Ongewervelden

Soorten:

  1. Bidsprinkhaan (orde Mantodea)
  2. Heremietkreeft (coenbita spec.)
  3. Landheremietkreeft (Coenobita soorten)
  4. Mexicaanse roodknievogelspin (Brachypelma smithi)
  5. Schorpioen (orde Scorpiones)
  6. Wandelende tak (orde: Phasmida)
  7. Zoetwatergarnaal (infraorde Caridea)

 

Algemeen
Ongewervelden zijn dieren zonder een wervelkolom of ruggengraat. Een andere term voor ongewervelden is evertebraten of invertebraten. Ongeveer 97% van de dieren in de wereld is ongewerveld. Een op de drie soorten op aarde is kever. Ongeveer 30% van al het organische materiaal op aarde (=biomassa) een mier is. Zo zijn er nog veel meer bijzonderheden te noemen over deze fascinerende diergroep. De verschillen tussen de diersoorten binnen deze groep zijn erg groot. De groep van de geleedpotigen, waaronder insecten en kreeften vallen, omvat de meeste soorten. Andere ongewervelde groepen zijn weekdieren (waaronder slakken en inktvissen), neteldieren (waaronder kwallen) en wormen. Veel ongewervelde dieren leven in de zee. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zeesterren en kwallen. De meeste ongewervelde dieren zijn kleiner dan gewervelde dieren, maar er zijn hierop uitzonderingen. De reuzeninktvis is waarschijnlijk de grootste ongewervelde ter wereld en kan een lengte van dertien meter bereiken. Inmiddels is er een nog grotere variant aangetroffen, de gigantische inktvis, deze kan waarschijnlijk langer worden dan 15 meter en zwaarder wegen dan een ton, ook heeft dit dier het allergrootste oog van alle dieren op aarde, bijna zo groot als een soepbord.

Bekende huisdieren uit de groep van de ongewervelde dieren zijn vogelspinnen en wandelende takken. Minder bekend als huisdier zijn bijvoorbeeld schorpioenen, kakkerlakken, koralen en miljoenpoten. Sommige van deze dieren zijn giftig en mogen niet overal zomaar gehouden worden. Een deel van de ongewervelde dieren is nachtactief, zoals bijvoorbeeld veel wandelende takken, kakkerlakken en bepaalde vlindersoorten.

Veel ongewervelden maken gebruik van camouflage. Sommige dieren verdedigen zich door het gebruik van schrikkleuren of door snel te vluchten. Andere ongewervelde dieren verdedigen zich actief tegen eventuele aanvallers.

Verschillende varianten
Veel ongewervelde huisdieren, namelijk insecten, spinachtigen en kreeftachtigen, zijn geleedpotig. Bij geleedpotigen zijn de poten, en vaak ook het lichaam, verdeeld in segmenten. Ze hebben geen inwendig skelet, maar een zogenaamd uitwendig skelet. Dit pantser groeit niet mee, om te kunnen groeien is het daarom nodig dat de dieren vervellen. Dit proces kan er ook voor zorgen dat bijvoorbeeld afgebroken ledematen, zoals pootjes, uiteindelijk vervangen kunnen worden. Tijdens de vervelling zijn de dieren extra kwetsbaar.

Insecten zijn er in allerlei soorten en kleuren. Ze hebben zes poten, en facetogen aan de zijkant van hun kop. Veel insecten hebben vleugels. Deze worden gebruikt om te vliegen, maar ook om geluid te maken, vijanden af te schrikken, voor camouflage en ter bescherming van het lichaam. Vaak hebben insecten een ontzettend goed gehoor en zijn ze in staat om vorm en kleur te onderscheiden. Insecten leggen eieren, waaruit nimfen of larven geboren worden. Deze diertjes ondergaan nog een gedaanteverwisseling totdat ze volwassen zijn, denk hierbij bijvoorbeeld aan het verpoppen van een rups tot een vlinder. Voorbeelden van insecten zijn wandelende takken, bidsprinkhanen, kevers en kakkerlakken. Insecten hebben drie lijfdelen en zes poten.

Spinachtigen hebben acht poten en maar twee lijfdelen. Onder de spinachtigen vallen behalve spinnen ook schorpioenen, mijten en teken. Spinnen zijn er van verschillende grootte, zo kunnen sommige soorten vogelspinnen wel dertig centimeter groot worden( met de poten volledig gestrekt).

Bij kreeftachtigen kan het aantal poten verschillen. Kreeftachtigen hebben tussen de tien en veertien poten. Vaak is het aantal poten moeilijk te zien omdat ze zijn aangepast tot zwem-, grijp- of looppoten.

Niet-geleedpotige dieren zijn bijvoorbeeld sponzen, zeesterren, zee-egels, koralen en wormen. De kenmerken van deze dieren zijn zeer divers.

