine zoogdieren 2013

Het is al weer enkele jaren geleden dat er een onderzoek is gestart door de Faculteit Diergeneeskunde naar de oorzaken van te vroeg overleden kleine zoogdieren.
Daarbij is tussen 2009 en 2012 door middel van sectie de doodsoorzaak getracht vast te stellen van overleden ratten, cavia’s,  konijnen en fretten die veel te jong waren om te overlijden aan ouderdomsgebreken. In 2013 werden de resultaten samengevat en uitgewerkt in een rapport, dat helaas met enkele jaren vertraging nu onder belangstellenden verspreid kan worden.

Eindrapport

Voortplanting

Een mannetjeskonijn heet ram of rammelaar, het vrouwtjeskonijn noemen we een voedster en jonge konijnen worden lampreien genoemd. Konijnen zijn op een leeftijd van vier maanden geslachtsrijp. Dit betekent, dat het dier zich kan voortplanten. Voor de fokkerij zijn ze dan nog niet geschikt. Afhankelijk van de grootte kan dit vanaf zes maanden.

De draagtijd van het konijn ligt tussen de 28 en de 33 dagen. Dwergkonijnen krijgen twee tot vier jongen per worp. Grotere konijnen krijgen meer jongen. Jonge konijnen worden kaal en blind geboren. Na tien dagen gaan de oogjes open en zijn ze behaard. Op een leeftijd van 7 – 8 weken mogen ze gespeend worden (bij de moeder weg) en eventueel verkocht kunnen worden. Met 6 weken is het darmstelsel van een tam konijn nét klaar, de goede darmflora is nét gevormd, het is een zogenaamde kritieke leeftijd. Een week wachten zorgt dat de darmflora stabieler is en een konijntje dus sterker is, minder snel darmziekten oploopt.

konijn 5 sept. 2009 web

Gedrag

Rustige konijnen kunnen worden opgepakt met een hand onder de borst en de andere hand onder zijn ‘achterste’. Niet alle konijnen laten zich op deze manier oppakken.
Is het konijn wild en krabt het, dan mag het dier opgepakt worden aan het ‘nekvel’.
Pak met een hand zoveel mogelijk vel op de schouderbladen en ondersteun met de andere hand onmiddellijk de achterhand en druk het dier zachtjes tegen
het lichaam aan of ondersteun het met de arm.
Til een konijn nooit aan zijn oren op, dit is erg pijnlijk voor het dier.

Soms kan een konijn een wel heel merkwaardig gedrag vertonen waarvan de eigenaar schrikken kan als het niet herkend wordt. Wanneer een
konijn helemaal tevreden is, echt helemaal in z’n nopjes, gebeurt het wel eens dat het diertje een sprongetje maakt en op de zij of rug
terecht komt en zo blijft liggen. We noemen dat de ‘dead bunny flop’: een uiting van intense tevredenheid.

Een huiskonijn dat aan meubels knaagt of in de vloerbedekking graaft, is niet stout maar speelt. Een konijn moet spelen om energie kwijt te raken en voor afleiding.
Daarom is het belangrijk dat zowel binnen- als buitenkonijnen speelgoed krijgen. Speelgoed dat afgestemd is op de natuurlijke behoeften van het konijn is het beste.

Graven en wroeten: Konijnen wroeten graag in tunnels, deze zijn te koop in de dierenwinkel of je kan ze zelf maken van kartonnen dozen of hout.
Een kartonnen doos, of een grote rieten mand gevuld met hooi en krantensnippers is een fijne graafplek voor uw konijn. Matjes van zeegras zijn ook geliefd bij veel konijnen.
Verstop brokjes in een wc rolletje met hooi of onder houten klosjes en het konijn is druk om deze op te zoelen. zie filmpje

Knagen en scheuren: Onbehandelde rieten manden, takken, karton, papier, stro en dennenappels kunnen als knaag- en scheurmateriaal gegeven worden.
Tenzij uw konijn erg veel van het papier eet, is het scheuren zelf onschadelijk.

Gooien en klimmen: Veel konijnen vinden het leuk, ook in het verblijf om met allerlei dingen te gooien. Bij de dierenwinkel en via internet zijn allerlei hardplastic speeltjes voor konijnen te koop.
Dozen zijn leuk voor konijnen om op te klimmen.