Aanschaf en verantwoordelijkheid
Voordat u een ongewerveld dier als huisdier aanschaft, moet u over voldoende kennis over het desbetreffende dier beschikken. Ga bijvoorbeeld eens kijken bij andere liefhebbers en luister naar hun ervaringen. Koop uw dieren bij winkels die erin gespecialiseerd zijn of bij ervaren kwekers. Zorg ervoor dat het terrarium of insectarium al klaarstaat voordat u het dier aanschaft. Koop bij voorkeur een nakweekdier. Begin met een diersoort die relatief makkelijk te houden is en niet giftig is.

Ongewervelden zijn geen knuffeldieren. Voor sommige dieren is het sterk af te raden om ze op te pakken, bijvoorbeeld omdat ze erg kwetsbaar zijn. Rond de vervelling zijn dieren extra kwetsbaar, laat ze dan zeker met rust. Een aantal dieren, zoals bepaalde soorten wandelende takken, kakkerlakken en kevers, kan een irriterende afweerstof uitscheiden. Bepaalde rupsen en spinnen hebben irriterende brandharen. Bidsprinkhanen kunnen zich soms pijnlijk vastgrijpen met hun vangarmen. Daarnaast zijn er giftige dieren, bijvoorbeeld duizendpoten, en sommige schorpioenen- en spinnensoorten. Hoewel zeldzaam, kunt aan een giftige beet zelfs overlijden! Kinderen, ouderen, mensen met een verminderde weerstand en mensen met allergieën lopen een groter risico. Voor alle dieren geldt dat u ze voorzichtig moet hanteren. Draag eventueel bescherming aan uw handen en ogen.

Sommige ongewervelde dieren zijn erg geschikt voor kinderen, denk hierbij bijvoorbeeld aan wandelende takken en garnalen. Er zijn echter ook ongewervelde dieren die minder of niet geschikt zijn voor kinderen. Een aantal diersoorten is erg kwetsbaar. Andere dieren zijn giftig en kunnen zelfs dodelijk zijn. Denk hierbij aan bepaalde spinnen, maar bijvoorbeeld ook duizendpoten zijn erg giftig. Bepaalde ongewervelde dieren kunnen ziekten overbrengen op de mens. Een voorbeeld hiervan is de kakkerlak. Wanneer u de hygiëne goed in de gaten houdt, zullen in terraria meestal weinig ziektekiemen aanwezig zijn. Was altijd uw handen nadat u met uw dieren bezig bent geweest.

Huisvesting
De huisvesting is afhankelijk van de diersoort. U moet onder andere rekening houden met de afmetingen, het vochtigheidsgehalte en de temperatuur in het verblijf. Bedenk wat de natuurlijke leefomstandigheden en behoeften van de dieren zijn. Zo zijn bidsprinkhanen en veel spinnen kannibalistisch en kunnen ze het beste individueel gehouden worden. Spinnen die graven hebben een bodem nodig die minstens tweemaal zo diep is als de lichaamslengte. Wandelende takken die eieren in de grond leggen, hebben een minimaal vijf centimeter dikke bodem nodig. Kakkerlakken houden van een warm en vochtig klimaat met voldoende schuilplaatsen. Een terrarium voor kevers moet in ieder geval een dikke bodemlaag bevatten. Vlinders hebben een zeer groot insectarium nodig.

Insecten en spinnen zijn erg gevoelig voor gifstoffen. Let erop dat potgrond, houtsnippers, voedselplanten en dergelijke geen gifstoffen bevatten. Ook teveel sigarettenrook kan ervoor zorgen dat dieren overlijden.

Bij veel ongewervelde dieren loopt u een grote kans dat de dieren ontsnappen. Het is dan zaak om ze te hanteren in een aparte, liefst kale ruimte, bijvoorbeeld de badkamer. Zo kunt  u ontsnapte dieren snel weer vangen.

Voeding
Sommige ongewervelde dieren zijn planteneters, andere soorten eten prooidieren zoals insecten of kleine gewervelde voedseldieren. Ook zijn er dieren die zowel insecten als planten eten, bijvoorbeeld kakkerlakken. Een aantal dieren is erg kieskeurig. Zo zijn er wandelende takken die maar een beperkt aantal planten eten, houd hier rekening mee.

De mate en frequentie van voeren is afhankelijk van de diersoort. Wandelende takken hebben verse voedselplanten nodig. Spinnen moeten regelmatig te eten krijgen, ongeveer één tot drie prooien per week. Voer niet teveel en houd er rekening mee dat voedseldieren een dier tijdens het vervellen kunnen beschadigen. Maakt u zich geen zorgen als vleesetende geleedpotigen een periode niet of nauwelijks eten, dit doen ze in de natuur ook en sommige soorten kunnen dat zelfs meer dan 6 maanden volhouden.

Van jong tot volwassen dier
Insecten planten zich meestal seksueel voort, maar bij sommige soorten kunnen ook onbevruchte eitjes nakomelingen geven. De meeste insecten leggen eieren, maar sommige insecten zijn levendbarend of eilevendbarend. Eilevendbarend betekent dat ze de eieren in het lichaam houden en dat de jongen vlak voor de ‘geboorte’ uit het ei breken. Sommige ongewervelde dieren zijn kannibalistisch, waarbij er een kans is dat het vrouwtje het mannetje na de paring opeet. Ook eten sommige dieren de pasgeboren jongen op, of eten de jongen elkaar op. Om die reden kan het nodig zijn om de dieren gescheiden op te laten groeien.

Veel ongewervelden moeten eerst een aantal keer verveld zijn voordat ze geslachtsrijp zijn. Er worden meerdere eieren geproduceerd, de hoeveelheid is afhankelijk van het soort dier. Soms kan het vrouwtje in geval van seksuele voortplanting het sperma enige tijd opslaan om een bevruchting pas later te laten plaatsvinden. Ook zijn er dieren waarbij de eieren in winter- of droogterust gaan. Afhankelijk van de diersoort komen de eieren na weken tot maanden uit. De levensverwachting van ongewervelden loopt erg uiteen. Veel volwassen dieren leven enkele maanden tot enkele jaren. Sommige spinnen kunnen tientallen jaren oud worden.

Kosten
De aanschafprijzen van een ongewerveld dier variëren. Insecten zoals wandelende takken zijn vaak voor een paar euro te verkrijgen. Voor vogelspinnen hangt de prijs onder meer af van de leeftijd, het geslacht en de grootte. Sommige vogelspinnen kosten in aanschaf niet meer dan tien euro, anderen zijn een stuk duurder. Koraal kan, al naar gelang de soort en de grootte, tientallen euro’s kosten.

Ook de kosten van een terrarium en de inrichting verschillen, dit heeft onder andere te maken met de grootte en de eisen aan bijvoorbeeld verwarming en verlichting. U ben al snel een paar honderd euro kwijt. Houd rekening met de terugkomende kosten van bijvoorbeeld voedseldieren, en kosten als uw dier onverhoopt ziek wordt.

Gezondheids- en welzijnsproblemen
Geleedpotigen kunnen last hebben van virussen, bacteriën en schimmels. Om dit te voorkomen is het belangrijk om zo hygiënisch mogelijk te werken. Wildvangdieren kunnen een bron van parasieten zijn, hou deze dieren daarom gescheiden van gekweekte dieren. Pas ook op met insecticiden en andere gifstoffen. Gifstoffen kunnen voorkomen op (kamer)planten, op fruit of in verse potgrond. Slecht vervellen, (schimmel)infecties of parasieten zoals mijten kunnen ook tot problemen leiden.

Andere wetenswaardigheden

  • Vrouwtjesspinnen worden in principe ouder dan mannetjesspinnen.
  • Veel ongewervelden hebben geen Nederlandse naam, en staan bekend onder hun wetenschappelijke naam.
  • Veel vervellingen kunnen bewaard worden. De oude huid is vaak nog even soepel, en kan met spelden in een mooie vorm gezet worden. Ook dode dieren kunnen bewaard worden.
  • Als verantwoordelijk huisdiereigenaar is het van belang serieus over de vakantieperiode na te denken. Veel ongewervelde dieren kunnen slecht tegen stress en kunnen het beste thuisgehouden worden. Niet iedereen heeft de ervaring of kennis om bepaalde dieren te verzorgen tijdens uw afwezigheid. Elders op de website [link opnemen naar info over vakantie] vindt u meer informatie over dier en vakantie.
  • Vraag bij uw gemeente na of u giftige dieren als huisdier mag houden, en of u een ontheffing nodig heeft.
  • CITES regelt de internationale handel in bedreigde dieren en planten. De handel in en het bezit van beschermde dieren is aan strikte regels gebonden. Een aantal ongewervelde dieren valt onder de CITES registratie. Als u twijfelt of een dier in het CITES-verdrag is opgenomen, kijk dan op de website van CITES [link opnemen naar website CITES www.cites.org].
  • Men kan voor bijna alle insecten allergisch [link opnemen naar info over allergie] zijn. Dit heeft bijvoorbeeld hooikoortsachtige verschijnselen tot gevolg, zoals een verstopte neus, niesbuien of uitslag. In sommige gevallen, zoals bij een steek van een honingbij, kan dit zelfs levensbedreigende situaties geven.

Tekst en foto’s: Stichting Herpetofauna