Vakantie

Mee naar vakantiebestemming
Afhankelijk van de vakantieplannen en -bestemming is het goed mogelijk konijn(en) mee te nemen, zoals dat ook bij katten mogelijk is. Zeker binnen Nederland is dat een goed te overwegen optie, mits daar op het vakantieadres geen bezwaar tegen is. Dat dient u van te voren natuurlijk wel te checken. Overigens, waar ‘geen huisdieren’ staat worden vaak alleen honden en katten bedoeld; vraag even na of dat ook voor een konijntje geldt.
Wat betreft het buitenland: de wetgeving vermeldt daar weinig over. Aangeraden wordt om voor de zekerheid voor een reiskonijn toch een Europees vaccinatieboekje te laten aanmaken door uw dierenarts, inclusief een gezondheidsverklaring kort voor uw vertrek. Die vaccinaties (tegen myxomatose en VHD) zijn in ieder geval, ook als uw konijn altijd thuis blijft, van groot belang, ook zonder buitenlandplannen!
Konijnen zijn erg gevoelig voor stress en hoge temperaturen. Een lange reis naar een warme bestemming is daarom af te raden.
U dient ook rekening te houden met de in het buitenland niet gegarandeerde kwaliteit van gezondheidszorg voor konijnen bij de gemiddelde dierenarts, en ook zijn bepaalde medicijnen, waar uw konijn mogelijk regelmatig behoefte aan heeft, niet altijd verkrijgbaar. Zorg dat u daar voldoende van meeneemt.
Heeft uw konijn regelmatig problemen, dan is het nuttig uw dierenarts een korte samenvatting daarvan te laten meegeven in het engels of nog liever de taal van uw bestemming.
Zijn er op deze punten geen bezwaren, dan kan een konijn mee (hetgeen ook voordelen heeft, zie hieronder).
Zorg voor het transport voor een ruim verblijf met ruwe en absorberende ondergrond en continue aanwezigheid van drinkwater en de voeding die gebruikelijk was, inclusief hooi.
Laat bij een tussenstop in geen geval een konijn achter in de auto in de zon; bij honden kan dit binnen 10 minuten al dodelijk zijn, maar bij konijnen nog sneller.

Op vakantie zonder konijn(en)
Al is het dus mogelijk om uw konijn(en) mee te nemen op vakantie, meestal wordt er voor gekozen om huiskonijn(en) niet mee te nemen.
Vaak wordt gekozen voor verzorging door buren of door kennissen die zelf geen konijnen hebben.
Helaas is die keuze in veel gevallen niet ideaal. Juist in de vakantieperiode overlijden namelijk veel konijnen gedurende zo’n oppassituatie.
De verzorging van een konijn en de oplettendheid van de verzorger luisteren veel nauwer dan die bij honden en katten.
Een buurman ziet het dier gemiddeld eenmaal per dag om voer en drinkwater bij te vullen, als dat al gebeurt (!). Afwijkend gedrag wordt niet waargenomen of pas als het veel te laat is. Veel ‘vakantiekonijnen’ sterven door Myiasis: het bij het leven opeten van een konijn door vliegenmaden die vrijkomen uit eieren die vliegen afzetten in een vieze achterkant van een konijn. Andere thuisblijvers sterven doordat te laat is gezien dat er geen of te kleine keutels geproduceerd worden, hetgeen een aanwijzing is voor een stilliggend maagdarmkanaal. Dat wordt onder andere veroorzaakt door stress en is zonder medicatie dodelijk.
Je kunt niet van iemand die geen konijnen heeft, en daar zelf geen affiniteit en ervaring mee heeft, verwachten dat op al deze dingen goed wordt gelet, en dat gebeurt vaak dan ook niet, met alle gevolgen van dien.

Daarom geldt het advies, dat, indien een met konijnen bekende oppas niet beschikbaar is, het beter is uw konijn(en) gedurende uw vakantie onder te brengen bij een meer professionele konijnenopvang. Daar weten ze precies waar ze bij deze dieren op moeten letten. Meestal is aan deze adressen ook een dierenarts verbonden die thuis is in deze diersoort. Bovendien zijn op deze adressen alle voeders aanwezig die de diverse konijnen gewend zijn. Zeker onder enige stress is het niet verstandig ook nog andere voeding te laten geven dan gewend.
Via internet is eenvoudig zo’n veilig adres in uw omgeving te vinden. Het kost iets meer dan de fes wijn voor de buurman, maar maakt het thuiskomen vaak aangenamer.

Mocht u toch verkiezen uw konijn(en) toe te vertrouwen aan die buurman, geef dan, naast het telefoonnummer van uw dierenarts, de volgende informatie mee:

Maak een afspraak met een konijnendierenarts voor onderzoek als een konijn:
Langer dan één dag niet eet
Langer dan één dag te sloom is
Vermagert
Kleine keutels produceert
Regelmatig poepklonten onder de staart heeft (zie hieronder)
Een natte kin of mondhoeken heeft
Melkachtige uitvloeiing uit de ogen heeft

Wat u verder nog dient te weten: konijnen produceren elke nacht/ochtend een zachte soort keutels. Die eten ze zelf op en dat is normaal. Als dat niet gebeurt blijven ze plakken onder de staart. Er is dan een aanwijzing dat er een probleem is. Bovendien zijn vliegen er dol op en leggen er eieren in; de larven die daar uit komen eten vervolgens het konijn op. Controleer daarom, vooral ’s zomers elke dag het achterwerk van het konijn.

NORMBLADEN PVH (GIDSEN VOOR GOEDE PRAKTIJKEN) in pdf 

GGP-Konijnen    GGP Konijnen en vakantie